Gat in de ozonlaag op zijn kleinst sinds 1988

De krimp heeft vooral te maken met natuurlijke omstandigheden.

Het gat in de ozonlaag in 2017 (links) versus het gat in de ozonlaag in 1988. Beeld NASA

Het gat in de ozonlaag is in bijna dertig jaar niet zo klein geweest. De Amerikaanse ruimtevaartmaatschappij NASA, die jaarlijks de stand van de ozonlaag meet, bracht dat donderdagavond (Amerikaanse tijd) naar buiten.

Hoewel het gat in oppervlakte geslonken is, is het nog steeds groter dan het aan de begin van de jaren tachtig was, toen het gat werd ontdekt. Met 19,6 miljoen vierkante kilometer is het nog altijd twee en een half keer zo groot als de Verenigde Staten.

De krimp heeft vooral te maken met wisselvallige weersomstandigheden in het Antarctische gebied, schrijft de NASA. Stormachtig weer in de stratosfeer - de atmosfeerlaag waarin de ozonlaag zich bevindt - warmde de lucht op, waardoor stoffen als chloor en broom geen kans kregen om ozon af te breken.

Schadelijke stoffen

Naast de natuuromstandigheden spelen ook maatregelen mee die de internationale gemeenschap genomen heeft om een uitbreiding van het gat te voorkomen. In 1987 werd een internationale overeenkomst gesloten met het doel de productie te staken van voor de ozonlaag schadelijke stoffen zoals cfk, dat in koelkasten verwerkt werd.

De ozonlaag bevindt zich tussen de elf en veertig kilometer boven de aarde. Het beschermt ons tegen onder meer ultraviolette straling, die huidkanker veroorzaakt.