Cultuur

Interview

Interview

Foto Rocco Rorandelli

Margaret Mazzantini: ‘Wie niet durft te voelen, kan niet schrijven’

De personages van de Italiaanse bestsellerauteur Margaret Mazzantini zijn alledaagse types. Maar pas op: „Normale mensen hebben onvoorstelbare geheimen.”

Alle boeken van Margaret Mazzantini zijn bestsellers. Haar verhalen deinen op onverschrokken intimiteit en worden verlicht door vleugjes film, popmuziek en recente geschiedenis. Ga niet weg (2001, in 2003 in Nederland), haar beroemdste roman, vertelt het brute verhaal van een welgestelde man die verslaafd raakt aan zijn hartstocht voor een asociale vrouw in een krot onder de snelweg. Haar laatste boek, Schittering, met zijn rauwe onderwerp, is minstens zo prachtig. Een breed opgezette ideeënroman over twee homoseksuele jongens die het perfecte liefdespaar zouden kunnen zijn, maar hun schaamte is voor hen funest.

De afspraak is in Rome, in een straat met statige appartementen. We zijn in een wereldstad, maar hier geurt het naar zuidelijke bomen. Ik ben te vroeg. De intercom zwijgt als ik aanbel, de stalen schuifpoort blijft dicht. Er komt een nannie met een kleuter aan die in hetzelfde gebouw moet zijn. Ze opent het hek. „Wilt u naar binnen?”, vraagt ze onbekommerd. Dat lijkt me geen goed idee.

Mazzantini (55) is een ster. Haar boeken zijn in 35 talen vertaald. Sterren tolereren geen vroegkomers, denk ik. In het zonnetje leun ik tegen de muur en wacht ik tot het tijd is.

Iemand roept mijn naam, het is een stoere, kleine vrouw. Ik loop naar haar toe, ze zoent mijn wangen. „Ik ben laat, neem me niet kwalijk! Ik zat met mijn jongste. Hij wordt iets geniaals, denk ik, maar nu is hij moeilijk. Hij gijzelt me!”

Ze gaat me voor, het appartement in. „Let niet op de bende”, zegt ze, maar ik zie helemaal geen bende. Ik zie gemoedelijkheid, met foto’s van kinderen in de boekenkasten en schilderijen aan de muren. Een daarvan is een portret van Sergio Castellitto, acteur en filmer. O ja, dat is Mazzantini’s echtgenoot. Zijn beroemdste film is Non ti muovere – de verfilming van haar grootste hit, Ga niet weg.

Foto Rocco Rorandelli

Ze dirigeert me naar de sofa, neemt zelf plaats op de barkruk ertegenover en barst los. Over schrijven: „Ik ben een gladiator. Ik wil vechten in het stof. Me vuil maken. Risico lopen”. Over haar personages, alledaagse types, maar pas op: „Normale mensen hebben onvoorstelbare geheimen”. Over de kern van haar romans: „Alles draait om liefde. Liefde in elke vervoeging. Liefde is overgave, het tegendeel van macht. Wil je macht, dan kun je geen kunstenaar zijn. Ik ben een beroemde schrijver, dat weet ik. Maar als ik naar buiten ga, weet ik nooit wat me zal overkomen. Alles kan ineens anders zijn. Het leven is een tragedie. Je kat sterft en je huilt, maar om de dood van je vader huilde je niet – want toen verzette je je. Net als die kat stelt kunst je in staat om iets te voelen wat je niet aandurfde. Kunst helpt ons om menselijker te zijn. Eh, wil je een espresso?”

Ze staat op, laat de espressomachine gorgelen en zegt dat ze schrijft als een stoomwals. „Schrijven is voor mij naar een geheime geliefde rennen en me met hem opsluiten in een donkere kamer. Daar gebeurt van alles zonder dat ik weet waarom.” Ze vertrouwt op haar associaties en haar herinneringen, op alles wat ze zag, hoorde en meemaakte. Dan is het een wonder dat zich op het juiste moment de juiste herinnering aandient, opper ik, maar Mazzantini vindt dat niet zo vreemd. „Schrijven is ook een ambacht. Ik ben Geppetto, die van Pinokkio, met een stuk hout in zijn handen. Ik snijd in het hout, want er zit iets in en dat roept: mamma, pappa!”

Hoe kan je als schrijver maatschappijkritisch zijn? Auteur Lieke Marsman onderzocht het.

Mazzantini’s romans maken een doordachte indruk, maar dat is schijn. Ze doet niet aan schema’s. En: „Ik haat research. Dat staat alleen maar in de weg. Ik bedenk alles zelf, ik ben dol op verzinnen. Toch zit ik nooit ver van de waarheid. Ik gaf een homoseksuele jongen het manuscript van Schittering te lezen. Geen vriend, gewoon een aardig iemand die bij een schoenenzaak werkt. Hoe de jongens doen, wat ze meemaken en ook de seks heb ik bedacht en beschreven, ik wist niets specifieks van homoliefde. Hij had niets aan te merken.”

Waar haalt u al die kennis, associaties en details dan vandaan?

„Soms zeggen ze tegen me, jij met je mooie huis en je elegante kleren, wat weet jij van het leven, wat weet jij van arme mensen? Nou, ik was er zelf een. Mijn ouders waren bohemiens. Ze reisden met vier kinderen door Europa in een Volkswagenbusje. Toen dat niet meer kon, streken we neer in een boerenhuis buiten Rome. We hadden niks, we leefden van het land. Ik zag katten vechten met slangen. Ik zag de seizoenen verglijden. Ik zag de hond doodgaan en de schapen sterven. We moesten met de bus naar school, anderhalf uur heen en anderhalf uur terug. Bij de halte aan de rand van de stad zaten we soms uren te wachten tot ze ons ophaalden. Ik zag jongens vechten, ik zag vermoeide meisjes terugkomen van hun baantjes in de stad. Ik was vaak bang en ik voelde me verantwoordelijk voor mijn zusje. Ik leerde op te letten, ik was bedacht op gevaar. Ik moest ons verdedigen, want mijn vader had het te druk en mijn mamma zag geen kwaad. Ze hield geen agenda bij, ze lette nergens op. Maar ze was ook een madonna die me over de liefde leerde.”

Uw moeder, de Ierse Anne Donnelly, is schilder.

„Ze schildert de hemel en de vogels.”

Dat doet ze in allerlei soorten blauw. U beeldhouwt met woorden zoals zij dat met kleur doet.

„Daar lijkt het wel op, ja. Ik zoek altijd naar precies de goede woorden, met precies de juiste betekenis. Ik bedenk ze zelf, dat deden we vroeger thuis ook.”

Krijgt uw jeugd ooit een eigen boek?

„Nee. Want ik schrijf nooit over mijzelf, dat voelt pornografisch. Maar ik herinner me alles, ook de spookbeelden. Dat is niet altijd makkelijk. Ik ben een dramatisch iemand, maar wie niet durft te voelen, kan niet schrijven.”

Uw vader Carlo Mazzantini was ook schrijver.

„Hij schreef veertig jaar aan één boek, een historische roman, over de Tweede Wereldoorlog. Ik hielp hem en ik dacht: schrijver zijn maakt ongelukkig. Ik wilde het niet, maar het gebeurde toch.”

Zelfs het mooiste leven loopt mis

Niet meteen. Mazzantini debuteerde als schrijver op haar 26ste, toen ze een bekend actrice was. „Ik ging op mijn zeventiende naar de toneelschool. Ik was wild, mijn verbeelding zat me dwars. Ik zat in de problemen, maar het ging goed. Ik won prijzen en kreeg grote rollen. Acteren is schrijven op het water. Je levert jezelf uit aan de toneelschrijver, aan het personage, aan het publiek. De vrouwen komen graag en zijn geïnteresseerd, de mannen moeten mee en zie je wegsukkelen. Elke voorstelling maakte ik er een punt van om er eentje uit te kiezen die ik wakker ging laten schrikken. Het was een mooi leven, met applaus en reizen en bloemen. Maar het was ook droef. Met eten in de enige pizzeria die nog open is. Met vluchtige minnaars – je bent onderweg, dan zit dat erin.

„Toen ontmoette ik Sergio. Hij ging net een jaar naar Parijs omdat hij een rol had in een tv-serie en ik zei: wat kan mij dat acteren schelen, ik ga mee. We woonden daar in een klein appartement in de buurt van Centre Pompidou. Ik deed een cursus Frans, verder had ik niks omhanden. En toen gaf Sergio me een schrift. Op het omslag stond Indiana Jones met zijn zweep. Heel symbolisch, alsof hij me voortjoeg. Ik begon in dat schrift te schrijven – het was de aanzet voor mijn debuutroman.”

U droeg al uw boeken aan hem op: ‘Aan Sergio.’ ‘Voor Sergio en voor zijn hond.’ ‘Voor Sergio, nogmaals.’

„Sergio is een wonderbaarlijke man, met een onvoorstelbaar goed hart. Heel gevoelig. Hij komt uit een gezin met een moeder en zussen, hij begrijpt vrouwen. Hij ziet geen sekssymbolen, hij neemt ze serieus. Hij wil dat ik schrijf, helpt me schrappen in de rookgordijnen van een eerste versie van mijn boeken. Morgenzee [2013, over vluchtelingen] droeg ik behalve aan Sergio ook op aan Dhaki. Hij is een Polisario-jongetje [Polisario is de bevrijdingsbeweging in de Westelijke Sahara] die met zijn zusje een tijd bij ons woonde. Dat was een ongelooflijke ervaring. We hadden zelf nog geen kinderen, het was de eerste keer dat we ouders moesten zijn. Dhaki was zes, maar hij leek een oude man. De kinderen gingen terug naar hun vader in de Sahara. Dhaki wilde ook vechten, dat praatte je ’m niet uit zijn hoofd. Ik denk dat hij nog leeft. Ik schrijf ze. Maar zij schrijven niet meer terug.”

Mazzantini is een optimist, zegt ze. Maar: „We worden geboren, we zijn mooi, we doen ons best in een leven dat bestaat uit nostalgie: we nemen wat we kunnen, maar wat we achterlaten zullen we nooit weten. En zelfs het mooiste leven loopt mis, uiteindelijk moeten we allemaal het onbekende in. Elke schrijver moet leren wat het is om te sterven, als schrijver stierf ik vele malen. Ik houd van mijn personages, ik ken ze beter dan de mensen van wie ik houd. Maar uiteindelijk moet ik ze laten gaan.”

Ze vertelt over haar liefde voor Guido, de hoofdpersoon van Schittering. „Guido is in staat tot liefde voor Costantino, maar wie zo diep liefheeft is veroordeeld tot de wanhopige wens dat het leven altijd doorgaat. Dit boek begon als een mozaïek dat aan brokken lag. Ik ging aan het werk met de scherven. Er misten stukjes, er waren raadsels. Met een van de twee jongens was iets ergs gebeurd, ik voelde het. Maar het duurde een boek lang voor ik kon verwoorden wat het was.”

Het keerpunt van Schittering is een geweldscène. Potenrammers nemen je liefdespaar te pakken. Slechts een halve pagina lang, maar die verschrikking zal ik nooit meer vergeten.

„Ik weet niet meer wat ik dacht toen ik dat schreef, echt niet. Met geweld stopt alles, daar heb ik geen tien pagina’s voor nodig. Mijn Sarajevo-boek [Ter wereld gekomen, 2008] wilde ik eerst niet schrijven. Ik las over de agressie, de concentratiekampen, ik dacht: als dat allemaal kan, laten we dan de zon uitzetten. Maar zonder kwaad is er geen goed. Mijn grootmoeder dreigde in de Tweede Wereldoorlog verkracht te worden door een stationschef. Ze praatte op hem in: wat doe je? Ik ben een moeder, ik heb een familie. Ze hield niet op en uiteindelijk deed hij het niet. Sorry, sorry, zei hij, en wees haar de weg naar huis. Hij was ook een slachtoffer en zij gaf hem zijn menselijkheid terug. Dat is mogelijk. Mijn roman Ga niet weg begint met een verkrachting maar die is het begin van een liefdesverhaal.”

Schittering eindigt met de zin: ‘Het leven balkt en galoppeert in zijn onophoudelijke schittering.’

„Die schittering ís het leven. Het dankt zijn schittering immers aan het vooruitzicht van de dood. Als je jong bent, vecht je. Als je oud wordt, weet je dat je soms moet stoppen. Ik heb nu vier jaar geen boek geschreven.”

Ze vertelt over een ernstig ziektegeval in haar directe omgeving.

„Ik hielp natuurlijk, ik dacht, ik kan het aan. Maar ik was niet zo sterk. En mijn kinderen [ze heeft er vier, tussen de 11 en de 25 jaar] worden groot en hebben me meer nodig dan toen ze klein waren. Ik trouwde jong, ik gebruikte nooit voorbehoedsmiddelen. Eerst kreeg ik ze niet. En toen kwamen ze wel.

Het zijn Italiaanse kinderen, ze willen alleen eten als ik kook. Mijn oudste, filosoof, woont nog thuis. Hij wil filmer worden. Mannen laten hun werk voorgaan, ik niet. Fuck literature, dit is óók mijn leven. Ik schrijf met mijn ziel en als mijn ziel beschadigd is, schrijf ik niet.”

Onlangs is ze toch weer begonnen, zegt ze. Als we opstaan zie ik in het voorbijgaan op een tafeltje iets liggen dat op een manuscript lijkt. Korte verhalen, met als titel In utero; ‘In de baarmoeder’.

Margaret Mazzantini geeft me een lift de stad in. In de auto hebben we het over Elena Ferrante, de raadselachtige succesauteur. Wie is dat toch? De vertaalster Anita Raja, zo werd gedacht, maar inmiddels zou bewezen zijn dat het Domenico Starnone is, haar echtgenoot. „Starnone heeft er de pest in”, zegt Mazzantini, „over zijn eigen romans heeft niemand het meer, iedereen vraagt hem naar Ferrante. Hoe denk jij dat het zit?” Ik zeg dat ik denk dat Anita Raja álles heeft geschreven, de Ferrante-boeken plús Starnones romans. „En jij?” Mazzantini houdt het erop dat het echtpaar samen Elena Ferrante is. In hechte samenwerking.