Recensie

De tijdgeest heeft ‘nazi-game’ Wolfenstein ingehaald

Game

Wolfenstein blijft een controversieel spel. Vorige week verscheen een nieuwe editie. En weer klinkt kritiek op de belangrijkste opdracht van de game: nazi’s jagen in de VS. Maar nu uit andere hoek dan 25 jaar geleden.

Toen Wolfenstein 3D in 1992 op de markt kwam, kreeg het spel een storm van kritiek over zich heen. Het gebruik van nazi-symbolen in de game over een Amerikaanse soldaat die Hitler bevecht zou smakeloos zijn.

Nu, 25 jaar later, levert een nieuw deel van Wolfenstein weer een controverse op. Het bevechten van de nazi’s is hier een „linkse machtsfantasie”, tweetten boze gamers de afgelopen weken. Nazi’s vermoorden? Dat zou losgeslagen linkse activisten kunnen inspireren. De tijdgeest heeft Wolfenstein ingehaald.

Ontwikkelaar MachineGames ging er met gestrekt been tegenin: advertentieleuzen als ‘Not My America #NoMoreNazis’ en ‘If You Are A Nazi, GTFO!’ volgden.

Geen toeval, blijkt nu. Wolfenstein II: The New Colossus draagt haar politieke denkbeelden met trots uit. De eerste tien minuten zijn een gruwelijke parade van verschrikkingen met een simpele moraal – hoe je omgaat met de zwakkeren in de samenleving is tekenend voor wie je bent.

In deze opening openbaart de game bovendien eindelijk de achtergrond van B.J. Blazkowicz, al 25 jaar de bekendste nazi-jager in gaming: hij is Joods, net als zijn moeder. Zijn vader was een ‘white supremacist’, die zijn zoon mishandelde omdat de jonge B.J. verliefd werd op een Afrikaans-Amerikaans meisje.

Nazi’s baas in VS

In de alternatieve geschiedenis van Wolfenstein hebben de nazi’s de Verenigde Staten veroverd. B.J., na deel één gehandicapt in een rolstoel, moet aan de nazi’s zien te ontsnappen en zich weer voegen bij zijn verzetsgroep. Hij krijgt hulp van een diverse groep vrijheidsstrijders, onder wie Grace Walker en haar blaxploitation-achtige team van stoere Afrikaans-Amerikaanse vrouwen. Ze binden de strijd aan met Irene Engel, de kwaadaardige opperbevelhebber van de nazi’s in de Verenigde Staten die nooit het niveau van karikatuur ontstijgt.

Wolfenstein kent sinds de reboot verrassend genoeg emotionele diepgang én humor. Bizar en meesterlijk slingert de game van een serieuze, moeilijke verhandeling over racisme, diversiteit en Jodenhaat naar een maffe klucht met een nazi-basis op Venus, dronken grollen en een varken als teammascotte. Zonder multiplayermodus voelt Wolfenstein zich vrij om vol voor het verhaal te gaan.

Maar niet alleen het verhaal is de moeite waard – de game schiet nog steeds net zo lekker weg als deel één. Sluipend door de straten en gebouwen van nazi-Amerika probeer je de kapiteins van je tegenstanders om te brengen voordat zij het alarm aan kunnen zetten. Lukt je dat niet, dan breekt een enorme chaos uit: chaos die je onder de knie moet krijgen als je het pittige tegenvuur wil overleven. Is het eerste schot gelost, dan is frontaal in de aanval gaan de beste zet.

Nog steeds kent de game heerlijk ouderwetse onderdelen als gezondheidskits en bepantsering die overal voor het oprapen liggen. De strijd verloopt op hogere snelheid dan deel één – bij vlagen doet het denken aan de remake van Doom – en met soms bijzonder gruwelijke beelden. Voor empathie met je tegenstanders is geen plek. Of zoals ontwikkelaar Jerk Gustafsson graag zegt: „Er zijn veel dingen die je kan doen met een hakbijl en een nazi.”