Zo probeerden Russische trollen de verkiezingen te beïnvloeden

De Amerikaanse Congrescommissie heeft een deel van de berichten van Russische internettrollen openbaar gemaakt.

Eén van de plaatjes van een nepaccount van Russische internettrollen.

Facebookadvertenties over ‘drugsdealers’ en ‘verkrachters’ die de Verenigde Staten overspoelen, plaatjes waar Hillary Clinton door de duivel wordt aangemoedigd en een petitie die oproept om Clinton als presidentskandidaat uit te sluiten. Het zijn slechts enkele voorbeelden van de berichten die Russische internettrollen sinds juni 2015 vanaf nepaccounts op Facebook, Twitter en Instagram plaatsten om de Amerikaanse verkiezingen te beïnvloeden.

Woensdag maakte de speciale Amerikaanse Congrescommissie die de Russische inmenging onderzoekt, voor het eerst een deel van de nepberichten openbaar. Het gaat volgens commissielid Adam Schiff om “representatieve voorbeelden” van Russische inmenging die de techbedrijven zoals Facebook bij de commissie hebben ingediend.

De Russische campagne was volgens commissielid Adam Schiff gericht op het “zaaien van tweespalt in de Verenigde Staten door kwesties te belichten die toch al voor verdeeldheid zorgen”. De advertenties gingen dus altijd niet expliciet over de presidentsverkiezingen maar richtten zich onder meer op wapenbezit, racisme, immigratie. Zo probeerden de trollen woede en protest aan te wakkeren.

De trollen probeerden onder meer de positie van Hillary Clinton te verzwakken. Ze maakten advertenties met verhalen over bijvoorbeeld vermeende juridische problemen van de presidentskandidaat en schilderde haar af als immoreel.

Immigratie was tijdens de aanloop naar de verkiezingen een veelbesproken onderwerp. Ook hier maakten de trollen dankbaar gebruik van. Via advertenties van trollen werden immigranten ‘verkrachters’ en ‘drugsdealers’ genoemd.

De Russische trollen plaatsten ook veel advertenties over de islam.

Ook probeerde de trollen Amerikanen op de been te krijgen door via Facebook demonstraties of protesten te organiseren. Ze startten petities op om onderwerpen op de agenda te krijgen.

De techbedrijven concludeerden op basis van hun eerste bevindingen dat het bereik van de advertenties groot was. Volgens de Congrescommissie zouden deze eerste bevindingen wel eens “het topje van de ijsberg” kunnen zijn.