Geniet van de kleuren, en van de herfstconfetti

Ook in de herfst kun je heerlijk wandelen. Juist in de herfst, met z’n hopen bladeren, kastanjes en paddestoelen. Bijvoorbeeld op de landgoederen bij Overveen.

Foto Istock

‘Vrolijk worden van de lente, dat kan elke idioot”, sprak bioloog Midas Dekkers eens. „De herfst is het seizoen van mensen die goed bij hun hoofd zijn.” Toch oogt de najaarswandelaar voor omstanders eerder als herfstgek, met de nadruk op die laatste lettergreep. Waar de winterwandelaar gekenschetst wordt door een ferme tred om bevroren ledematen te voorkomen en de lentewandelaar te herkennen is aan een lichte huppelpas (in tegenstelling tot de zomerwandelaar, die loom voortstapt) is de natuurlijke gang van de herfstwandelaar als een geïmproviseerde dans. Het ene moment zit hij of zij gebiologeerd naast een zeldzame paddestoel, om vervolgens over de grond te tijgeren op zoek naar beukennootjes, rond te stampen in een regenplas en door bladerhopen te struinen – puur omdat het zo mooi ritselt.

Een kleverig spinnenweb in het gelaat, een wolkbreuk of een stormvlaag: het kan de najaarsavonturier niets schelen.

Die weet immers: wandelen wanneer de dagen korter worden, sterkt het gemoed. Licht helpt tegen een winterdepressie, en zelfs op een bewolkte dag vang je nog meer licht dan wanneer je binnen op de bank naast de schemerlamp zit (of onder een TL-buis op kantoor). Juist aan het begin van de donkere maanden kan de winterblues nog effectief bestreden worden, blijkt uit Gronings onderzoek – wie in januari met een seizoensdip kampt en dan pas de wandelschoenen aantrekt, is eigenlijk al te laat.

Waar te wandelen? Elke boomrijke plek voldoet natuurlijk, maar de omgeving van Overveen leent zich wel bijzonder goed voor fraaie najaarskleuren. De monumentale bomen op de landgoederen kleuren rood, oranje en geel en langs de route tref je noten en paddestoelen in overvloed aan. Hier lieten Haarlemse schilders zich eeuwen geleden al inspireren door de bosrijke omgeving.

Loop de NRC-herfstwandeling en geniet van de kleuren in Noord-Holland. Met audio-tour.

Ook eeuwenoud zijn enkele schilderachtige uitspanningen langs de route, waar je kunt pauzeren voor warme chocolademelk of om even te schommelen.

Het najaar is immers het seizoen bij uitstek om je innerlijke kind de vrije hand te geven. Op eikeldopjes fluiten, kastanjepoppetjes maken, ritselende herfstbladeren de lucht in gooien: waarom stoppen we daar op een bepaalde leeftijd mee? Is het omdat we de herfst associëren met aftakeling, met vergankelijkheid, met verval, en er zodoende bang voor worden in onze eigen nazomer?

Juist voor de herfstschuwe mens is een wandeling de beste remedie tegen die angst. Geen mooiere manier om je te verzoenen met de vijand dan door een handvol esdoornzaden als helikoptertjes de lucht in te gooien.

En wie daarbij bang is voor onbegrijpende blikken van medewandelaars, kan zich altijd beroepen op wetenschappelijk gedrag.

De aerodynamica van gevleugelde zaden heeft onderzoekers immers jarenlang voor een raadsel gesteld: het naar beneden dwarrelen ging lang niet zo snel als dat in theorie zou moeten gebeuren. Wageningse onderzoekers kwamen in 2009 in het toonaangevende wetenschappelijke tijdschrift Science met de oplossing: net als insecten- en vleermuisvleugels profiteren de relatief zware zaden van een luchtwerveling net boven de voorkant van de vleugels. En dus brachten de onderzoekers in een windtunnel de zaden aan het wervelen. Het stromingspatroon werd zichtbaar gemaakt met behulp van rook.

Dergelijke vindingrijkheid is ook de herfstwandelaar niet vreemd. Ligt er een omgewaaide boom op het pad? De route wordt gewoon wat aangepast: wandelen is improviseren. En wat voor de mens een obstakel is, is voor de natuur soms juist een zegen: het vermolmde hout van die ter aarde gestorte woudreus is een paradijs voor paddestoelen en mossen.

Over paddestoelen gesproken: proviand in overvloed langs de paden. Duindoornbessen bijvoorbeeld: vitaminerijke snacks voor onderweg. In het wilde weg plukken is uiteraard geen goed idee – noch voor de natuur, nog voor de enthousiasteling die per ongeluk een verkeerde zwam of bes plukt. Immers: alle bessen kun je eten, alleen sommige maar één keer. Bij twijfel is het beter een boswachter te raadplegen, of mee te gaan op een wildplukexcursie. En anders is er altijd wel een pittoreske boshut te vinden waar warme chocolademelk en appeltaart wordt geserveerd.

Natuurlijk kleven er volgens de herfstsceptici nadelen aan het najaar. Graag dwepen ze met de poëzie van J.C. Bloem (‘Het regent en het is november’) of met rockband Guns N’ Roses (‘It’s hard to hold a candle in the cold November rain’), daarbij vergetend dat die door hen zo geliefde regels niet eens hadden bestaan zonder de herfst. Na Dylan had nu het najaar de Nobelprijs voor de Literatuur moeten krijgen.

Ook in andere kunstdisciplines viert de herfst overigens hoogtij: de kleurenpracht van bomen heeft menig schilder geïnspireerd. Waar het pigment chlorofyl er in lente en zomer voor zorgt dat bladeren groen kleuren (en dat ze met behulp van de zon koolstofdioxide en water kunnen omzetten in suiker en zuurstof), trekken bomen in het najaar (wanneer er toch te weinig zonlicht is voor de fotosynthese) het nog aanwezige chlorofyl terug uit de bladeren en slaan het op in de takken. Daar profiteren andere pigmenten die in de bladeren aanwezig zijn van: anthocyaan (rood), xantofyl (geel) en caroteen (oranje). Welke kleur overheerst, hangt af van de boomsoort, de locatie en het weer.

Volgens de Nieuw-Zeelandse onderzoeker Kevin Gould ondervinden bomen in de herfst stress van zonlicht: het verouderende blad zou daar extra gevoelig voor zijn, en anthocyaan zou kunnen fungeren als een soort anti-zonnebrand tijdens een Indian Summer. Niets ‘ongekleurd namiddaglicht’, zoals Bloem schreef: juist een kleurenpracht dus. En los van die kleuren is er altijd nog de heerlijke geur van rottend blad.

Of in de woorden van Midas Dekkers: „In de herfst geldt voor de natuur: het is volbracht. Dieren hebben hun jongen grootgebracht, bomen zijn eindelijk bevrijd van die rotvogels met hun rotnesten en kunnen hun bladeren laten vallen, een beetje zoals wij onze schoenen kunnen uitdoen na het wandelen: hèhè, het zit er weer op. Tijd voor een borrel.”