Recht & Onrecht

In de Uber-zaak beslist het EU Hof straks over innovatie of stilstand

Een taxi zijn, of niet te zijn. In de kwestie Uber beslist het Hof straks of de lidstaten veel of juist weinig macht krijgen om deze smartphonedienst te reguleren, schrijft Jotte Mulder in de Europacolumn.

Nieuwe technologieën ontwrichten de bestaande orde. Bedrijven worden plotseling weggeconcurreerd. Bestaande wet- en regelgeving is van de ene op de andere dag niet langer actueel, maar ‘behind the curve’. De controverse rondom Uber is daar een goed voorbeeld van.

In de Verenigde Staten is Uber succesvol, in Europa staat dat nog te bezien. Het lot van Uber is namelijk in handen van het  Europese Hof van Justitie dat zich binnenkort zal uitspreken over de wezensvraag: wat is Uber? Is het een taxibedrijf of een elektronisch platform voor het vinden, reserveren en betalen van een door derden verrichte vervoersdienst (een nieuwe dienst binnen de informatiemaatschappij)?

Lot bezegeld

Mocht het Hof besluiten dat Uber een ‘gewoon’ taxibedrijf is - en dat is waarschijnlijk – dan lijkt het lot van Uber voorlopig bezegeld. Die juridische kwalificatie is namelijk van groot belang voor de vraag of Uber onderworpen kan worden aan dezelfde regulering die geldt voor taxi’s. Maar dat roept dan wel  de vraag op of Europa wel voldoende in staat is ruimte te geven aan de nieuwe informatie-economie waarin innovatie steeds belangrijker wordt.

Uber heeft zich niets aangetrokken van regelgeving voor taxi’s en biedt sinds 2009 via een smartphone applicatie een nieuwe dienst aan die de markt ontwricht. Traditionele taxi’s kunnen niet concurreren met een leger van privé chauffeurs die niet hebben hoeven investeren in dure taxilicenties en andere vereisten waaraan Uber-chauffeurs niet hoeven te voldoen. Een Uber chauffeur heeft alleen een auto en smartphone nodig. De agressieve strategie van Uber heeft om die reden wereldwijd tot veel (juridische) commotie geleid.  Hoewel Uber hard probeert haar imago te verbeteren, kent Uber vooral in  Europa veel juridische tegenslag. De applicatie is inmiddels ook bijna nergens zonder meer toegestaan.  Dat kan gaan veranderen indien het Europese Hof van Justitie straks oordeelt dat Uber niet kan worden vergeleken met een traditionele vervoersdienst.

To be Uber

Als de applicatie wordt  geduid als  ‘nieuwe dienst binnen de informatiemaatschappij’ dan kan Uber juist met hulp van het Europese recht markttoegang proberen af te dwingen. Het is dan  vrijwel onmogelijk om Uber van bijvoorbeeld de Nederlandse markt te weren. Maar als Uber moet worden gezien als een traditionele vervoersdienst dan hebben lidstaten veel meer mogelijkheden tot regulering. Dat komt omdat regulering van lokaal vervoer (zoals taxi’s) grotendeels bij de lidstaten ligt. Strikte regulering van ‘diensten van de informatiemaatschappij’ is echter doorgaans niet toegestaan en kan volledig worden getoetst aan het Unierecht (het vrije verkeer van diensten).

Not to be Uber

Uber vindt zelf dat het moet worden beschouwd als een innovator en binnen de nieuwe platformeconomie niet als traditionele vervoersdienst moet worden gezien. Uber beperkt zich naar eigen zeggen tot het bij elkaar brengen van vraag en aanbod van stedelijk vervoer.  De belangrijkste adviseur van het Europese Hof van Justitie, de zogenoemde Advocaat-Generaal (de AG) is het hier niet mee eens. Hij adviseert het Hof om Uber te duiden als een ‘gewone’ vervoersdienst. De crux zit volgens hem in de vraag wat nu het hoofdbestanddeel is van de prestatie die Uber levert: wat geeft haar economische betekenis? Volgens de AG bestaat de activiteit van Uber uit één vervoersprestatie, niet uit het samenbrengen van vraag en aanbod. Door te besluiten om gebruik te maken van de diensten van Uber, wensen de gebruikers een vervoersdienst met bepaalde functionaliteiten en een bepaalde kwaliteit. Uber garandeert deze functionaliteiten en kwaliteit. Daarmee is Uber een vervoersdienst. Als het Hof van Justitie deze redenering volgt dan lijkt het lot van Uber in Europa voorlopig bezegeld. Het strenge optreden van de lidstaten is dan toegestaan.

Innovatie of stilstand

Uber gokte erop dat bestaande traditionele regulering van taxi-diensten zou worden aangepast op het moment dat via een nieuwe technologie een superieure vorm van dienstverlening wordt aangeboden. In Europa worden de vernieuwende aspecten van Uber geen ruimte gegeven. De keuze wordt in Europa voorlopig gemaakt voor ‘eerlijkheid’ en het beschermen van de traditionele taxi-industrie tegen oneerlijke concurrentie. Daarmee is het beeld bevestigd dat wij in Europa complexe juridische argumenten gebruiken  ter ‘extorting, restricting and damaging successful American tech companies’ en daarmee uiteindelijk ook de economische ontwikkeling in Europa zelf in de weg staan.

Een gevolg van de bescherming van de economische status quo is namelijk dat er ondertussen  in Europa geen succesvol internetbedrijf is ontstaan (de uitzondering is misschien Spotify). De vraag is daarom of de keuze voor bescherming van de status quo wel wenselijk is in de informatie-economie. Innovatie is daarin steeds belangrijker. Het is tijd om vooruit te kijken en na te denken over vormen van slimme regulering die eerlijk blijft maar op de lange termijn innovatie niet ondermijnt maar juist stimuleert.

 

Jotte Mulder is Universitair Docent Europees Economisch Recht en verbonden aan onderzoekscentrum RENFORCE van de Universiteit Utrecht

 

Blogger

Folkert Jensma

Journalist en jurist Folkert Jensma (1957) werkt sinds 1985 voor NRC Handelsblad op de terreinen bestuur, justitie, politiek en Europa. Hij schreef als correspondent Brussel over de Europese eenwording door de verdragen van Schengen in 1985 en van Maastricht in 1992. Als hoofdredacteur, tot september 2006, was hij mee verantwoordelijk voor de introductie van nrc.next, de bijlage Opinie & Debat, het magazine M en de introductie van Europa- en Wetenschapspagina's in de dagkrant. Sindsdien schrijft hij als commentator recht en bestuur hoofdartikelen, jurisprudentie-rubrieken en columns voor NRC Media. Voor zijn columns ontving hij in 2013 de Jacques van Veen jubileumprijs en in 2014 de J.L. Heldringprijs.