‘Ik ben bang voor een burgeroorlog’

Susan Neiman Filosoof Susan Neiman is fel anti-Trump – ze wil zijn naam niet eens noemen. Maar links ontsnapt niet aan haar kritiek. Een gesprek over nepnieuws en identiteitspolitiek.

Foto Merlijn Doomernik

Of er ook iets goeds is aan president Trump? Susan Neiman (1955), een Amerikaans-Duits-Joodse moraalfilosoof, cultuurcriticus en essayist, laat haar schaterlach klinken door de lobby van het Ambassade Hotel aan de Herengracht in Amsterdam. Na een gulzige slok van haar frisdrank zegt Neiman dat ze nog nooit zo veel verzet heeft meegemaakt tegen de heersende orde in de Verenigde Staten. „Maar of dat iets goeds is? Ik denk het, zolang hij zijn minuscule vingers van de knop af houdt.”

Zoals wel meer progressieve Amerikanen is Neiman doodsbenauwd dat de president op een dag zijn verstand verliest en de wereld in een allesvernietigende kernoorlog stort. Onlangs verscheen haar essay Verzet en rede in tijden van nepnieuws, waarin ze analyseert hoe we beland zijn in een wereld waarin Trump, Brexit en Alternative für Deutschland de boventoon voeren.

Voor Neiman is Trump staatsvijand nummer één. „Ik hoor mensen nu positief spreken over Ronald Reagan en George W. Bush. Alsof dat zulke goede presidenten waren. Maar iedereen lijkt goed vergeleken met de moron die nu in het Witte Huis zit.”

U spreekt zijn naam niet uit?

„Het is een ware volkssport geworden om bijnamen voor hem te verzinnen. Een tijdje was ‘Voldemort’ heel populair, maar dat vind ik te schattig. Of ‘Cheeto-In-Chief’, die was ook even in zwang. En als minister Tillerson hem zelfs een fucking moron noemt, dan mag ik wel moron zeggen.”

Bent u niet bang dat mensen uw kritiek zullen reduceren tot een persoonlijke aversie tegen Trump?

„Niemand die ik ken spreekt zijn naam uit. Dat doe je gewoon niet.”

De namen ‘Reagan’ en ‘Bush’ kunnen wel?

„Ja. Zij waren minder vulgair, minder afschuwelijk. Ze lokten minder verzet uit, ook al was hun beleid praktisch hetzelfde. Ook zij oversimplificeerden het discours. Maar de huidige president is de meest groteske exponent van de dingen die gaande zijn.”

Valt er iets tegen te doen?

„Veel van mijn vrienden richten hun hoop op 2018, als de Democraten bij de tussentijdse verkiezingen weer de grootste partij kunnen worden. Dan zouden ze de president kunnen afzetten. In het 25ste amendement op de Amerikaanse Grondwet staat dat een president afgezet kan worden op grond van een fysieke handicap. Er is een groep van duizenden psychiaters die betoogt dat ook een gebrekkige geestelijke gezondheid aanleiding kan geven tot een afzettingsprocedure.”

Tot die tijd is er het verzet. Neiman, die zelf van school af ging om tegen de Oorlog in Vietnam te demonstreren, woont al sinds de millenniumwisseling in Duitsland, maar is niettemin danig onder de indruk van haar landgenoten. „Bijvoorbeeld toen hij zei dat hij af wilde van de klimaatafspraken van Parijs. ‘Ik ben verkozen om de burgers van Pittsburgh te vertegenwoordigen, niet die van Parijs’, zei hij. Pittsburgh sloeg terug: dan zullen wij juist méér doen dan er in de klimaatafspraken staat. Zo zijn er in het hele land ook plekken waar immigranten beschermd worden. Het is een tegenbeweging van onderop.”

Voor een deel, zegt u in uw essay, heeft links deze situatie over zichzelf afgeroepen. Wat bedoelt u daarmee?

„We leven in een tijd van ideologieën die zo dominant zijn dat ze worden waargenomen als feiten. Enkele van deze ideologieën waren progressief van aard, maar zijn gekaapt door radicaal-rechts. Ik onderscheid er drie: het neoliberalisme, de evolutionaire psychologie en het postmodernisme. Vooral de laatste is interessant in dit verband. Het idee dat de werkelijkheid afhangt van wie haar waarneemt, gaat terug op Plato. Ik sta perplex dat er elke keer weer jonge mensen op universiteiten opstaan die met dit idee komen aanzetten als iets revolutionairs. Het infecteert de politieke discussie. Ook journalisten zijn naar de universiteit geweest. Ze hebben daar Foucault bestudeerd, die stelde dat waarheid niet absoluut is, maar een machtsclaim in zich draagt.

„Hier was ik al langer bezorgd over: als je niet meer met elkaar kunt afspreken wat waar is, dan kunnen mensen ermee aan de haal gaan. En precies dat zie je nu gebeuren met Breitbart News. Deze site is sterk beïnvloed door het idee dat er geen waarheid bestaat, alleen narratieven. Dus hebben ze bedacht waar hun kansen liggen om het politieke debat te beïnvloeden: simpelweg het sterkste narratief presenteren, ongeacht de feiten.”

Zijn de postmodernisten op universiteiten zich hiervan bewust?

„In het geheel niet. Ik sprak laatst een academische vriendin, een echte aanhanger van Foucault, waarheid is relatief et cetera. Ik noemde haar iemand die het huidige presidentschap mogelijk heeft gemaakt. Ze was gechoqueerd!”

Was het woord ‘nepnieuws’ onderhevig aan hetzelfde procedé?

„Ja. Het woord werd bedacht door links, maar de kliek rond de president ging ermee aan de haal door The New York Times van nepnieuws te beschuldigen. Nu moet ik zeggen dat ik geen fan ben van die krant. De afgrijselijke Times heeft een zeer neoliberale kijk op de wereld.”

Loopt u nu niet in dezelfde val? Zie je wel, zou Trump kunnen zeggen, zelfs de linkse Susan Neiman erkent dat The New York Times nepnieuws afdrukt.

„Ik denk dat het goed is om meer dan één nieuwsbron tot je te nemen. Toen ik in 1982 voor het eerst in Berlijn arriveerde, luisterde ik naar het nieuws van beide kanten van de Muur. Samen schetsten ze wel een redelijk beeld van wat er aan de hand was. Nu nog steeds lees ik The Guardian, Haaretz, Duitse kranten, The Washington Post en, ondanks alles, The New York Times. Ik zeg niet dat je elke dag drie uur het nieuws moet bekijken, maar informeer jezelf.”

Los van haar kritiek op de drie ideologieën is er nog een ander fenomeen waar Neiman zich druk om maakt: identiteitspolitiek. Volgens haar is het gevaarlijk als minderheidsgroeperingen zich vooral bekommeren om het welzijn van hun eigen groep.

Dus u ziet wel wat in de theorie van de politiek wetenschapper en ideeënhistoricus Mark Lilla, die onlangs in zijn boek ‘The Once and Future Liberal’ de identiteitspolitiek bekritiseerde als doodlopende weg voor links?

Fel: „Nee! Lilla doet alsof de strijd tegen racisme, seksisme en homofobie een marginaal onderwerp is. Maar dit zijn geen triviale dingen. Deze strijd is extreem belangrijk en moet juist centraal staan. Het is wél dodelijk als linkse politici zich alleen nog om hun eigen ‘stam’ bekommeren. Dit stelt witte mensen in staat om vervolgens te zeggen: ‘mijn stam krijgt niet genoeg’. Wat linkse politici zouden moeten bepleiten is rechtvaardigheid voor iedereen. Het is het aloude punt van Hannah Arendt, die vond dat Eichmann niet berecht had moeten worden voor misdaden tegen het Joodse volk, maar voor misdaden tegen de menselijkheid.

„Nu hoor je witte mensen zeggen: All Lives Matter. Dit is natuurlijk waar, maar het is een banale waarheid die verdonkeremaant dat de slachtoffers van politiegeweld vrijwel exclusief zwart zijn. Zwarte mensen in Amerika moeten op een bepaald moment met hun opgroeiende zoons praten over hoe ze zich moeten gedragen tegenover een agent: wees altijd beleefd, steek nooit je handen in je zakken. Dat zijn zaken waar ik me als witte ouder nooit druk om hoef te maken. Daarom steun ik Black Lives Matter. Dat is ook een soort tribalisme, maar hopelijk wel van het soort dat ook andere groepen tot actie kan bewegen.”

Wat verwijt u de vorige president bij het ontstaan van het klimaat waarin Trump kon opkomen?

„Ik wou dat Obama de banken niet had gesteund. Maar voor de rest had hij niets anders kunnen doen. Hij werd geconfronteerd met de sterkste oppositie die een president ooit heeft moeten weerstaan. Ik ben na de verkiezingen naar de staat Mississippi gegaan om met mensen te praten. Ik vertelde ze dat ik in Ierland een bordje had gezien waarop vol trots werd verkondigd dat een verre voorouder van Obama daar gewoond had. Dit verhaal konden ze bijna niet geloven. In hun wereld werd hij alleen maar beschimpt. Dat is racisme: ze konden het niet verkroppen dat er een zwarte man met zijn voorbeeldige gezin in het Witte Huis woonde. Hiervan geef ik Fox News de schuld, niet de inwoners van Mississippi.”

Hoe kun je de Trump-stemmer op andere gedachten brengen?

„Ik ken groepen die technieken hebben ontwikkeld om mensen in kleine groepen diepgaand met elkaar te laten praten over zaken als racisme. Je moet hen niet benaderen met een houding van ‘jullie zijn racisten’, maar met vragen als: ‘Wanneer was de eerste keer in je leven dat je je bewust was van ras?’”

Dan heb je veel gespreksleiders nodig.

„Dat is waar. Je moet het zien als een steen in een meer gooien, waardoor er kringen ontstaan. Je kunt niet met iedereen praten, maar die mensen praten weer met hun vrienden en familie. En wat is het alternatief? We zijn bang voor een nieuwe burgeroorlog. En ook al vormen zijn aanhangers maar een derde van de bevolking, zij zijn gewapend.

„Een vriendin van mij, een Joodse uit een noordelijke staat, sprak laatst voor 110 politieofficieren uit Mississippi over racisme en bewustwording. De politie vindt het zelf ook niet leuk om steeds zo ongunstig in het nieuws te zijn, en ik denk dat ze ook liever geen donkere mensen doodschieten. Ik vond het een prachtig, hoopvol beeld. Stel je voor: 110 van die kerels tegenover één Joods dametje. En ze luisterden.”