Recensie

Een krimpleven in een krimpgebied

Tommy Wieringa

Het meesterlijke De heilige Rita is tegelijkertijd de Grote Twentse Roman en volkomen Europees.

Illustratie Paul van der Steen

Sinds kort is er meer aan de hand in Mariënveen dan het weer. De veranderingen dienden zich daar, in een vergeten stuk grensland, in feite al lang geleden aan, maar toen viel het nog te verhapstukken. Dat Bar-Feestzaal Kottink werd overgenomen door Chinezen en tot Shu Dynasty omgedoopt: ach. Het biljart en de flesjes Grolsch bleven voorhanden. Dat er een supermarkt kwam die versproducten ging verkopen: tja. De kruidenierszaak van Hedwiges Geerdink beperkte zich tot conserven, maar ging niet kopje-onder. Dat de pinautomaten verdwenen – ja, toen werd het een optelsom.

Verandering, migratie, invloeden van buitenaf: in Lomark, het fictieve dorp-aan-het-uiteinde in Tommy Wieringa’s doorbraakroman Joe Speedboot (2005), was de komst van een nieuwkomer nog iets opwindends. Zijn nieuwe roman De heilige Rita is een diapositief van die eerdere plattelandsroman: in het even fictieve Mariënveen leiden de veranderingen zeker niet tot energie of levendigheid. De toonzetting is nu melancholisch, de zindering in de lucht is dreigend, niet aangenaam. Zie al deze zinnen waar de roman mee opent: ‘Paul Krüzen spuwde in zijn handen, greep de steel vast en hief de bijl boven zijn hoofd. De stronk op het hakblok spleet maar barstte niet uit elkaar.’ De bijl van Wieringa voelt als de revolver van Tsjechov: vóór het einde van het boek, vermoed je, zal daardoor wel een dode gevallen zijn. Al geeft die onmachtig gespleten stronk ook te denken.

Authentieke SS-dolken

Paul woont in een Mariënveense boerderij, waar hij voor zijn oude vadertje zorgt en een webshop in militaire parafernalia bestiert. (Zonder scrupules doet hij zes authentieke SS-dolken op de post ‘voor ongetwijfeld een clubje jonge neonazi’s’ – hij leeft niet in de wereld waar dat morele wroeging geeft.) Voor warmte klopt hij aan bij een prostituee die Rita heet, voor zielenheil is er ergens nog de heilige Rita, ‘patrones van de hulpeloze gevallen’.

Aanzet des aanstoots: in het kielzog van het dorpscrimineeltje duikt er een vreemde Rus op in Shu Dynasty. Na het biljarten schroeven ze hun keus uit elkaar ‘als huurmoordenaars’.

De heilige Rita vertelt het verhaal van een krimpleven in een krimpregio – maar Wieringa’s versie van dat bekende verhaal voelt wel als het ultieme verhaal. Want: beschreven in puntgave voltreffers van zinnen, die rijk zijn aan metaforen en symboliek, maar de grens naar het melodrama niet overschrijden. Precies daarom roepen ze associaties op met de stijl van Wieringa’s literaire voorbeeld James Salter. Soms kan Wieringa’s stijl too much zijn, nu is het precies goed.

Ook is dit opnieuw een roman van Wieringa over migratie: na de mooie, maar ook cerebrale Libris Literatuurprijs-winnaar Dit zijn de namen (2012) en de goedbedoelde mislukking De dood van Murat Idrissi (2017) is de nieuwe roman zeker de meest gevoelvolle over het thema. Maar bovenal voelt De heilige Rita ultiem omdat je deze roman best een Grote Twentse Roman kunt noemen, die de vinger legt op de tragiek van de specifieke streek en van déze personages, maar net zo goed is het de Grote Roman van het Oude Continent, want die invloeden van buitenaf, die mannen als Krüzen bedreigend vinden, zijn ook ‘de zegeningen van het nieuwe Europa’.

Wieringa toont hier zijn volle vermogens als verhalenverteller en beheerst ze meesterlijk. De toonzetting van De heilige Rita is niet alléén melancholisch, er is ook argeloosheid. De eerste nieuwkomer in Mariënveen brengt namelijk nog wél Speedboot-achtige opwinding: als Paul Krüzen klein is, stort er op de es een sproeivliegtuigje neer met daarin een gevluchte Sovjet-piloot. Wieringa zoomt al op hem in in de lucht boven het grenzeloze continent – vanwege die symboliek natuurlijk, maar het is ook een trefzeker ingezette perspectiefwisseling. Daarmee creëert Wieringa eerst een sfeer van heroïek, Mariënveen voelt zich het beloofde land, maar later krijgt de waardering voor de Rus een naargeestige bijsmaak: rond hem wordt een carnavalswagen opgericht, maar na de optocht wordt hij wel érg hartelijk dronken gevoerd. Uiteindelijk krijgt de sfeer van onheil de overhand, de Rus verwoest het gezin. Ziedaar de bron van Krüzens huidige haat.

Plaats in de voedselketen

Dat is maar één lijntje in de roman, maar dit voorbeeld toont hoe Wieringa zijn verhaal niet eenduidig of eendimensionaal vertelt, hoe hij de voldongen feiten van het buitengebied reliëf geeft. Door het onheil te laten groeien uit iets onschuldigs en terug te voeren op de persoonlijkste aangelegenheden, toont Wieringa bovendien hoe de grote angsten van deze tijd nauw samenhangen met de kleine menselijke vrees. ‘Je moest je plaats in de voedselketen kennen, dacht hij. Je plaats in de voedselketen, en je wapenen’, bezweert Paul aanvankelijk nog. Zijn xenofobie vlamt op door een noodlottig incident, en dan richt Paul zijn beschuldigende vinger direct op de Rus en zint op wraak. De bijl duikt weer op: ‘Het ene na het andere blok zette hij op de gegroefde beukenstomp, elke klap was raak. Als een oordeel zweefde het bijlblad door de lucht. Wraak was het zuiverste recht.’

Maar kán deze falende man het ook, wraak nemen? Hoezeer we er ook op af lijken te stevenen, hoezeer de spanning ook blijft zinderen: De heilige Rita eindigt niet als een kille, hard-boiled western. Uiteindelijk gaat het in deze roman niet alleen over grote thema’s als krimpregio’s, xenofobie of de wraak van de man-in-het-nauw, maar bekommert Wieringa zich om de mensen – hij brengt het grote verhaal terug tot menselijke proporties. De roman eindigt verrassend teder en triest – Wieringa tóónt dat niet alleen, hij laat het je voelen.