Recensie

Als je slaapt kruipen hitsige wimpermijten over je gezicht

Waar bevindt zich het dichtstbewoonde ecosysteem ter wereld? Dichter bij dan u denkt. U hoeft er niet voor af te reizen naar de Afrikaanse savanne of naar een tropisch regenwoud, nee, zelfs niet naar een bos bij u in de buurt. Een uitstapje naar het toilet is voldoende: in uw grote boodschap wemelt het van de microscopisch kleine bewoners.

„Ontlasting heeft een hogere concentratie levende wezens dan enig ander ecosysteem op aarde”, schrijft microbioloog Remco Kort in zijn nieuwe boek De microbemens. En hij heeft zichzelf als doel gesteld om die minuscule organismen uit het verdomhoekje te halen.

Daarin is hij zeker niet de eerste. Zo verscheen vorige jaar het boek I contain multitudes: the microbes within us van Ed Yong, dat dit jaar in het Nederlands werd vertaald als De microben in ons. (Op 27 mei 2017 besproken op deze plek). Een paar jaar geleden al publiceerde de Nederlandse wetenschapsjournalist Jop de Vrieze bovendien het boek Allemaal beestjes – een safari langs de microben in ons lichaam, en ook in bestseller De mooie voedselmachine van Gulia Enders was een belangrijke rol weggelegd voor onze darmflora.

Toch is De microbemens een welkome aanvulling, niet in de laatste plaats vanwege de vele (kleuren)illustraties. In het eerste hoofdstuk trekt Kort, met behulp van die illustraties, allerlei parallellen tussen microben en mensen: zo laat hij zien hoe bacteriën zwemmen en ‘steden’ bouwen: hun leefgemeenschappen kunnen er onder de elektronenmicroscoop uitzien als een Italiaans bergdorpje. Verderop in het boek beschrijft hij hoe wij zowel meester als slaaf zijn van onze eigen microben.

Knuffelhormoon

Zo heeft de darmbacterie Lactobacillus reuteri als voedingssupplement een stimulerend effect op de uitscheiding van ‘knuffelhormoon’ oxytocine, dat zorgt voor „de verbinding tussen mensen op allerlei niveaus van seksuele opwinding, verliefdheid en vriendschap en samenwerking”. Soms gaat liefde dus wel degelijk door de maag, en zijn de vlinders die we in onze buik voelen in feite onze darmbacteriën.

Kort is op zijn best wanneer hij daadwerkelijk inzoomt en de tijd neemt om ons echt voor te stellen aan onze microscopisch kleine metgezellen. Mooi is bijvoorbeeld het portret van de wimpermijt. „Als we slapen komen de wimpermijten, waarvan er honderden in ons gezicht wonen, tevoorschijn. Ze kruipen over ons gezicht met hun vier paar poten, op zoek naar soortgenoten om mee te paren.” En zo anderhalve pagina lang. Wie dit leest voor het slapengaan, zal zich ’s nachts nooit eenzaam voelen.

In het hoofdstuk ‘De microbemissionaris’ behandelt Kort een case study: de probiotische darmbacterie Lactobacillus rhamnosus GG, die de duur van ‘rotavirus-geassocieerde diarree’ met een dag kan verkorten. Daarom heeft Kort een missie: deze bacterie op grote schaal beschikbaar maken in ontwikkelingslanden, in de vorm van een probiotische yoghurt. Het verhaal rond deze ‘Yoba’ is interessant, het streven is nobel, maar doordat Kort tevens oprichter en voorzitter is van de (non-profit)organisatie Yoba4Life, wringt het toch – opeens verandert het boek enigszins in sluikreclame.

Los daarvan is De microbemens een interessante bundeling van microbengerelateerde kennis. Kort (tevens mede-oprichter van het Amsterdamse Micropia, ‘het enige microbenmuseum ter wereld’) kwijt zich kundig van zijn missie om ons, als leken, te informeren over de microbiële wereld. Als het aan hem ligt, liefkozen we de wimpermijt c.s. in het vervolg als onze lichaamseigen huisdieren.