Hoe kan ik maatschappijkritisch zijn?

Van klimaatcrisis tot de Amerikaanse politiek: schrijvers verwerken maatschappelijke thema’s in hun romans. Auteur Lieke Marsman onderzoekt hoe ze dat aanpakken.

Illustratie Kazuma Eekman

De vraag óf literatuur geëngageerd moet zijn heb ik nooit zo interessant gevonden, dat kan iedere schrijver voor zichzelf bepalen. De vraag hóe literatuur geëngageerd kan zijn daarentegen des te meer. Bij het schrijven van mijn boek Het tegenovergestelde van een mens heb ik lang geworsteld met hoe het onderwerp klimaatverandering, dat mensen doorgaans saai of technisch vinden, tot de verbeelding kon spreken. Uiteindelijk koos ik voor een vorm die literaire taal combineerde met informatie.

Hoe pakken andere schrijvers dat aan? Hoe gaan zij te werk wanneer ze kritiek willen leveren op de maatschappij? Ik ga op zoek naar recent verschenen boeken die zich verhouden tot politieke en maatschappelijke ontwikkelingen en stel de auteurs vragen.

Roman Helinksi’s roman De wafelfabriek heeft een vrij klassieke vorm. Het boek gaat over een wat vreemde man, Arka Narovski, die in een wafelfabriek de werknemers, die al jarenlang hun werk min of meer tevreden doen, opjut tegen de directeur. Al snel ontstaat er een haast sektarische sfeer; onder leiding van Narovksi beginnen de fabrieksvrouwen zich steeds vreemder te gedragen. De wafelfabriek gaat over charisma, groepsdynamiek en vooral het verlangen van mensen om ergens bij te horen. En hoewel het verhaal nergens naar de actualiteit verwijst, is het klip-en-klaar: dit gaat over de wereld van nu. Over mensen als Wilders en Trump die met slimme retoriek sluimerende ontevredenheid aanwakkeren en nieuwe ontevredenheid in het leven roepen. Narovski is een populist.

„Ik wilde schrijven over het mechanisme van een groep die binnen een korte tijd op stoom komt”, zegt Helinski. „In De wafelfabriek gebeurt iets ogenschijnlijk ongeloofwaardigs: een verschrikkelijk ritueel waar een groep fabrieksarbeiders zich toe laat overhalen. Waarom doen mensen zoiets? Ik geloof dat het prettig is voor mensen om richting te krijgen. Om achter iemand aan te lopen die zegt: het is goed, volg mij maar. Dat scheelt zoveel nadenken voor mensen, veel zaken zijn te groot om zelf een mening over te vormen. Dan is het fijn als iemand je een mening aanreikt.”

Illustraties Kazuma Eekman

Ik vraag me af in hoeverre Helinski zich bij het schrijven van zijn boek baseerde op waargebeurde verhalen. „Je hebt natuurlijk het bekende stroomschok-experiment van Milgram, waarbij mensen bereid blijken dodelijke stroomstoten toe te dienen omdat ze zich niet verantwoordelijk voelen voor het leed dat ze aanrichten. Maar volgens mij gebeuren vergelijkbare dingen ook in het dagelijks leven. Als ik naar een voetbalwedstrijd ga en tussen allemaal schreeuwende mensen sta, ga ik zelf na een tijdje ook steeds harder schreeuwen. In een groep verdwijnt het gevoel van individuele verantwoordelijkheid. Demagogen maken daar dankbaar gebruik van. Of neem de Trump-rally’s, waar mensen vooraf een half uur worden bestookt met filmpjes over hoe geweldig Trump is. En het gekke is: mensen gaan nog vrijwillig naar zulke rally’s ook. Ik heb ervoor gezorgd dat Arka Narovski een goede spreker is, omdat het vaak woorden zijn, en tegenwoordig ook beelden, die een groep kunnen sturen.”

Helinksi’s wafelfabriek is een samenleving in het klein. De groep kent leiders, maar ook dissidenten en meelopers. De fabriek zou overal kunnen staan, in het verleden of in de toekomst. Door voor zo’n parabelvorm te kiezen, heeft het boek een tijdloos karakter.

Blijf zo dicht mogelijk op de actualiteit

Auke Hulst probeert juist zo dicht mogelijk op de actualiteit te zitten in Slaap zacht, Johnny Idaho. „Dat is ontstaan vanuit een aantal thema’s waar ik me zorgen over maak: de toenemende macht van multinationals, afkalvende privacy en het groeiende verschil tussen arm en rijk. Dat boek gaat over mensen en de wijze waarop ze – tot welke klasse ze ook behoren – door de moderne maatschappelijke en technologische context tot eenzaamheid zijn veroordeeld.”

Dit voorjaar, vlak voor de Nederlandse verkiezingen, benaderde hij 22 Nederlandse schrijvers met de vraag: Wat als dit zo doorgaat? ‘Dit’ was vrij in te vullen, maar verwees voor velen naar de Amerikaanse verkiezingen. Vijf weken later lag de verhalenbundel Als dit zo doorgaat in de winkel. Auke Hulst: „Ik wilde onder andere laten zien dat literatuur niet bedaagd en traag hoeft te zijn, door schrijvers uit te dagen in the heat of the moment langs literaire weg te reageren.”

Het valt mij op dat de verhalen die voortkwamen uit zijn oproep een somber beeld van de toekomst schetsen.

„Dat er veel dystopische scenario’s uitkwamen, was een logisch gevolg van acute zorgen over het politieke en maatschappelijke klimaat. Ik had voor wat tegenwicht ook een aantal schrijvers met een ‘rechtser’ signatuur gevraagd, maar die zeiden helaas nee.”

Al gauw een drammerige moralist

Wie als auteur niet bereid is ‘both sides’ te laten zien of weigert een genuanceerd standpunt in te nemen, wordt al gauw als drammerige moralist weggezet. Het is het makkelijke verwijt dat ook politici die echt iets willen veranderen vaak te horen krijgen. ‘Visie? Dan moet je naar de oogarts’ – niet voor niets een uitspraak van onze premier. Rutte weet natuurlijk dat juist mensen met visie zijn partij het meest kunnen bedreigen, en dus probeert hij het af te doen als gedram van ongezellige mensen.

De makkelijkste manier om dit als schrijver te voorkomen is door gebruik te maken van humor. Mensen die als grappig te boek staan, komen vaak weg met stelligere uitspraken. Een schrijver die erg goed is in het combineren van maatschappijkritiek en humor is Daan Windhorst, die vorig jaar de bundeling satirische verhalen Gifjes uitbracht. Het zijn korte verhalen over kleine onderwerpen, zoals de app Siri of een toeristisch resort op de Noordpool. Toch voel je dat er iets groters wordt aangestipt. Het verhaal Project Grondwet bijvoorbeeld is niet veel meer dan een mailwisseling: een stagiair en een burger die verplicht moet meedoen aan project grondwet maken ruzie over de lunch van de brainstormsessies. Het is een kritiek op zoveel: de overheid die zijn burgers dingen verplicht, het oeverloze gebrainstorm van veel instellingen en het feit dat onze maatschappij gerund wordt door stagiairs. Hilarisch.

Lees ook het interview met Margaret Mazzantini: ‘Wie niet durft te voelen, kan niet schrijven’

„Alle grote dingen gebeuren in kleine dingen”, zegt Windhorst. „Ik vind het leuk om met iets te beginnen wat we nu misschien als normaal zien. Het feit dat we alles in geld willen uitdrukken bijvoorbeeld – om daarna te laten zien hoe zoiets volledig kan ontsporen. Zo schreef ik een verhaal over een beul die mensen die de overheid te veel geld kosten, moet omleggen. Het fijne aan literatuur is dat je zo goed de opeenvolgende stappen kan laten zien, de glijdende schaal waar falende maatschappijen mee te maken hebben. Je kunt precies aantonen: ‘Kijk, hier leek alles nog goed, hier werd het twijfelachtig, en hier ging alles mis’.”

Geef mensen een stem!

Kan literatuur daadwerkelijk iets veranderen, vraag ik Roman Helinski, Daan Windhorst en Auke Hulst. „Ja”, antwoordt Helinski. „Het kan bewustwording creëren, mensen en groepen een stem geven.”

Windhorst wil met zijn boek vooral waarschuwen. „Ik laat in Gifjes ook de schaduwkanten van reclame en sociale media zien. De media beïnvloeden hoe mensen hun leven inrichten. Zo’n boek, dat zelf eveneens tot die media behoort, kan ook invloed hebben. Maar dan op een positieve manier. Reclame wil mensen in slaap sussen – ik wil mensen wakker schudden.”

Hulst is voorzichtiger: „Ik maak me geen geweldige illusies over de impact van literatuur, maar ik geloof wel dat literatuur het vermogen heeft zich blijvend in de geest van de lezer te nestelen. Hoe groot het cumulatieve effect van die lezers is, is een tweede, maar een effect is altijd meer dan geen effect, en dat lijkt me in deze tijden van hysterie en manipulatie toch winst.”

Illustraties Kazuma Eekman

Literatuur is onlosmakelijk verbonden met de tijd en de plaats waar ze geschreven wordt. Dat heeft niet alleen invloed op de onderwerpkeuze van schrijvers, maar ook op de vorm die ze hanteren. Als je naar hedendaagse romans kijkt, valt op dat veel romans non-fictie elementen bevatten, genres worden steeds vaker gemengd. In mijn eigen boek gebeurt dat ook voortdurend. In eerste instantie probeerde ik dat vooral te verklaren door te zeggen dat ik grenzen op wilde zoeken, wilde kijken wat er mogelijk was op het snijvlak van poëzie, fictie en non-fictie. Maar onlangs vroeg iemand me: „Zit je niet gewoon heel veel op internet? De vorm van je roman doet me denken aan het internet.” En toen moest ik toegeven: ja, inderdaad. Ik heb meerdere mensen horen zeggen dat het de zoveelste hype is in letterenland: dat wisselen tussen genres, dat opnemen van non-fictie in romans. Volgens mij is het geen hype, maar een logisch gevolg van de informatiesamenleving waarin we leven. Als alles wat tot je komt gefragmenteerd is en boordevol informatie zit, zal wat uit je komt op den duur ook die vorm gaan aannemen.

Literatuur verhoudt zich dus expliciet, maar ook impliciet, tot de tijd waarin ze wordt geschreven. Tijdens het schrijven van dit stuk stuit ik op een gedicht van de Poolse dichter en nobelprijswinnaar Wisłlawa Szymborska waarin dit mooi wordt verwoord. Ongeëngageerde literatuur bestaat eigenlijk niet, aldus Szymborska. ‘Wij zijn kinderen van onze tijd,/ en onze tijd is politiek. (…) Wat je zegt wekt respons / waarover je zwijgt spreekt voor zich / en is zus of zo ook politiek.’