Cultuur

Interview

Interview

Dirigent René Jacobs Foto Josep Molina

‘Ik heb gewaakt voor iedere vorm van ijdelheid’

Dirigent René Jacobs maakte een nieuwe opname van Mozarts Requiem, in een recente voltooiing van de jonge Fransman Pierre-Henri Dutron

Voor een van de meest geliefde werken uit het klassieke repertoire is het een wonderlijke paradox: Mozarts Requiem bestaat eigenlijk niet. Althans niet in de versie die de componist voor ogen stond. Voordat hij zijn dodenmis kon voltooien, werd Mozart zelf ingehaald door de dood. Feitelijk schreef hij maar eenderde van de noten. De rest vloeide uit de veer van Franz Xaver Süssmayr, een matig getalenteerde componist van komische opera’s die na Mozarts overlijden door diens weduwe werd geronseld om de partituur te voltooien. Het was een haastklus en dat hoor je: Süssmayrs theoretische fouten en topzware orkestratie zijn sinds jaar en dag berucht.

Niet voor niets zijn er in de twintigste eeuw verschillende voltooiingen gemaakt die Süssmayrs imperfecties gladstrijken. Zo is er nu een splinternieuwe variant van de jonge Fransman Pierre-Henri Dutron. Barokdirigent René Jacobs nam die versie op met het Freiburger Barockorchester en het RIAS Kammerchor.

„Toen ik Dutrons partituur onder ogen kreeg, zag ik meteen dat het goed was”, aldus Jacobs aan de telefoon vanuit Parijs. „Zijn manier van instrumenteren is heel transparant en hij laat de karakteristieke bassethoorns veel beter tot een hun recht komen. Bovendien heeft Dutron het werk technisch verbeterd. Een voorbeeld? Süssmayr was geen contrapunt-componist, zoals blijkt uit de fuga die hij voor het Hosanna componeerde. Eigenlijk is het niet meer dan een aanzet. Je voelt onmiddellijk: dit is te kort. Dutron heeft dat soort zaken in balans gebracht.”

Velen gingen Dutron voor in de voltooiing van Mozarts ‘Requiem’. Waarom wijdde u toch een cd aan zijn versie?

René Jacobs: „Dutrons versie is minstens net zo goed. Dat zit ‘m niet alleen in zijn subtiele instrumentaties, maar hij maakt ook originele, historisch geïnformeerde keuzes. Neem zijn versie van het Benedictus. Hij begint met twee maten orkestinleiding. Opvallend weinig, maar geheel in lijn met Mozarts late stijl. In Die Zauberflöte en het Ave verum komen de zangers ook meteen aan het woord. Dat Dutron met zulke zaken rekening heeft gehouden, vind ik verfrissend.”

Dutron maakte twee versies; een ‘Süssmayr Remade’, waarvoor hij zich op de thema’s van Süssmayr baseerde en een vrijere ‘Mozart Extended’. Waarom koos u op de cd voor de meer behoudende versie?

Jacobs: „Omdat die het dichtst komt bij de muziek die Mozart wellicht zou hebben geschreven. Volgens zijn weduwe zou Süssmayr zijn thema’s gebaseerd hebben op schetsen van Mozart zelf. Nu ben ik daar sceptisch over, want die schetsen zijn nooit terug gevonden. Maar we kunnen ook het tegendeel niet bewijzen. Ik heb er voor mijn opname dus voor gekozen die thema’s te aanvaarden, maar ze beter en fantasievoller uit te werken dan Süssmayr heeft gedaan.”

Op deze opname gaat historische accuratesse hand in hand met artistieke vrijheid. Waar ligt de balans?

„Historiciteit mag nooit een alibi zijn voor een gebrek aan fantasie. Natuurlijk wil ik zoveel mogelijk weten over de bronnen en over wat Mozart als mens bezig hield, maar bepaalde muzikale beslissingen zullen altijd voorbehouden blijven aan de fantasie van de uitvoerder. Zo heb ik op deze opname gespeeld met de verhouding tussen de solisten en het koor. Daar was ruimte voor, want Mozart heeft nooit gespecificeerd wie wat zingt. Ook stond voor mij de verstaanbaarheid van de tekst voorop. De declamatie is bepalend geweest voor mijn tempokeuzes, die soms wellicht verrassend zijn.”

Deze nieuwe voltooiing plaatst het ‘Requiem’ nadrukkelijk in een hedendaags perspectief. Hoe relateert u het werk aan de wereld van nu?

„Er klinkt een vrij moderne opvatting over de dood in door. Mozart was op het eind van zijn leven een overtuigd vrijmetselaar. Hoezeer dat zijn denken beïnvloedde, blijkt uit een brief die hij in 1787 aan zijn ongeneeslijk zieke vader schreef. Hij had de katholieke dogma’s van genade, hemel en hel volkomen achter zich gelaten, en accepteerde de dood vanuit een soevereine berusting.

„Ik hoor die stemming terug in het Introitus, het enige deel dat Mozart helemaal zelf heeft gecomponeerd. Hoe hij daar met de bassethoorns en de fagotten omspringt. Er klinkt een sfeer van gelatenheid, zonder dat het klagerig of larmoyant wordt. In mijn opname heb ik die toon willen treffen. Ik heb gewaakt voor iedere vorm van ijdelheid.”

De cd met Mozarts ‘Requiem’ door het Rias Kammerchor en Freiburger Barockorchester o.l.v. René Jacobs is uit bij Harmonia Mundi