Radicaliseringsdebat zonder hoofdrolspeler

Amsterdamse gemeenteraad

In het debat over de ‘grijze campagne’ van wijlen Van der Laan ging het vooral om de vraag: hoe gaat het nu met de veiligheid in de stad?

Het stadhuis van Amsterdam Foto Evert Elzinga

Het woord ‘Eberhard’ viel veelvuldig tijdens het commissiedebat donderdag in de Amsterdamse gemeenteraad over de ontstane commotie rondom een gemeentelijk antiradicaliseringsproject. „Want één ding is duidelijk”, zei locoburgemeester Eric van der Burg, doelend op de onlangs overleden Van der Laan. „We kunnen het debat niet meer voeren met degene die het debat had móéten voeren.”

Met een soepele bestuurdersstijl ging Van der Burg in op vragen die waren gerezen over het project ‘grijze campagne’, waarmee islamitische jongeren via YouTube-filmpjes van de gemeente heimelijk moesten worden beïnvloed. Het project, waarover de gemeenteraad niet was geïnformeerd, zou bestaan uit een reeks vlogs waarin een Marokkaanse-Nederlander met radicale ideeën zijn toon stilaan matigt. Maar twijfels over het project waren er al langer en na de vertoning van drie filmpjes zette de burgemeester er een streep doorheen, vertelde Van der Burg. Dat was in januari 2017. Het project is daarna gestopt, de filmpjes zijn nooit naar buiten gebracht. „Er is dus ook geen heimelijke campagne gewéést”, benadukte hij. „En ja, er gebeurt wel meer in de boezem van het college dat u niet ziet.”

Lees hier onze reconstructie van het omstreden antiradicaliseringsproject

Strafontslag

Veel vragen gingen donderdag over het strafontslag afgelopen zomer van het hoofd van het programma Radicalisering en Polarisatie. Zij moest vertrekken vanwege belangenverstrengeling. Dat ontslag, zei de locoburgemeester, had niets met de inhoud van de grijze campagne te maken. „De medewerker” zou opdrachten hebben gegund aan iemand met wie ze privé een relatie heeft of had. Ook bleek dat ze een offerte voor deze persoon had opgemaakt en gewijzigd. Voor alle vragen hierover verwees Van der Burg naar de onderzoeken die nog lopen, waaronder die van Bureau Integriteit en het OM.

Van der Burg verwacht begin volgend jaar ook de bevindingen van de taskforce die in het leven is geroepen om de hele afdeling Radicalisering door te lichten. De bedrijfsvoering daar was niet op orde, „daarin zijn zaken niet goed gegaan” en inmiddels is een deel van de medewerkers is opgestapt. Ook twijfelen sleutelfiguren, belangrijk in de gemeenschap bij het signaleren van radicalisering, sinds de affaire rondom het hoofd van het programma aan de loyaliteit van de gemeente.

Hoe gaat het nu met de veiligheid in de stad? Dáárover waren de raadsleden donderdagavond het meest bezorgd. „Terechte vraag”, zei Van der Burg. Hij antwoordde daarop snel met alle sleutelfiguren in gesprek te gaan. Ook zijn alle meldingen over radicalisering van het afgelopen jaar nog eens doorgenomen, „om te zien of we iets gemist hebben.” Dat bleek volgens hem niet het geval. Ook benadrukte hij dat Van der Laan, zoals in media werd gesuggereerd, niet ‘anti-moslim’ was. „Alleen al de suggestie.”

„We moeten nu het vertrouwen in onze antiradicaliseringsaanpak zien terug te krijgen”, zei de locoburgemeester. „En dan moet je, zoals Van der Laan heeft gedaan, soms harde maatregelen nemen. In het belang van de stad.”