Recensie

Die luxe gaat voorbij, o en voorgoed voorbij

Philipp Blom

Trefzeker en onheilspellend, zoals de Duitse historicus schetst welke problemen er op ons afkomen. Doemdenken, maar uiterst geloofwaardig.

Parijs, gezien vanaf de Tour Montparnasse. Foto AFP/Lionel Bonaventure

Het is een ambitieuze onderneming, een boek schrijven met de titel Wat op het spel staat. Zeker gezien de andere woorden op het omslag, die het antwoord geven op de titel: democratie, welvaart, rechtsstaat, vrijheid, klimaat en tolerantie. Welke uomo universale gaat ons dat eens even allemaal uitleggen, en dat in 222 pagina’s?

Dat doet Philipp Blom (1970), en dat doet hij goed. De Duitse filosoof, historicus en schrijver heeft zich al vaker een uitmuntend geschiedschrijver getoond, met boeken over de meest uiteenlopende onderwerpen, zoals verzamelen, de Verlichting, Oostenrijkse wijnen en de jaren tussen 1900 en 1914 in Europa. In Wat op het spel staat richt hij zich op de actualiteit, met een even verbluffend als apocalyptisch betoog over de bedreigingen die ons te wachten staan.

(Tussentijdse noot: waarom lijden correctoren collectief aan het waanidee dat het woordje ‘er’ overbodig is? In de vertaalde titel van het boek had het niet mogen ontbreken.)

Waarschijnlijk hebt u de rouwkaarten nog niet geschreven, maar volgens Blom is het tijd om afscheid te nemen van de idee dat wij nog jaren voort kunnen met onze liberale, consumentistische westerse samenleving. Dit type samenleving gaat eraan, en snel ook. Komt de weerstand niet van de planeet, die weigert nog verder uitgebuit te worden, dan zijn het wel de nationaal-populisten à la Steve Bannon of de technologische vooruitgang die ons komen halen. Niets is dan nog zeker, ook onze felbevochten democratie en mensenrechten niet.

Het knappe is dat de Duitser die naderende ondergang beschrijft zonder zich ook maar één keer een complottheoreticus te betonen. Zijn boek is een intellectueel coherente exercitie, met een toon die wel iets weg heeft van de lichtvoetigheid waarmee de Israëlische historicus Yuval Noah Harari zijn bestsellers schreef. Sommige van Bloms zinnen mogen op een tegel: ‘De honger van het Westen vreet zich met de dag dieper de regenwouden in.’

Een enkele keer vraag je je af of het wel goedkomt met alle lijnen die Blom aan elkaar knoopt. Hij gaat van klimaat naar fascisme naar robots en weer terug. Steeds redt hij zich eruit, al heeft hij daar af en toe een salto mortale voor nodig. Als hij de vergelijking aandurft tussen het rechtse populisme en het historische fascisme, bijvoorbeeld. Zou je dat nou wel doen?

Blom blijft koel. Fascisme, schrijft hij, ‘wordt een volstrekt zinloos woord als het willekeurig wordt toegepast op elke nationaal-populistische beweging. […] Niet iedereen die op een verkiezingsbijeenkomst slogans schreeuwt, is een fascist, niet iedere leider een Hitler – alleen Hitler was Hitler’. In plaats van de directe vergelijking benadrukt Blom elegant de ‘familiegelijkenis’: het nationaal-populisme en het fascisme zijn beide een uiting van de ‘opstand tegen de alles vermorzelende moderniteit’.

De eerste helft van het boek is een vrij conventionele schets van de problemen die op ons afkomen. Als Blom daarna beschrijft hoe die problemen in elkaar zullen grijpen, krijg je het als lezer benauwd. De historicus oordeelt hard over de westerling, die al zappend, rommel kopend en vlees etend nog niet het flauwste benul heeft van wat hem zal overkomen. Diep van binnen weten we heus wel dat er iets moet veranderen, te beginnen met minder vraatzuchtig consumeren, maar we willen het niet weten. Toekomstige historici zullen ernstige moeite hebben om deze laksheid te duiden, aldus Blom – zij zullen immers leven in een wereld die opkrabbelt uit de totale ineenstorting.

Dat is waar zijn betoog wat gaat wringen. De door Blom geschetste bedreigingen zijn uiterst reëel, maar tegen het eind fantaseert hij er pagina’s lang op los over een toekomst waarin we wél de moed hebben om radicale besluiten te nemen. Hier maakt de koele analyse plaats voor ongefundeerde futurologie.

Maar toch. Leest u deze recensie vanuit uw leunstoel, kauwend op een karbonaadje, de linker wijsvinger op de afstandsbediening en afgeleid door een nieuwe melding op Facebook: het gaat voorbij. Dat is doemdenken, inderdaad – maar dan wel subliem beargumenteerd.