Recensie

Eten op z’n Amerikaans in By Jarmusch

Wim de Jong is culinair recensent in Rotterdam.

Rien Zilvold

Maak een roadtrip door de Verenigde Staten en je ontdekt snel genoeg dat de diner er langs de highway nog net zo’n vanzelfsprekendheid is als een Van der Valk-restaurant bij ons. Jawel, zeker aan of in de directe omgeving van Route 66 zie je intussen ook nostalgische replica’s van dit all American-wegrestaurant, maar elders op het platteland kun je je eenmaal over de drempel van zo’n zaak nog werkelijk in een ander tijdperk wanen. Of in een roman of film natuurlijk, want figuren als Jack Kerouac, The Fonz, Tom Waits en Mickey Rourke lijken er nooit ver weg.

Net zo gemakkelijk valt je mond open in het deze zomer geopende By Jarmusch, in Het Industriegebouw aan de Goudsesingel. De naam verwijst naar Jim Jarmusch, die met zijn film Coffee and Cigarettes (2003) de klassieke American diner ook de 21ste-eeuw weer in tilde. Zonder dat eigenaren Ruben Venema en Tjeerd Hendriks zich hoefden te verlaten op allerlei kitschelementen als een jukebox, emaille reclameborden, overvloedig chroom en neon en skaileren cozy corners, creëerden ze met By Jarmusch een geslaagde Rotterdamse pendant van dit Amerikaanse erfgoed. Met dank ook aan Luuk Schotsman, de nieuwe eigenaar van het uit 1952 daterende Industriegebouw. Hij wil er jonge, creatieve ondernemers onderbrengen.

Slechts een paar beeldbepalende kenmerken van de American diner volstonden in By Jarmusch voor een maximaal effect. De fles Heinz-ketchup en het potje Colman’s mosterd op iedere tafel. Het buffet dat het hele pand bestrijkt. En niet in de laatste plaats: de dienstuniformen van het bedienend vrouwelijk personeel. Blauwe fifties-jurkjes in een strakke coupe, afgezoomd met witte biezen en met een naamplaatje op borsthoogte. Net als in de States lopen ze in By Jarmusch af en aan met koffiekannen voor een refill. Ze zeggen er nog net geen ‘honey’ bij. Geweldig aardig zijn ze wel.

Om andere redenen denk je ook in By Jarmusch trouwens weer in een filmdecor te zijn beland. Wanneer we er op een vrijdagmiddag en aansluitend nog eens op zaterdagmorgen een laatste plekje weten te bemachtigen, valt op dat het er helemaal vol zit met hippe meisjes van een jaar of twintig. Alsof een scenarist en regisseur het zo aan de casting director hebben voorgeschreven. Het moet in de klandizie van aanverwante Rotterdamse hotspots toch een enorm gat slaan.

Zoals bekend eet de meerderheid van die foodie-meisjes tegenwoordig graag gebakken granola of een bowl acaibessen- en chiazaden voor ontbijt, en By Jarmusch heeft ze voor 6,50 euro elk op de kaart. Wij houden het die eerste middag net zo keurig op een prima soepje (wortel, gember, wodka en basilicum; 6 euro), een dito capponatasalade (6,50 euro) en een Caesersalade (sic) van 4,50 euro. Zo houden we voor de volgende ochtend alvast wat ruimte vrij voor een of twee van die gerechten die wél tot de traditionele American diner-keuken kunnen worden gerekend.

By Jarmusch pakken ze in dat aanbod breed uit. Er is keuze uit pancakes en wafels (vanaf 5 euro) met 18 zoete en hartige toppings, uit vijf verschillende omeletten en ‘scrambleds’, en vijf forse sandwiches met diverse ‘subs’, waaronder uiteraard ook de roemruchte boterham waarmee Elvis aan zijn overtollige pondjes kwam: die met pindakaas, banaan en bacon; 8,50 euro).

Mijn ogen waren in By Jarmusch helaas iets groter dan mijn maag. Na een voortreffelijke maar wel heel machtige chilli cheese steak (200 gram rib-eye met ‘vegetarische’ chiliboontjes, cheddar, lente-ui en relish; 18 euro) viel toch nog enigszins onverwacht voor mij het doek. Ook mijn tafelgenote moest al meteen na haar clubsandwich passen. Niet heel erg: ik vermoed dat we nog wel een paar zaterdagochtenden in dezelfde ‘film’ willen zitten.