Russische trollen knagen aan democratie

Propaganda via sociale media

Amerikaanse en Nederlandse politici willen zich wapenen tegen online beïnvloedingscampagnes vanuit Rusland.

Facebookpagina’s van Petersburgse trollen, getoond op de hoorzitting van het Huis van Afgevaardigden over Russische online beïnvloedingscampagnes. Foto Shawn Thew/ EPA

Hoe moet Nederland zich verweren tegen online beïnvloedingscampagnes van vijandige regimes? Die vraag is relevant nu de volle omvang van de Russische campagne rond de Amerikaanse presidentsverkiezingen duidelijk wordt. Bijna 150 miljoen Amerikanen zagen berichten verspreid door één enkele nepnieuwsfabriek in Sint-Petersburg, bleek woensdag bij een hoorzitting door het Amerikaanse Congres over Russische campagnes.

Veiligheidsexperts waarschuwen al langer voor Russische online campagnes die zijn bedoeld om westerse democratieën te ontwrichten. In zogeheten ‘trollenfabrieken’ worden Russische burgers betaald om nepnieuws te verspreiden en polariserende commentaren achter te laten op westerse forums en nieuwssites. Het doel: twijfel zaaien, de tegenstander destabiliseren en tegen zichzelf ophitsen. De zo veroorzaakte chaos verzwakt westerse democratieën.

De meest beruchte trollenfabriek, met de opzettelijk onopvallende naam Internet Research Agency (IRA), staat in Sint-Petersburg. De productie van het propagandabedrijf, gefinancierd door zakenmensen en getrouwen van de Russische president Poetin, is indrukwekkend. De Amerikaanse afdeling plaatste in twee jaar tenminste 80.000 Facebookberichten en organiseerde zo’n veertig politieke bijeenkomsten in de VS. Twee kanten van het politieke spectrum werden tegen elkaar opgehitst. De IRA bracht opruiende verhalen over moslims, wapenwetgeving en politiegeweld tegen zwarte Amerikanen. In Houston organiseerde de IRA een demonstratie tegen islamisering én de tegendemonstratie, vermoedelijk om geweld uit te lokken.

Ook in Nederland

Wat de Russen daar doen, kunnen ze hier ook. Dat besef is nu ook in Den Haag ingedaald. CDA-leider Sybrand Buma stond woensdag bij het debat over de regeringsverklaring uitvoerig stil bij het onderwerp. Hij noemde de activiteiten van Rusland op sociale media „misschien wel een van de grootste bedreigingen” van onze democratie. „Op het net gebeuren allemaal dingen die we niet willen. Onze democratie is kwetsbaar door beïnvloeding vanuit andere landen.”

Ook Kamerleden van de andere regeringspartijen onderstrepen de urgentie van het probleem, blijkt uit een rondgang van deze krant. „Maar het onderwerp benoemen en er zorg over uitspreken is één ding”, zegt VVD-Kamerlid Ockje Tellegen. „Het vinden van een oplossing is veel lastiger.” Haar antwoord: „Zorg dat de nieuwe wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten, waarover een referendum is uitgeschreven, er zo snel mogelijk komt. Want daar gaat dit over: hoe geven we de inlichtingendiensten de bevoegdheden om vijandige online campagnes op te sporen?” Ook pleit ze voor meer investeringen in cyberveiligheid. „Het gaat hier om de misdaad van de toekomst, daar kunnen we ons alleen voldoende tegen verdedigen als we mensen opleiden die in staat zijn zulke aanvallen op te sporen.”

De IRA heeft zich in het verleden tenminste één keer op Nederlandse burgers gericht. In de aanloop naar het Oekraïne-referendum verscheen een filmpje op YouTube waarin zogenaamde Oekraïense militanten dreigen met aanslagen tegen Nederland als het associatieverdrag zou worden verworpen. De onderzoeksgroep Bellingcat bewees met forensisch digitaal onderzoek en een analyse van de kanalen waarop de video werd verspreid dat de IRA de video moet hebben geproduceerd en gedistribueerd. Misschien is de Russische inmenging hier minder groot dan in Amerika, zeggen de Kamerleden, maar alleen al het feit dat de infrastructuur voor zo’n beïnvloedingscampagne aanwezig is, vinden zij genoeg reden tot zorg.

Verbeter weerbaarheid burger

Een „acuut en onderschat probleem”, zo noemde de Nederlandse Staatscommissie parlementair stelsel onlangs de online inmenging van staten in verkiezingscampagnes. Die regeringscommissie werd vorige zomer ingesteld om te onderzoeken of de democratie goed functioneert. De commissie wees onder meer op bewijzen van Russische inmenging bij de Amerikaanse en Franse verkiezingen en het Brexit-referendum via sociale media. Het Britse Lagerhuis is inmiddels een onderzoek gestart naar Russische beïnvloeding tijdens het Brexit-referendum van 2016 en de verkiezingen van juni.

Het is nog te vroeg voor concrete beleidsvoornemens, zeggen de regeringspartijen. D66-Kamerlid Joost Sneller denkt dat het verbeteren van de mediawijsheid onder burgers onderdeel van een oplossing kan zijn. „Wie nepnieuws van echt nieuws weet te onderscheiden, is minder vatbaar voor propaganda.”

Ook zien de Kamerleden een rol weggelegd voor techbedrijven als Facebook en Google. VVD-Kamerlid Tellegen: „Die worden misbruikt voor de verspreiding van misleidend materiaal. Dus niet alleen de overheid, maar ook het bedrijfsleven heeft hier een verantwoordelijkheid. Alleen als die twee samenwerken, kunnen we deze nieuwe vormen van bedreiging het hoofd bieden.”

Sneller wijst op een Duitse ingreep die ook hier zou kunnen werken: wanneer daar Facebook op ‘fake news’ wordt geattendeerd, moet het sociale medium binnen 24 uur ernaar kijken en het eventueel verwijderen.