AOW-leeftijd gaat in 2023 niet omhoog

Het is voor het eerst sinds 2013 dat de AOW-leeftijd niet omhoog gaat. Dat heeft te maken met de lagere levensverwachting.

Vijf jaar geleden heeft het kabinet besloten om de AOW-leeftijd in etappes te verhogen "om de oudedagsvoorziening ook in de toekomst betaalbaar te houden". Foto Roos Koole/ANP

De AOW-leeftijd gaat in 2023 niet omhoog. Het ministerie van Sociale Zaken schrijft vrijdag in een brief aan de Kamer dat dit is besloten, op basis van een nieuwe, lagere raming van de levensverwachting van Nederlanders berekend door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In 2023 krijgen mensen dan net als in 2022 AOW als ze 67 jaar en drie maanden oud zijn.

Het is voor het eerst sinds 2013 dat de AOW-leeftijd niet omhoog gaat. De leeftijd waarop mensen met pensioen kunnen gaan is vanaf 2022 gekoppeld aan de levensverwachting. Vervolgens wordt elk jaar gekeken of de AOW-leeftijd moet worden verhoogd. Uit de laatste berekening van het CBS blijkt dat een stevige griepgolf de levensverwachting voor de zestiger van vandaag enigszins heeft verlaagd.

Tijdig geïnformeerd

Een verhoging van de AOW-leeftijd moet vijf jaar van tevoren aangekondigd worden, om mensen tijdig te informeren. Het ministerie van Sociale Zaken zegt daarover:

“Dan hebben ze tijd om zelf aanvullende maatregelen te nemen, zoals bijvoorbeeld extra sparen voor hun (aanvullend) pensioen of om nu alvast een extra verzekering af te sluiten als ze toch eerder willen stoppen met werken.”

Vijf jaar geleden heeft het kabinet besloten om de AOW-leeftijd in etappes te verhogen “om de oudedagsvoorziening ook in de toekomst betaalbaar te houden”. De leeftijd waarop mensen met pensioen kunnen gaan wordt in 2018 66 jaar. In 2019, 2020 en 2021 komen daar elk jaar vier maanden bij en komt de AOW-leeftijd in 2021 uit op 67 jaar.