Gesloten coffeeshops mogelijk weer open

Coffeeshopbeleid

Coffeeshops zijn vaak zo vol, dat klanten op de stoep moeten wachten. Toch wil burgemeester Aboutaleb geen nieuwe vestigingen toestaan.

De stad telt te weinig coffeeshops om inwoners én toeristen te bedienen. Foto Rien Zilvold

Rotterdam heeft zeven coffeeshops te weinig om aan de vraag te voldoen. Dat blijkt uit een onderzoek van bureau Ecorys dat burgemeester Ahmed Aboutaleb (PvdA) liet uitvoeren na hevige kritiek van de gemeenteraad op het voortdurend sluiten van coffeeshops. In totaal bezoeken jaarlijks ruim 53.000 klanten coffeeshops in Rotterdam. Daarvan wonen er 44.000 in Rotterdam. De overige 9.000 zijn toeristen en inwoners van omliggende gemeenten waar geen coffeeshop is, zoals Barendrecht.

Om aan de totale vraag naar wiet te voldoen zijn volgens het bureau minimaal 41 coffeeshops nodig. In Rotterdam zijn er nu 34 coffeeshops geopend. Mogelijk gaan er komende maanden drie coffeeshops open die de burgemeester onlangs heeft gesloten. De vorige week gesloten coffeeshop Trefpunt aan de Botersloot kan een nieuwe vergunning aanvragen indien deze slechts open gaat als het Luzac College, dat daar sinds twee jaar tegenover zit, gesloten is. Dat betekent dat ze op doordeweekse dagen pas na vijf uur ’s middags open mogen. Dat geldt ook voor de in augustus gesloten coffeeshop Rif nabij een school in Crooswijk.

Een andere coffeeshop, Happy Days in Charlois, kan open indien een nieuwe uitbater een vergunning aanvraagt. De burgemeester sloot deze in april nadat de politie voorraden wiet aantrof in huizen en geparkeerde auto’s in de straat.

De vraag is wat Aboutaleb nu gaat doen. Afgelopen week stuurde hij een brief aan de raad waarin hij schrijft dat de gemeente genoeg heeft aan 35 coffeeshops omdat deze de 44.000 wiet consumerende Rotterdammers kunnen bedienen. Hij zei dat hij weigert vergunningen uit te delen voor het leveren van wiet aan de 9.000 toeristen en klanten uit de regio die daarvoor naar Rotterdam komen.

„De enige manier waarop hij dit nieuwe beleid kan handhaven is dat hij het ingezetenencriterium activeert”, zegt advocaat Ilonka Kamans, gespecialiseerd in coffeeshopbeleid. „Dit criterium is onderdeel van het Rotterdamse coffeeshopbeleid. Maar Aboutaleb handhaaft dat niet. Als hij dat wel gaat doen, mogen alleen Nederlanders wiet kopen in de coffeeshops. Dan moet de politie dat steekproefsgewijs controleren en klanten na een bezoek om hun paspoort en inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie vragen.”

Op de stoep

Maar volgens de woordvoerder van Aboutaleb is dat niet de bedoeling. „Dan moeten er dus zeven coffeeshops bij”, zegt raadslid Arno Bonte van GroenLinks. „Anders zitten er voortdurend toeristen op de stoep voor de deur van de coffeeshops omdat ze vol zitten.”

De uitbater van coffeeshop Trefpunt, Ronald Khayat-Maher, reageerde gelaten op het nieuws dat hij buiten de schooltijden weer open mag. „Als ik pas vanaf zes uur wiet kan gaan verkopen, is dat een uur te laat. Want de meeste klanten komen meteen na hun werk: om vijf uur, tijdens het boodschappenuurtje. Ze gaan niet in de stad rondhangen tot ik eindelijk open ga. Dan gaan ze naar een andere coffeeshop.”

De druk op coffeeshops in het centrum is te hoog, vindt Khayat-Maher, omdat daar te weinig coffeeshops zijn om aan de vraag te voldoen. „De locatiedruk heeft de burgemeester niet meegenomen in zijn onderzoek. Je moet niet alleen weten hoeveel wietklanten de stad gemiddeld heeft, maar ook op welke plek de meeste klanten komen. In Rotterdam-Zuid heb je ook coffeeshops. Maar die hebben het veel rustiger.”

Volgens raadslid Jeroen van der Lee van de Partij voor de Dieren moet de burgemeester daarnaast onderzoeken op welke tijdstippen het spitsuur is. „Dan pas kun je de klantenstroom goed reguleren. Nu zitten we met rijen mensen op de stoep voor coffeeshops in het centrum.” Raadsleden reageerden geïrriteerd op de weigering van Aboutaleb om rekening te houden met de duizenden niet-Rotterdamse wietconsumenten. „Ze zíjn er”, zegt SP’er Leo de Kleijn. „Aboutaleb kan daar niet omheen.”