Recensie

Muze wordt powervrouw, maar ook cliché

‘SHE’ staat in verfletters op het schilderijtje achterin de galerie, hoog gehangen, verheven, als een denkbeeldig voetstuk. She, dat is Christine Ayo, de muze in deze tentoonstelling met schilderijen door Anya Janssen, die haar portretteerde als powervrouw – en ook weer niet. Powervrouw, want Janssen schildert haar monumentaal groot vanuit kikvorsperspectief, een enkele keer zelfs met bokshandschoenen aan. Lichaam en gezicht zijn tegelijk alert en ontspannen, de benen lijken van blauw staal. Zo is Ayo half robot maar geheel menselijk. Janssen toont grote virtuositeit in het schilderen met licht en kleur en schakeringen, ook in portretten van Ayo in 17e-eeuwse Hollandse kleding. Nauw ingekaderde protestantse portretten zijn het, maar Ayo kijkt weg en laat haar blik uit deze benauwde schilderijen ontsnappen.

Zo ontvouwt zich deze ode aan Ayo met schilderijen, enkele sculpturen, fotografische grafiekwerken, een video. En daar gaat het mis. In de video is Ayo, in wit gehuld en tussen witte objecten, zachtjes aan het zingen: ‘Daar was laatst een meisje loos’, terwijl ze uit een porseleinen theeserviesje drinkt. Witte objecten, zwarte huid, de nadruk op raciale clichés in heden en verleden is een belangrijk thema, maar door alle nadruk daarop is Ayo hier enkel een kleurcontrast, oppervlakkig, en dus een cliché.

Al heeft dat ook te maken met de thematiek van Ayo, zelf performancekunstenaar. Een tekst van haar hand in de galerie legt uit hoe ze in Nederland vaak als de exotische ander wordt gezien en zich daarop kleedt – verschillen of overeenkomsten vergrotend – en zo culturele identiteit bevraagt. Janssen zet die thematiek voort. Daarvoor zet ze haar schilderkundige vernuft in, zodat een bruine huid warmer oplicht dan grauwwitte kanten kragen, zodat voor- en achtergrond mengen, zodat subtiele aura’s ontstaan die Ayo tegelijk optillen en decoratief maken. Maar in verschillende werken is het vooral zwart versus wit. Je zou willen dat de tentoonstelling daar meer voorbij had kunnen gaan, het contrast meer inhoudelijk had uitgediept, haar met meer diepgang had neergezet als vrouw, mens, als performancekunstenaar.