Dit is het Silicon Valley van Nederland

High Tech Campus Op de ‘slimste vierkante kilometer ter wereld’ zijn 165 bedrijven gevestigd en werken 11.000 mensen. “Iedereen heeft het altijd maar over Silicon Valley, maar wij zijn hier net zo goed, zo niet beter.”

Het voormalige Philps Natuurkundig laboratorium (NatLab) aan de zuidkant van Eindhoven groeide uit tot de High Tech Campus. Foto Paul Raats

Ooit stond er alleen de uitvindingenfabriek van Philips. Nadat Philips het terrein in 2002 ook opende voor andere bedrijven, groeide de High Tech Campus uit tot een belangrijke pijler onder het groeisucces van Eindhoven. Vandaag de dag zitten er 165 bedrijven en is de campus naar eigen zeggen de ‘slimste vierkante kilometer ter wereld’, waar 11.000 mensen werken. Zes knappe koppen die op de High Tech Campus werken:

Omna Toshniwal (26), user experience designer bij Philips

„Het was in het begin wel moeilijk om hier te wennen. Tijdens mijn bachelor zat ik op een hele fijne campus in India met mijn vrienden. Na de verhuizing miste ik hen en mijn familie heel erg. In Eindhoven moest ik opeens mijn eigen eten koken, voor mezelf zorgen, heel onafhankelijk zijn. Dat was wel spannend, maar ook wel verfrissend. Ik heb er veel van geleerd. Nu heb ik een eigen appartementje en een vriendje. En vrienden die bij start-ups en bedrijven als ASML werken.

„Na mijn master human interaction design ben ik bij Philips gaan werken. Ik werk met potentiële klanten. Ik kijk hoe mensen op onze technologie reageren, en dan meestal de digitale kant. Mijn taak is om op te komen voor de belangen van de gebruikers. We zitten in een multidisciplinair team en dan moeten we afwegingen maken. De programmeurs willen natuurlijk de nieuwste technologie erin. Dan is het mijn taak om te zorgen dat dit op zo’n manier gebeurt dat het ook geschikt is voor de gebruikers.

„Ik ben in onze groep helemaal niet de jongste. Het is heel internationaal. Ik heb Hongaarse vrienden op het werk, Indiërs, Italianen, Australiërs. De mensen zijn er slim en vriendelijk.

„Onze plek op de High Tech Campus is heel cool. Het beste is het meertje. Je ziet echt heel veel mensen een wandelingetje rond het meer maken tijdens de lunch. Soms houden we zelfs wandelend vergaderingen.”

Guus Frericks (45), oprichter HighTechXL

„Ik ben echt een Philips-product. Mijn moeder heeft 30 jaar bij Philips gewerkt, mijn vader 42,5 jaar. Iedere avond praatten ze over de werkdag. Ik weet nog dat mijn moeder zei dat ze aan een geheim project werkte dat de tv zo dun als een boek zou maken. ‘Wow, mijn moeder kan toveren’, dacht ik.

Na mijn studie ben ik via Philips bij NXP beland. Na tien jaar over de hele wereld wonen en werken ben ik naar Eindhoven teruggekeerd om te doen waar ik blij van word: investeren in bedrijven én techondernemers helpen van hun technologie een echt bedrijf te maken. Het was hier helemaal veranderd. Vroeger, toen hier alleen nog Philips Natlab zat, stonden er hekken om de campus. Die hekken waren weg. Nu zitten er 165 bedrijven die op een vierkante kilometer werken aan de technologie van de toekomst.

Iedereen heeft het altijd maar over Silicon Valley, maar wij zijn hier net zo goed, zo niet beter. Alleen is onze cultuur calvinistisch en trommelen we onszelf niet zo op de borst. Dat moet wel. We opereren in een wereldwijde economie en voeren een ‘war on talent’ met andere hotspots.

Met HighTechXL begeleiden we jonge techondernemers. Wij halen ze ook van over de hele wereld hierheen om nieuwe bedrijfjes te starten zodat ze hier groeien. Het zijn dus niet alleen ASML en Philips die kenniswerkers hierheen halen. Hightech is een heel ander spel dan dat van internet-startups. Het is wetenschappelijk gedreven, het duurt jaren aan onderzoek voor je überhaupt een prototype hebt. Aan het eind van de dag redt 95 procent van de startende techbedrijven het niet, 5 procent wel. Wij willen die ratio omhoog halen en zitten nu op 20 tot 25 procent.”

Julia van Zanten (30), ontwerper en co-oprichter van start-up LifeSense

„Bezoekers kijken altijd raar op van het ondergoed dat altijd op mijn bureau ligt. Maar hey, dit is mijn werk. Ik moet kijken of de snit wel goed is en of de naden netjes zijn weggewerkt.

Ons product heet Carin. Het is lingerie voor vrouwen die last hebben van urineverlies. Het bestaat uit mooi ondergoed waar je een wearable op kunt klikken. Die meet bij welke activiteit je er het meeste last van hebt. Bij de wearable hoort een trainingsapp voor je bekkenbodemspieren. Ik ga over het ondergoed, mijn collega Valer over de wearable.

Ik heb een tijdje in Londen gewerkt in de ontwerpindustrie. Ik raakte een beetje gedesillusioneerd daar. Ik ontwierp linnengoed voor superjachten. Dan wilde de eigenaar dat het bloemetjesmotiefje paste bij de bloemen in zijn tuin. Maar dat was niet waarom ik ontwerper ben geworden. Ik wil iets nuttigs doen.”

„Ik ben op dit onderwerp gekomen na een vakantie met mijn opa. Die is landschapsarchitect en houdt heel erg van wandelen. Maar hij wilde telkens niet mee, heel gek. Toen bleek dat hij last had van urineverlies, maar dat hij niet zo’n pamper wilde dragen. Het zette me aan het denken.”

„Het is grappig om op de High Tech Campus in een bedrijf met veel vrouwen te werken. Wij praten de hele dag over ondergoed en bekkenbodemspieren. Ik realiseer me hierdoor dat er veel meer vrouwen nodig zijn om producten geschikt te maken voor vrouwen. Vrouwen hoeven bijvoorbeeld echt niet te weten hoeveel milliliters ze precies verliezen, die willen die informatie visueel. Is het meer of minder dan vorige week? Om alle details goed te krijgen, heb je vrouwen nodig.”

Guido Groet (52), chief commercial officer Luxexcel

„Traditionele glazenmakers slijpen, terwijl wij met een 3D-printer een druppeltechniek hanteren. Daardoor kun je brillen met unieke specificaties maken, bijvoorbeeld een bril voor piloten die boven en onder leesbril is zodat ze hun instrumenten en meters kunnen lezen. Ook kunnen wij in onze glazen een laag verwerken zodat je er bijvoorbeeld data in kan projecteren. Wij zijn de enige ter wereld met een 3D-printmachine voor brillenglazen. De eerste is commercieel in gebruik en staat in North Carolina bij een brillenlab dat het overheidscontract heeft voor glazen voor veteranen.

Ik heb jaren in Silicon Valley gewerkt, daar hoor je mensen om je heen businessplannen maken. Die dynamiek heb je hier ook. Wij zitten hier vanwege de werknemers. De campus biedt een leuke werkomgeving en je kan makkelijk mensen bij de buren jatten. Wij zoeken mensen die zeggen: dit is cool, hier wil ik bij zijn. We betalen niet het meeste maar geven opties zodat men kan meedelen in het succes van het bedrijf.”

Nard Sintenie (48), partner bij Innovation Industries

„Kruisbestuiving, het is een bullshitbingo-woord, maar het is wat de campus zo bijzonder maakt. Het is een verzamelplaats van hightechbedrijven, ook veel buitenlandse. Je kan hier makkelijk iemand tegenkomen en denken: hé, daar kan ik iets mee. Als je een nieuwe machine ontwikkelt, teken je die misschien wel zelf, maar je gaat niet alle onderdelen zelf ontwikkelen. Dan ga je samenwerken. Alle bedrijven daarvoor zitten hier. Je kan in Groningen gaan zitten, maar hier is het makkelijker.

Wij zijn investeerders. Innovation Industries is ons nieuwste fonds, we hebben 75 miljoen euro opgehaald bij particuliere investeerders en pensioenfonds PME. We investeren in hightechbedrijven die voorbij de hele vroege start-upfase zijn. Die een hele mooie en meestal gepatenteerde technologie hebben. Die geld nodig hebben om de markt op te gaan en daar ook hulp bij willen. Wij roeien echt mee. Veel supertechneuten zijn onbewust onbekwaam. Die denken: ik heb supermooie technologie, ik ben klaar.”

Krishna Sreerambhatla (42), directeur business development

„Ik ben geboren in India, opgegroeid in Kenia en heb daarna electrical engineering gestudeerd aan het het Indian Institute of Technology. Net voor ik afstudeerde kwam Philips rekruteren op de campus. Zo ben ik hier in 1998 in Eindhoven bij het NatLab beland als ontwerper van geheugenchips. Twee jaar later sprak ik Nederlands. Als ik hier wilde blijven wonen vond ik dat ik de taal moest beheersen. Dat is nog niet zo makkelijk want Nederlanders schakelen snel over naar Engels, zeker in deze industrie.

Na Philips ben ik bij NXP beland, heb ik een MBA in Rotterdam gevolgd en voor PwC gewerkt. Daarna ben ik bij ASML acht jaar directeur business ontwikkeling geweest. Dan ben je op zoek naar bedrijven om over te nemen en om in te investeren. Ik was bijvoorbeeld verantwoordelijk voor de overname van Cymer uit San Diego voor 3,5 miljard dollar.

Sinds vorig jaar werk ik bij Applied Materials – een groot Amerikaans bedrijf – in dezelfde functie. Binnenkort verhuis ik daarom ook naar Silicon Valley.”