Herman Hertzberger: ‘Architectuur is foute boel, we moeten beter gaan bouwen’

De 85-jarige architect uitte bij de presentatie van Bernard Hulsmans boek ‘Apenrotsen’ kritiek op de actuele stadsarchitectuur. „Er komen vluchtelingen, baby’s. Bouw woningen, geen expathokjes.”

Architect Herman Hertzberger Foto EVERT ELZINGA/ANP

Architect Herman Hertzberger (85) heeft deze week een gepassioneerde oproep gedaan voor betere architectuur in Nederland: „Niet alleen kleine hokjes voor drie ton bouwen voor expats waar je in de keuken slapen moet, waar Amsterdam en Den Haag nu mee volgebouwd worden. Maak ruimte voor woningen. Bouw zo dat er ook gezinnen in je gebouwen kunnen wonen in de stad. Want de vluchtelingen gaan komen, en de baby’s gaan komen. Architectuur moet beter. En opdrachtgevers moeten daar ook aan meewerken.”

Hertzberger deed zijn oproep woensdag tijdens de presentatie van het alternatieve architectuurgeschiedenisboek Apenrotsen en andere nauwe verwanten, Reis door de wereld van de moderne architectuur van Bernard Hulsman, in architectuurmuseum Het Schip in Amsterdam.

De titel van Hulsmans boek verwijst naar de bijnaam van een van Hertzbergers gebouwen – het gebouw van verzekeraar Centraal Beheer in Apeldoorn uit 1972, dat ook wel de ‘apenrots’ wordt genoemd.

Hertzberger toonde zich tijdens de boekpresentatie ontevreden met die bijnaam: een rots wilde hij het gebouw wel noemen, zei hij, maar apenrots, nee.

De nestor van de Nederlandse architectuur kreeg het officiële eerste exemplaar van het boek uitgereikt in een volle zaal, en greep de gelegenheid zijn onvrede over de hedendaagse architectuur in Nederland te uiten.

Neoliberaal behangsel

„Architectuur is tegenwoordig foute boel,” zei Hertzberger, „en dat komt ook door de opdrachtgevers. Die willen met minimale middelen zoveel mogelijk geld verdienen. Hoogbouw, tot 20 verdiepingen hoog, vol kleine hokjes. Architecten leveren tegenwoordig het behangsel voor het neoliberalisme.”

Opdrachtgevers zijn daar mede verantwoordelijk voor, vindt hij. Zo noemde hij de Van Nellefabriek uit 1928 in Rotterdam als voorbeeld, waarbij de architect opdracht kreeg ook een humane fabriek voor werknemers te bouwen. Opdrachtgevers voor bouwwerken geven tegenwoordig nog weinig om de sociale aspecten van architectuur, zei hij.

Totaalvoetbal

Hertzberger komt zelf in Hulsmans boek uitvoerig aan de orde, als een van de structuralisten onder de architecten, die bouwen vooral zien als ruimtelijke oplossingen zoeken voor maatschappelijke problemen.

Hulsman, redacteur van NRC, vergelijkt in zijn boek die structuralistische stroming in de architectuur met het Nederlandse ‘totaalvoetbal’, waarbij iedere speler elke rol in het veld kan spelen: gebouwen maken met structuren die verschillende (sociale) functies kunnen vervullen.

Hertzberger kon waardering voor Hulsmans tegendraadse architectuurboek opbrengen, vertelde hij, maar om nu Le Corbusier, een van de invloedrijkste moderne architecten die ook Hertzberger beïnvloed heeft een ‘fascist’ te noemen, zoals Hulsman in zijn boek doet, ging hem te ver. „Fascisten maken mensen dood,” zei Hertzberger.

Hulsman beschrijft in zijn boek hoe Le Corbusier sterk onder invloed van fascistische denkers stond, en totalitaire opvattingen over architectuur, samenleving en stedenbouw had. Hulsman citeert uit Franse boeken, die Le Corbusier een vertegenwoordiger van het ‘Franse fascisme’ noemden.

Apenrotsen gaat onder meer over de vraag hoe het totalitair geïnspireerde modernisme zo’n sterke invloed in de (Nederlandse) architectuur kon krijgen: ‘het geloof der architecten’ noemt Hulsman het, verwijzend naar Karel van het Reve, die het communisme ‘het geloof der kameraden’ noemde.

Lees ook de recensie van het boek ‘Apenrotsen en andere nauwe verwanten’

Hitler als architect

Hulsmans boek bevat diverse afleveringen van de rubriek ‘Nauwe verwanten’ die hij sinds tien jaar schrijft voor de Achterpagina van NRC. Daarin toont Hulsman aan hoe modes en imitaties van stijlelementen vaste, normale onderdelen zijn van architectuur en vormgeving, in weerwil van de romantische notie dat originaliteit de belangrijkste vereiste isbinnen de architectuur is.

Hulsman laat ook zien dat stijlen in de architectuur in wezen neutraal zijn – zo is de Amerikaanse hoofdstad Washington opgezet volgens classicistische stijlprincipes, omdat die door de stichters als typisch Grieks en democratisch gezien werden. Maar Hitler en diens hofarchitect Albert Speer geloofden ook heilig in de classicistische bouwstijl, omdat die de Grieken als raszuivere super-ariërs zagen, en wilden hun totalitaire nieuwe nazi-hoofdstad ook op neo-classicistische manier vormgeven.