Interview

De man die Poetin uit de wind hield bij dopingfraude

Richard McLaren, dopingonderzoeker

De schokkende uitkomsten van zijn onderzoeken naar systematische, grootschalige misstanden met doping in Rusland verrasten zelfs Richard McLaren. Maar onder druk van het Kremlin besloot hij een concessie te doen en de term ‘staatsgestuurd’ te schrappen in zijn rapportage.

Richard McLaren: „Mijn bron Grigori Rodtsjenkov leeft in de VS onder getuigenbescherming van de FBI. Liegen zou betekenen dat die beveiliging wegvalt.” Foto Roger Cremers

Eerst geschokt, daarna verweesd liet Richard McLaren de internationale sportwereld achter, nadat hij bij twee onderzoeken mede de grootschalige Russische dopingfraude had ontrafeld. Die man komt op een zaterdag, casual gekleed, vanuit de lift in een wolk van verontschuldigingen de lobby van een Amsterdams hotel binnenlopen. Later dan afgesproken, waarvoor duizendmaal excuus. Hij werd opgehouden door tal van telefoontjes, vandaar. Maar bon, nu eerst een biertje.

Vanachter zijn innig verlangd glas schuimend gerstenat blikt de 72-jarige, in internationaal sportrecht gespecialiseerde, Canadese advocaat terug op het intensieve speurwerk waarmee hij Russen tot de risee van de mondiale sportwereld degradeerde. Niet in de laatste plaats tot zijn eigen verbazing. „Deze schokkende uitkomsten had ik absoluut niet verwacht”, zegt McLaren, voordat hij een Amsterdams museum gaat bezoeken om aansluitend een copieuze maaltijd te nuttigen en daags erna terug te reizen naar London, Ontario, waar hij aan de Western University rechten doceert en op het vooraanstaand advocatenkantoor McKenzie Lake jongere collega’s begeleidt.

McLaren was kortstondig in Nederland, te gast als keynote speaker op de internationale sportrechtconferentie van het Asser Instituut in Den Haag. De laatste dag van zijn verblijf verlangde hij naar Amsterdam. McLaren wilde even afstand nemen van Rusland en doping, van Rusland en zijn vele foute officials, maar vooral van Rusland en zijn verderfelijke, van overheidswege gedoogde dopingnetwerken.

Rusland had hem onthutst. Eerst als lid van de commissie-Pound, die na onthullingen van de Duitse tv-journalist Hajo Seppelt de grootschalige smeerlapperij met doping in de Russische atletiek had blootgelegd. Later in de commissie met zijn naam, die opnieuw in opdracht van het wereldantidopingagentschap WADA misstanden met doping in de andere Russische sporten onderzocht. Aanleiding was het klokkenluidersverhaal van dr. Grigori Rodtsjenkov, de gevluchte oud-directeur van het Moskouse dopinglab, in The New York Times. Daarin ontsluierde hij de manipulatie van dopingmonsters op de Winterspelen in Sotsji, onder andere door de verwisseling van flesjes.

Een keiharde beschuldiging. Honderd procent zeker van dat changement?

McLaren: „Zo zeker als ik maar zijn kan. Bij lezing van Rodtsjenkovs interview was ook mijn eerste reactie: onbestaanbaar zo’n ruil. Ik wist niet beter of dopingflesjes zijn niet te openen zonder schade toe te brengen. Daarom moest ik me er eerst van overtuigen dat die doppen hoe dan ook verwijderd konden worden.”

Hoe deed u dat?

„Met inschakeling van een Britse ballistische expert. Na enkele weken meldde hij erin geslaagd te zijn de dop van zo’n flesje te halen. Ik vroeg hem dat voor mijn ogen te demonstreren. Hij liet me gedetailleerd zien hoe dat ging, van begin tot eind. Onder een microscoop toonde hij de krasjes als gevolg van verwijderde ringen van het sluitingssysteem. Een vergelijking met verwisselde flesjes, waarover wij beschikten, bracht identieke krasjes aan het licht. Hoe nauwkeuriger we de flesjes vergeleken, des te beter zagen we gelijkenissen. Ik stelde vast dat het daadwerkelijk mogelijk was de dop van het flesje te schroeven zonder het zichtbaar te beschadigen. Met die informatie ging ik naar Rodtsjenkov, die me vervolgens het wisselsysteem van de dopingmonsters uitlegde.”

Hoe betrouwbaar is een man die onderdeel was van het Russische systeem?

„Dat was belangrijk om te checken. Mijn conclusie: zeer betrouwbaar. Rodtsjenkov is naar de Verenigde Staten gevlucht en leeft daar onder getuigenbescherming van de FBI. Liegen zou betekenen dat die beveiliging wegvalt en hij wordt teruggestuurd naar Rusland. Het laat zich raden welke enorme risico’s Rodtsjenkov dan loopt. Uit eerdere contacten van de commissie-Pound achtte ik hem onbetrouwbaar, omdat zijn laboratorium in Moskou was voorzien van verborgen camera’s en opname-apparatuur. Maar na zijn vlucht ligt dat anders, ondanks zijn verleden.”

Netflix maakte de documentaire Icarus, over het Russische dopingschandaal:

Rodtsjenkov is uw belangrijkste bron en u bent voor onderzoek niet naar Rusland geweest. Waarom niet?

Glimlachend: „Ik had hoogstwaarschijnlijk geen visum gekregen. In Rusland was ook niemand bereid door mij geïnterviewd te worden. We hadden wel een assistent in Rusland en contact met een advocaat binnen de hiërarchie van het ministerie van Sport. Ik sprak met sporters en officials in Zwitserland, op neutraal terrein. Ik beschikte daarnaast over een elektronische databank, sms-berichten van getapte telefoons plus interviews, buiten Rodtsjenkov, met andere betrokken Russen. Bij elkaar maakte het dat voor mij niet noodzakelijk naar Rusland af te reizen. Voor een perfect onderzoek zou het misschien beter zijn geweest, maar ik had ook slechts 57 dagen tot de Olympische Spelen van Rio de Janeiro om te rapporteren, plus een beperkt budget van zo’n twee miljoen dollar.”

De overheid ontkent elke betrokkenheid bij een dopingsysteem. Hoe ziet u dat?

„Ik heb daarover intensief gesproken met Vitaly Smirnov, IOC-lid en door president Vladimir Poetin aangesteld als hoofd van een nieuwe antidopingcommissie. Zijn principiële punt: Rusland mag een dopingprobleem hebben, maar er bestaat geen staatsgestuurd systeem. Met andere woorden: houd Poetin en zijn inner circle er buiten. Ik zei hem: mijn informatie stokt bij Vitaly Moetko, de toenmalige minister van Sport. Ik heb geen bewijs dat het verder is gegaan. Doordat de minister van Sport erbij was betrokken, evenals ambtenaren van zijn departement, zou je van ‘staatsgestuurd’ kunnen spreken. Maar dat zien de Russen anders. Ik wilde de Russen tonen dat ik luisterde naar wat zij te vertellen hadden. Ik was het niet met Smirnov eens, maar heb zijn informatie nauwkeurig opgenomen. Dat is de reden dat ik de formulering van staatsbemoeienis heb veranderd in: an institutional system liked manipulation of doping controls. Ik beschuldig Rusland dus niet van staatsgestuurde doping.”

En dat meent u?

„De formulering van de Russen is noodzakelijkerwijs niet mijn mening. In Icarus (documentaire waarin het Russische dopingprogramma wordt blootgelegd, red.) spreekt Rodtsjenkov van ‘een door de staat gestuurd systeem’. Zijn mening. Maar als je zwart op wit iets beweert, moet je bewijzen hebben. En die heb ik in deze niet. Vandaar die concessie.”

Kijkt u na twee onderzoeken anders tegen het dopingprobleem aan?

„In zekere zin. Mij intrigeert dat hooguit drie procent van het werkelijke dopinggebruik wordt opgespoord, terwijl uit sociologische rapporten blijkt dat het percentage tussen de 30 en 40 procent zou moeten liggen. Dat verschil zou ik graag onderzoeken. De verklaring? Ik weet het niet, maar een element is dat op internet instructies staan over dopinggebruik en het ontwijken van een positieve test.”

In uw conferentie-toespraak kapittelde u de sportbonden. Waarom?

„Vanwege een schrijnend gebrek aan fatsoenlijk bestuur. Ik ben al bijna 25 jaar arbiter van het sporttribunaal CAS en durf uit ervaring te beweren dat de slechte governance voor vrijwel alle sportbonden geldt. Waarom werd bijvoorbeeld de wereldatletiekbond IAAF zo corrupt? Omdat het financiële beheer bij de voorzitter lag en zijn zoon verantwoordelijk was voor de marketing. Beiden beheerden ook nog eens het dopingdepartement.”

Heeft u een oplossing?

„De vele vrijwilligers waar bonden van afhankelijk zijn te vervangen door professionals. Vrijwilligers, die vaak gratis de wereld over vliegen en in dure hotels verblijven, hebben de neiging om bij grote fouten weg te kijken. Bij hen ontbreekt al snel de echte wil om dubieuze zaken aan te pakken, met als gevolg dat het probleem later in hun gezicht explodeert. Zoals bij uitstek in Rusland is gebeurd.”