Opnieuw: Staphorst

Fotograaf Ad Nuis en auteur Arthur van den Boogaard maken een foto ‘opnieuw’ en belichten de tijd ertussen.

Schrijver Wim Coster (63) stond najaar 1959 voor de museumboerderij op ‘De Hoek’ in Staphorst.

„Mijn vader maakte de foto. De Staphorster klederdracht was zijn idee: uitzonderlijk omdat wij buitenkerkelijk waren en ik altijd burgerkleding droeg. Gedurende de oorlog was grootvader uit de kerk gestapt. Mijn vader had diens graan- en meelhandel overgenomen, samen met zijn broer. De zaak heette ‘De meule van Coster’ – opa bezat ooit een graanmolen – en zat vast aan ons huis, schuin tegenover de museumboerderij. Ik was daar vaak, aangetrokken door de verhalen van Roelof Compagner, alias ’Jannechies Roelof’; de speciaal aangestelde boer die toeristen vertelde over het Staphorster bestaan.

Mijn Staphorster achtergrond verhulde ik, hoewel ik nooit openlijk afstand nam

Ik luisterde en voelde me thuis: ik zat er middenin zonder er echt bij te horen, net zoals in het dorp. Ook fascineerden mij de vreemde talen. Bij de museumboerderij kwam de wereld binnen. Op mijn twaalfde overleed opa, die bij ons inwoonde, onverwacht aan een hersenbloeding. De avond daarvoor keken we nog samen televisie. De dorpsdominee sprak van een straf Gods. Dat vond ik zo onrechtvaardig tegenover mijn grootvader. Mijn vader zocht een ideale wereld. Ik denk dat hij daarom zoveel fotografeerde: altijd weer mooie gestileerde beelden. Tot zijn dood in 1975 maakte hij duizenden foto’s. Ik studeerde inmiddels Slavische talen in Groningen. Mijn Staphorster achtergrond verhulde ik. Mijn vaste verhaal was dat ik uit de buurt van Meppel kwam. Toch nam ik nooit openlijk afstand. Hoewel ik sindsdien elders woon, bleef Staphorst trekken: ‘de boemerang die terugkeert’ noem ik dat. Het verbergen is verdedigen geworden. Aan de hand van de gedigitaliseerde fotoverzameling van mijn vader geef ik lezingen. En ik begrijp nu dat als je duidelijk bent waarvoor je staat, deze gesloten gemeenschap je wel degelijk accepteert.”