Zonder Lenin hadden wij geen verzorgingsstaat

Sociaal-democratie

De Sovjet-Unie moest de bakermat worden van een nieuwe wereld. Maar juist door haar bestaan zagen sociaal-democraten in Europa wat ze wel en niet wilden: geen revolutie, geen totalitarisme, wel: een verzorgingsstaat.

Berlijners lopen met een portret van Stalin, na diens dood in 1953 Foto Perlia/ullstein via Getty Images

De Amerikaanse journalist en socialist John Reed zat er behoorlijk naast, toen hij zijn verslag over de Oktoberrevolutie Ten days that shook the world noemde. Wat begon met een ‘coup’ in Petrograd op 25 oktober 1917 (7 november nieuwe stijl), hield maar liefst driekwart eeuw stand en eindigde in 1991 zelfs met de ‘grootste geopolitieke catastrofe van de twintigste eeuw’, die Rusland nu probeert te wreken.

De Oktoberrevolutie is echter niet alleen voor het huidige Rusland een beslissende omwenteling geweest. Ook in Nederland en West-Europa hebben die tien dagen vele decennia doorgewerkt. Het sovjetcommunisme is hier vanaf 1917 een extra stimulans geweest om een eerste basis voor de verzorgingsstaat te leggen en die na de oorlog verder uit te bouwen.

Dat de Oktoberrevolutie van 1917 ook hier uitstraalde, lag voor de hand. De aartsvaders Vladimir Lenin en Leo Trotski hadden wereldwijde pretenties. In Rusland alleen zou het proletariaat geen schijn van kans hebben, dachten ze. Een mondiale revolutie was onontbeerlijk, ook voor Sovjet-Rusland zelf. Maar na de verwoestende burgeroorlog (1917-1922) kwam het er niet meer van. Het momentum was voorbij, sterker, het fascisme kreeg de wind in de zeilen. Waarna Jozef Stalin (1878-1953) zich terugtrok in zijn concept ‘socialisme in één land’ en daar met moord en doodslag werk van maakte.

Toch gaf Stalin het idee niet op dat de Sovjet-Unie de bakermat zou zijn van een nieuwe wereld. In Moskou resideerde tot 1943 de Communistische Internationale. Die Komintern slaagde er in het democratisch socialisme in het Westen te splijten. In Duitsland, Frankrijk, Italië en elders scheidden de radicale communisten zich af van de klassieke arbeiderspartijen.

Die breuk had een positief neveneffect: ze dwong de sociaal-democraten tot een fundamentele keuze. Voor verheffing van de werkenden, maar tegen totalitaire gelijkschakeling. Voor een collectivistische verzorgingsstaat, maar tegen volledige collectivisatie. De sociaal-democratie begon de middelen belangrijker te vinden dan het doel. Kortom: hervorming via het parlement, géén revolutionair geweld.

Lees ook het achtergrondverhaal van redacteur Eva Cukier: Waarom moeten we nu nog weten wat tijdens de Oktoberrevolutie gebeurde?

AOW, WAO en WW

Maar het doel werd niet uit het oog verloren: een democratische verzorgingsstaat. In de naoorlogse jaren na 1945 tot de opkomst van Margaret Thatcher en Ronald Reagan in 1979-1980, was deze benadering dominant. Ook als de sociaal-democratie niet in de regering zat – in Italië duurde dat tot 1963, in Duitsland tot 1966 – had ze invloed op het staatsbestel.

Het is geen toeval dat, toen het communistische systeem in 1989-1991 in elkaar zakte, niet alleen hartland Rusland in politieke chaos verviel.

De verzorgingsstaat werd bijna overal in West-Europa een gezamenlijk bouwwerk van christendemocraten, sociaal-democraten en vaak ook liberalen. Zeker in Nederland. Tussen 1945 en 1980 regeerde het latere CDA maar liefst 35 jaar en de VVD een respectabele 20 jaar. De PvdA deed 19 jaar mee in de regering. Precies in deze periode werd de rudimentaire verzorgingsstaat uit het interbellum uitgebreid met een algemene ouderdomswet, arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, werkloosheidsvoorzieningen, weduwe- en wezenpensioen, wettelijk minimumloon, ziekenfondsen, bijstand, studiebeurzen et cetera. Over de zin van deze regelingen bestond op hoofdlijnen consensus. Tussen de om beurten regerende confessionelen, liberalen en sociaal-democraten was er meer onenigheid over etherreclame en commerciële televisie dan over bijvoorbeeld de mammoetwet, die tot doel had om de doorstroming van beneden naar boven in het onderwijs te bevorderen.

Deze collectieve arrangementen kwamen natuurlijk niet uit de lucht vallen. De verzorgingsstaat paste bij de consumptiemaatschappij die na de industriële wederopbouw in de jaren zestig vorm kreeg. De keuze voor zo’n sociale staat had indirect echter óók te maken met de Oktoberrevolutie.

Lees ook de reportage van correspondent Steven Derix: Slachtoffers van Stalin herdenken is te politiek. President Poetin zit niet te wachten op aandacht voor de terreur van Stalin. Een activistische burger die massagraven opspoort in Karelië, werd opgepakt en staat nu terecht.

Vaart der volkeren

Omdat het Sovjetsysteem in 1989-1991 zo roemloos ten onder ging, wordt het terugkijkend wel eens vergeten. Maar het communisme oefende na de overwinning op het fascisme wel degelijk aantrekkingskracht op de arbeidersklasse uit.

Het sovjetcommunisme had een ontwikkelingsmodel in de aanbieding dat buiten Europa niet a priori terzijde kon worden geschoven. In de Derde Wereld kon het top-down-systeem uit Moskou de gedekoloniseerde staten sneller in de vaart der volkeren meesleuren dan het kapitalistische laissez-faire. Vóór de derde industriële automatiseringsrevolutie, die in de jaren zestig de overgang naar de diensteneconomie markeerde, deed de groei van totalitaire socialistische landen niet onder voor die in het Westen. Dat een lichte vorm van stalinisme – of een zware, als in China – met deze sprong voorwaarts was verbonden, was secundair voor de antikoloniale leiders in de Derde Wereld.

Toen het communisme succesvol leek en angst zaaide, daagde het politiek uit tot een democratisch alternatief voor meer gelijkheid.

In Europa was de Sovjetmacht na de oorlog geen serieus economisch alternatief. Maar Moskou belichaamde hier wel een politieke uitdaging. In bijna alle West-Europese landen, behalve in de Bondsrepubliek, bestonden sterke of middelgrote communistische partijen. Deze partijen konden als stalinistische goedpraters en fellow-travellers worden bestreden en geïsoleerd. Al hielp het niet dat Portugal (tot 1974), Griekenland (1967-1974) en Spanje (tot 1975) in de greep waren van fascistoïde dictaturen en de eerste twee landen ook nog eens lid waren van de NAVO.

Maar politieke actie tegen clubs als PCI (Italië), PCF (Frankrijk) en CPN (Nederland) was uiteindelijk effectiever als onder de arbeidersklasse ook het ideologische draagvlak voor het communisme werd ondergraven. En dat kon het beste met het overheidsbeleid, dat we nu een halve eeuw later als ‘links’ typeren. Dat besef leefde niet alleen bij de sociaal-democratie, maar eveneens bij de christendemocratie en het liberalisme. Over de vraag hoe de verzorgingsstaat in detail vorm moest krijgen, verschilden deze stromingen van mening, over de noodzaak en de hoofdlijnen niet.

Ideologisch vacuüm

Het is geen toeval dat, toen het communistische systeem in 1989-1991 in elkaar zakte, niet alleen hartland Rusland in politieke chaos verviel, maar ook de sociaal-democratie en zelfs de christendemocratie in Europa in een identiteitscrisis verzeild raakten. In de 75 jaar dat de bolsjewieken in de Sovjet-Unie een politieke dreiging waren, hielden ze de democratische volkspartijen in Europa scherp. Op het moment dat het communisme een tandeloze tijger bleek, sukkelden de laatsten in slaap.

Het tij begon te keren medio jaren zeventig, toen de Sovjet-Unie economisch ging stagneren. Logisch. Het communisme was een uiting geweest van de tweede industriële revolutie, met haar fabriekspijpen en gestaalde kaders. Op de ICT-revolutie die op stoom kwam, kreeg de leer van de Oktoberrevolutie geen vat. De liberalen hadden dat het eerste door. De andere volkspartijen later of amper. Toen het communistische bestel in 1989-1991 in elkaar stortte, wisten deze pijlers van de verzorgingsstaat zich al ras geen raad meer.

Redacteur Michel Krielaars tipt vijf boeken die je gelezen moet hebben over de Oktoberrevolutie.

Dat had de grootste gevolgen voor de sociaal-democratie. Overal begon ze aan een ‘soul searching’ die tot vandaag voortduurt. New Labour van Tony Blair in Engeland probeerde het met een ‘third way’, hield het zowaar tien jaar vol, maar bleek vervolgens Jeremy Corbyn en in zekere zin ook een Brexit te baren. De SPD dacht met de theorie van het ‘neue Mitte’ in Duitsland de sleutel te hebben gevonden. Quod non. Sinds 2005 speelt ze de tweede viool. In Frankrijk verdampte de machtige communistische partij. Maar daar ging niet de Parti Socialiste er in de klassieke arbeiderswijken met de boedel vandoor, zoals was gebeurd in de jaren tachtig onder president François Mitterrand, maar het Front National. De PvdA experimenteerde met ‘verbinding’ en wat niet al. Het resultaat in 2017 was de slechtste verkiezingsuitslag sinds de Oktoberrevolutie exact honderd jaar geleden.

Toen het communisme succesvol leek en angst zaaide, daagde het politiek uit tot een democratisch alternatief voor meer gelijkheid. Toen het was opgebrand, viel de dreiging juist weg en konden kosmopolitisch liberalisme en later nieuwrechts het vacuüm vullen. Exit sociaal-democratie.