Column

Welke fractievoorzitters scoorden en faalden?

De Haagse Stemming Vandaag is dag 8 van kabinet-Rutte III. Schrijf je in om deze als nieuwsbrief per mail te ontvangen.

Na een lange dag zwijgend de kritiek van de Kamer aanhoren, is Rutte vandaag aan de beurt. Zijn partijgenoot Dijkhoff maakte gisteren meer indruk dan de drie ervaren fractievoorzitters van de coalitie. En alleen met het betoog voor de wijkverpleging lijkt de versplinterde oppositie voorlopig een deukje te slaan in de plannen van Rutte III.

KIEZERSGUNST: Na een dag van wederzijdse verwijten en al dan niet uitgestoken handen tussen de fractievoorzitters, is het vandaag aan Mark Rutte om zijn derde regeringsverklaring te verdedigen tegen kritiek van alle kanten. Als de beschietingen van de Kamer gisteren een indicatie zijn, zal de premier het op een paar punten van het nieuwe kabinetsbeleid na (wijkverpleging, dividendbelasting, referenda) niet bijzonder moeilijk krijgen. Hij heeft de mazzel dat de oppositie versplinterd is en veel van de plannen van het kabinet ook op de verlanglijstjes van die partijen stonden. Het debat gaat vooral over de gunst en de definitie van “de gewone, normale Nederlander”, schrijven Thijs Niemantsverdriet en Marike Stellinga.

Hoe deden de belangrijkste fractievoorzitters het gisteren tijdens de eerste helft?

Geert Wilders (PVV): Vooral voor Wilders is vandaag de confrontatie waar het om gaat, in direct debat met de “onbetrouwbare” premier. De tam beginnende PVV-leider bemoeide zich gisteren nauwelijks met zijn collega’s in de Kamer, maar zij interrumpeerden hem des te meer. De afgelopen jaren werden Wilders’ tirades vaak genegeerd, om ze zo kort mogelijk te laten duren. Dit keer besloot bijna iedereen Wilders aan te spreken op zijn grijs gedraaide plaat van woede en zijn inconsequente gedrag, bijvoorbeeld rond bewindslieden met dubbele paspoorten. Dat gaf Wilders urenlang het podium en de kans om zijn slachtofferrol te benadrukken. Maar zijn oneliners over de wereldvreemdheid van “Planeet Rutte” bleven niet hangen.

Klaas Dijkhoff (VVD): De debuterende fractievoorzitter van de VVD oogstte alom lof voor zijn optreden. Met de onderkoelde en humoristische stijl die hij ook als staatssecretaris van Veiligheid had, diende hij de oppositie van repliek. Hij benadrukte niet wat de VVD allemaal had binnengehaald in de formatie van 225 dagen, maar riep Kamerleden op samen te werken en zich niet in “fitties” te verliezen. Het grootste applaus kreeg hij voor de hele Haagse manier waarop hij Thierry Baudet afdroogde. Soms werd Dijkhoff te laconiek. Het is eerlijk de afschaffing van de dividendbelasting “een gok” te noemen, maar daardoor kon de linkse oppositie de coalitie juist op dat punt klemzetten.

Jesse Klaver (GroenLinks): Klaver toonde zich de interruptiekoning. Vrijwel onafgebroken stond hij bij de microfoon en profileerde zich vooral op de belastingmaatregelen van het kabinet. Of, zoals hij het noemde, “het spekken van Wall Street”. Omdat GroenLinks met SP en PvdA leek te hebben afgesproken dat ze zich bijna alleen op sociaal-economische onderwerpen zouden richten, kwam Klaver nauwelijks toe aan zijn core onderwerpen: klimaat en vluchtelingen.

Sybrand van Haersma Buma (CDA): Op wie is Buma zo boos? Hij zit toch in de coalitie tegenwoordig? Na vijf jaar oppositie moet de CDA-leider duidelijk nog wennen aan zijn nieuwe rol. Na “een preek” (dixit Asscher) reageerde Buma op vrijwel alle kritiek die hij kreeg zeer geagiteerd en antwoordde hij met tegenverwijten. Met name Klaver moest het ontgelden omdat hij was weggelopen van de onderhandelingstafel. Buma blijft vooral goed in het benadrukken van de zwaktes en inconsequenties van anderen. Hij was wel de eerste die toegaf dat Asscher “gewoon een punt” had over de geplande bezuiniging op de wijkverpleging. Zo was er toch nog iets van de uitgestoken hand waar de oppositie om vroeg.

Emile Roemer (SP): De nieuwe linkse samenwerking heeft Roemer niet minder woedend gemaakt, noch een betere debater. Hij liet zich op zijn belangrijkste thema, de zorg, simpel wegzetten door uitgerekend Gert-Jan Segers, die hem om de oren sloeg met het feit dat ook in het SP-verkiezingsprogramma een bezuiniging op de wijkverpleging stond.

Alexander Pechtold (D66): De omschakeling van oppositie- naar coalitiewoordvoerder ging Pechtold ogenschijnlijk makkelijker af dan Buma. De D66-leider heeft de afgelopen jaren al een gedoogrol vervuld en kan ook wanneer hij de macht niet heeft de arrogantie ervan uitstralen. Toch had Pechtold het inhoudelijk het moeilijkst, want van veel prominente D66-punten is niets in het regeerakkoord terug te vinden. De manier waarop het referendum en de abortuspil zijn afgeserveerd, kwam hem op veel kritiek te staan.

Lodewijk Asscher (PvdA): Vanuit het vorige kabinet liep Asscher al warm voor zijn debuut in de oppositie - een plek die hem zowel in Amsterdam als Den Haag vreemd was. Hij onderscheidt zich duidelijk van Klaver en Roemer door zich altijd als ‘redelijk links’ bereidwillig te tonen om met het kabinet mee te denken, om vervolgens keiharde eisen te stellen waarvan hij weet dat de coalitie er niet in kan meegaan. Toch lijkt hij met zijn pleidooi voor de wijkverpleging een eerste deukje in de coaltieafspraken te hebben geslagen: partijen erkennen dat ze die sector in toekomstige zorgakkoorden zoveel mogelijk moeten ontzien.

Gert-Jan Segers (ChristenUnie): Segers hoefde van de nieuwe coalitiepartijen de kleinste metamorfose te ondergaan. Zijn partij heeft zich nooit fel verzet tegen het beleid van het vorige kabinet, of dat daarvoor. Hij wist Wilders te ontlokken dat de PVV de steun aan de sleepwet/anti-terreurwet Wiv zal intrekken als de uitslag van het referendum negatief is. En hij zette Roemer kalmpjes in de hoek. Segers werd zelf vooral ondervraagd over de gebrekkige klimaatplannen van het kabinet.

Marianne Thieme (PvdD): Thieme had het in haar inbreng en interrupties bijna alleen over het klimaat. Ze wist daar vaak confronterender vragen over te stellen dan Klaver. Zo was zij de enige die het Dijkhoff moeilijk maakte, met een vraag over het uitkopen van varkensboeren.

Kees van der Staaij (SGP): Zoals altijd moest Kees van der Staaij laat op de avond zijn grappigste zelf zijn om de aandacht vast te houden. Met een schilderij getiteld “Gebed zonder end” aan zijn zij, wilde hij zijn inbreng best beperken tot tien tweets. Opvallender was wat Van der Staaij niet deed in het debat. Hij was de enige van de oppositie die niet meetekende met een PvdA-motie over de verpleeghuiszorg. Dat geeft de coalitie de hoop dat dit kabinet eigenlijk kan rekenen op 79 in plaats van 76 zetels in de Tweede Kamer.

Thierry Baudet (FvD): Hoewel in zetels kleiner dan 50Plus en Denk, is FvD in de peilingen die partijen ruim voorbij. Na eerdere theatrale optredens in het Latijn en in militair uniform, was Baudet in dit debat niet veel meer dan een sjieke Wilders. Boos en verlangend naar een niet bestaand verleden, maar dan met moeilijkere woorden. In interrupties is Baudet niet sterk: een probleem als zijn eigen inbreng pas tegen middernacht te horen is. Hij legde het af tegen Dijkhoff in debatjes over het partijkartel en het referendum. Maar met dat laatste onderwerp heeft Baudet wel een belangrijk pijnpunt voor het kabinet te pakken. Ook partijen die het referendum nooit wilden, tonen met het afschaffen ervan arrogantie tegenover kiezers.

BELASTINGNIEUWS: De grote belastingplannen van het kabinet kunnen volgend jaar nog niet ingaan, terwijl er niets beter lijkt dan om die al voor de gemeenteraadsverkiezingen te verlagen. Staatssecretaris Menno Snel wil één maatregel wel al direct nemen, meldt De Telegraaf. Spaarders met tot een ton op de bank gaan erop vooruit omdat de belasting op vermogen wordt aangepast aan de lage spaarrente.

#MILITAIRENTOO: Een nieuw mishandelingsschandaal bij Defensie waar de Volkskrant vandaag over schrijft, confronteert de nieuwe minister Ank Bijleveld (CDA) met de interne, culturele problemen bij de krijgsmacht.

QUOTE VAN DE DAG:

“Geduld, feitelijkheid en ambachtelijkheid leggen het af tegen haast en angst voor het verwijt van wegkijken. Het gevolg is dat onbewezen beschuldigingen nu zelfs gemeengoed in de nationale vergaderzaal zijn geworden.”

Politiek columnist Tom-Jan Meeus is teleurgesteld dat beschuldigingen in plaats van feiten het politieke debat overheersen.