‘Wordt mijn geboortegrond me afgepakt?’

Mijnbouw Het Oost-Duitse dorp Proschim moet mogelijk wijken voor een mijn. Het dorp is bitter verdeeld over de toekomst van bruinkoolwinning.

Voor het Oost-Duitse dorp Proschim is de dagbouwmijn een belangrijke werkgever én een permanente bedreiging. Foto Patrick Pleul/Hollandse Hoogte

Als je niet beter weet, zou je zo je intrek willen nemen in het huis van Martin Schröer. Het staat aan de rand van het Oost-Duitse dorpje Proschim, tussen de akkers en met fraai uitzicht op een bosrand. „Als de wind de goede op kant op staat, hoor je niet wat er achter die bomenrij allemaal gebeurt”, zegt Schröer, installateur van cv’s, sanitair en zonnepanelen.

Maar komt de wind uit het noorden, dan hoor je de hele dag het geraas van de graafmachines uit de naburige dagbouwmijn Welzow-Süd. En dat is niet alles: soms komt met de herrie een donkere stofwolk mee, die een dikke laag fijn gruis over de hele omgeving legt, zegt Schröer.

Achter het bos tegenover zijn huis strekt zich – in een reusachtige kuil van zo’n dertig vierkante kilometer - een bruinzwart maanlandschap uit. Jaarlijks wordt hier tot twintig miljoen ton bruinkool gewonnen. Als je aan de rand staat, zie je aan de horizon de elektriciteitscentrales die op deze kolen worden gestookt.

Voor het dorp Proschim is de dagbouwmijn niet alleen een bron van overlast, maar tegelijk een belangrijke werkgever én een permanente bedreiging. De exploitant heeft een vergunning om de mijn uit te breiden naar het zuiden. Dat betekent dat heel Proschim binnen een paar jaar afgegraven kan zijn, zoals al veel dorpen in de omgeving ten prooi zijn gevallen aan de enorme machinale kolenschoppen.

Het naburige dorp Haidemühl is sinds 2006 al helemaal verlaten en grotendeels gesloopt. Alleen een voormalige glasfabriek, die nog niet onteigend kon worden, staat nog overeind - een bouwval met ingegooide ramen en wat bijgebouwen, waar alleen nog dieven komen op zoek naar koperdraad en feestvierders om paintball te spelen. Alle inwoners van Haidemühl zijn met een schadeloosstelling verhuisd naar een nieuwbouwwijk van de stad Spremberg, tien kilometer oostwaarts.

Het vooruitzicht dat mogelijk ook Proschim (310 inwoners) voor de mijn moet wijken, heeft de bevolking bitter verdeeld tussen voor- en tegenstanders van de kolenwinning. De werkgelegenheid van de één, dreigt de ander te beroven van de grond waar hij of zij is geboren en getogen, ouders heeft begraven of een huis heeft gekocht. „Je Heimat verkoop je niet: je Heimat verdedig je!”, staat op een bord in het centrum van het dorp. Bezorgdheid over de gevolgen van kolencentrales voor het klimaat maakt de kwestie in Proschim extra beladen.

Verlaten gebouw in het dorp Haidemühl. Foto Andreas Franke

Coalitie verdeeld

Wat Duitsland met zijn kolenmijnen en -centrales aan moet, is ook een van de grote strijdpunten bij de formatiebesprekingen in Berlijn. Bondskanselier Angela Merkel probeert een coalitie te vormen van haar CDU/CSU met de liberale FDP en de Groenen. Eén van de belangrijkste eisen van de Groenen is een snelle sluiting van kolencentrales, om te zorgen dat Duitsland zijn klimaatdoelen kan halen: een daling van de uitstoot van broeikasgassen in 2020 met 40 procent ten opzichte van 1990. Kolencentrales stoten veel CO2 uit en dragen zo sterk bij aan de opwarming van het klimaat.

Deskundigen betwijfelen of dit nog wel haalbaar is. De vorige regering ging er al van uit dat de reductie van broeikasgassen beperkt zou blijven tot zo’n 32 procent, en volgens verschillende denktanks is zelfs dat te optimistisch.

Voor de Groenen des te meer reden om drastisch bij te sturen. De nieuwe regering zou een begin moeten maken met een zogeheten ‘Kohleausstieg’, het volledig afbouwen van de energiewinning uit kolen – te beginnen met sluiting in 2020 van de twintig centrales die het meeste CO2 uitstoten. In 2030 zouden alle kolencentrales dicht moeten zijn.

De liberalen en de christendemocraten gaat dat te snel. Voor een betrouwbare energievoorziening zijn kolen voorlopig onontbeerlijk, stellen zij. Op het gebied van duurzaam opgewekte elektriciteit, door windmolens en zonnepanelen, heeft Duitsland sterke groei bereikt. Zo kwam de eerste helft van dit jaar eenderde van de Duitse stroomvoorziening uit wind en zon, maar kolen zijn nog altijd goed voor zo’n 40 procent.

Bovendien zou sluiting van alle kolenmijnen een zware klap zijn voor de gebieden in kwestie, in het oosten én het westen van Duitsland, die economisch toch al zwak zijn. De CDU-onderhandelaar voor energie en klimaat bij de formatie, minister-president Armin Laschet van Noordrijn-Westfalen, waarschuwde onlangs: „Als de bruinkoolmijnen in Lausitz dicht gaan, en dat duizenden mensen hun baan kost, dan staat de AfD straks op 30 procent.” In Proschim ís de anti-immigratiepartij AfD met 33 procent al de grootste.

In de regio Lausitz, ten zuidoosten van Berlijn tegen de grens met Polen (en deels in Polen), wordt al bruinkool gewonnen sinds het einde van de negentiende eeuw. Het gebied, waarin ook Proschim ligt, heeft vier actieve bruinkoolmijnen, waar zo’n 8.000 mensen werken. Ten tijde van de DDR waren er nog zestien mijnen in gebruik, waar 80.000 mensen werkten.

Remains of the village Haidemuehl in Lusatia, Brandenburg, 27 Mar 2017 | usage worldwide Photo via Newscom
Remains of the village Haidemuehl in Lusatia, Brandenburg, 27 Mar 2017 | usage worldwide Photo via Newscom
Remains of the village Haidemuehl in Lusatia, Brandenburg, 27 Mar 2017 | usage worldwide Photo via Newscom
Overblijfselen van het dorp Haidemühl.
Foto’s Andreas Franke

Grote littekens in het landschap

Na de Duitse hereniging, in 1990, werden tal van economisch onrendabele bedrijven gesloten, waardoor de vraag naar stroom in de regio sterk afnam en ook elektriciteitscentrales en mijnen sloten. Veel mensen trokken weg, op zoek naar werk. De streek bleef achter met een verouderde bevolking, massawerkloosheid en het gevoel in de steek gelaten te zijn. Sommige verlaten dagbouwmijnen liggen nog als grote littekens in het landschap. Van andere zijn inmiddels kunstmatige meren gemaakt, waarmee Lausitz toeristen hoopt te trekken.

Sybille Tetsch is geboren in Proschim. Haar vader werkte in de mijn, maar is inmiddels, net als zij zelf, tegen voortzetting van de bruinkoolwinning en het opslokken van Proschim. Maar dat was niet altijd zo. „De verdeeldheid over de mijn loopt dwars door sommige families heen”, vertelt Tetsch. „Voor- en tegenstanders praten nauwelijks met elkaar.”

Onduidelijk is nog of de Tsjechische firma LEAG, die de bruinkoolmijnen in Lausitz in 2016 overnam van het Zweedse Vattenfall, de kolen onder Proschim inderdaad gaat winnen. Het bedrijf zegt daar uiterlijk in 2020 over te besluiten. Tot die tijd duurt de onzekerheid voor de bewoners voort. Velen, zegt Sybille Tetsch, „zitten al jaren op hun koffers”. Want „heeft het nog wel zin te investeren in het onderhoud van ons huis, vragen ze zich af?”

Ten tijde van de DDR, en nog eens in de jaren negentig, werd de afbraak van het dorp ook al aangekondigd en weer afgeblazen, vertelt haar man Alexander. „Sommige mensen leven hier al veertig jaar met de vraag: mag ik hier nog blijven, of wordt mijn geboortegrond me afgepakt?”

Het echtpaar dat ook boeken schrijft over milieu en energie heeft een openluchtrestaurant geopend, Schmeckerlein, met als specialiteit Flammkuchen. „Met het restaurant wilden we het dorp moed geven”, zegt Alexander Tetsch. „Er komen wel klanten, maar helaas weinig uit het dorp. Want de mensen die bij de mijn werken, weten dat wij vinden dat de tijd van bruinkool voorbij is en dat Proschim moet blijven.”

Omdat ook elders in regio de verdeeldheid over de bruinkool diep en bitter is, geeft dominee Burkhard Behr van de evangelische kerk in Cottbus sinds vorige maand leiding aan een initiatief dat vrienden en vijanden van de bruinkool met elkaar in gesprek moet brengen: het Centrum voor dialoog en verandering.

De bruinkoolwinning is een aflopende zaak, zegt Behr, daarover is men het eigenlijk wel eens. „De vraag is hoe we ons voorbereiden op de tijd daarna, en hoe we financiële steun van de regering krijgen om deze streek er economisch bovenop te helpen. Alleen als we hier met één stem spreken staan we sterk.”

Correctie (3-11 23.30): In een eerdere versie van dit verhaal stond vermeld dat de Tsjechische firma LEAG de bruinkoolmijnen in Lausitz in 2006 overnam van Vattenfall, dit is onjuist en gecorrigeerd naar 2016.