Geen Generatie X, maar ook geen Millennial? Dan ben je een Xennial

Xennials En weer is er een generatie geboren: de Xennials, een ‘microgeneratie’ tussen Generatie X en de Millennials. „Cynisch én gedreven.”

Dingen waar je als Xennial mee opgroeide. De floppy, maar ook de usb-stick Foto iStock

Een telefoon met een draaischijf. Mijn zoon van achttien maanden heeft er een, op blauwe wieltjes en met oogjes die op en neer gaan als hij het ding achter zich aan trekt. „Hij zal nooit begrijpen dat een telefoon er ooit echt zo uitzag”, merkte een kennis eens op.

De gemiddelde achttienjarige weet al niet beter dan dat telefoons een touchscreen hebben. En iemand van achtentwintig zou het geluid dat de draaischijftelefoon maakt – zeker wanneer de schijf helemaal terug moest ratelen naar het begin – waarschijnlijk niet herkennen tijdens een radiospelletje.

Ik ben een kleine tien jaar ouder dan achtentwintig. Niet alleen weet ik nog hoe onze lichtgrijze draaischijftelefoon eruitzag, hoe zwaar de hoorn was, hoe het voelde om het gedraaide snoer om je vinger te winden, ik kan óók blind mijn iPhone bedienen. Ik weet nog hoe je afsprak vóór het mobiele telefoontijdperk (datum, tijd én plek) maar app mijn afspraak nu snel even als ik van huis ga. Voor mijn werkstukken op school deed ik onderzoek in de bieb, mijn hele werkende leven vertrouw ik op Google (en diens voorgangers). Ik had in de vroege jaren ’00 een MySpace-profiel (Hyves vond ik suf), Snapchat maakt me nerveus.

Ik ben van 1980. Dat maakt me een vroege millennial of een late generatie X’er – ligt er aan welke generatiegrens je wilt aanhouden. Maar bij geen van beide generaties voel ik me thuis. Ik ging me pas in Kurt Cobain verdiepen toen ik op MTV News zag dat hij was overleden. En de neiging om m’n eten te delen op Instagram, heb ik niet.

Dus sloeg ik aan toen ik afgelopen zomer een nieuwe term op sociale media voorbij zag komen, speciaal voor mij en mijn leeftijdgenoten: De ‘Xennial’, een microgeneratie tussen generatie X en millennials. De Xennial, aldus een checklist die veelvuldig op sociale media werd gedeeld, is geboren tussen 1977 en 1983. Opgegroeid in een analoog tijdperk, maar volwassen geworden in het digitale tijdperk. Hij is zo cynisch als de X’er en tevens zo optimistisch en gedreven als de millennial.

‘Hey 30-somethings’

De term werd al in 2014 geïntroduceerd door onlinemagazine GOOD, maar raakte pas in zwang toen de Australische site MamaMia er afgelopen juni een artikel aan wijdde en hoogleraar sociologie Dan Woodman van de Universiteit van Melbourne aan het woord liet. Are You A Xennial? Take The Quiz, schreef de Britse krant The Guardian een paar dagen later. Hey 30-somethings, you’re a Xennial, schreef nieuwssite Mashable. What is a ‘Xennial, vroeg website Business Insider zich af.

CBS besteedde dit item aan de Xennial.

„Het is niet mijn term”, reageert Woodman aan de telefoon vanuit Melbourne. „En ik heb er ook geen onderzoek naar gedaan.” Die indruk, zegt de hoogleraar, werd wel gewekt in het originele artikel, en in het stuk dat de Britse krant The Daily Mail er vervolgens over schreef. Het neemt niet weg dat Woodman, die wel onderzoek doet naar jeugd en generaties en zelf in 1980 is geboren, begrijpt waarom de Xennial zo resoneerde.

„Mensen die rond 1980 zijn geboren, hebben vaak een iets andere gedeelde ervaring dan oudere generatie X’ers of jongere millennials. Ze kwamen op de arbeidsmarkt toen de economie redelijk stabiel was en op het moment dat de wereldwijde economische crisis toesloeg, hadden ze hun carrière en geldzaken al enigszins op de rails. Ze groeiden op met computerspelletjes, maar niet online. Een mobiele telefoon was in hun jeugd alleen weggelegd voor de elite. En sociale media bestonden niet.”

Daarnaast, zegt Woodman, gebeurde er veel rond genderrelaties en werden veel Xennials seksueel bewust toen er een enorme angstcultuur rond het aids veroorzakende hiv-virus werd gecreëerd. „Het zijn genoeg gedeelde kenmerken die het waarschijnlijk interessant maken om over een tussengeneratie te spreken.” Al had hij, als het zíjn onderzoek was geweest, de leeftijdsgrenzen ergens midden jaren 70 tot midden jaren 80 getrokken. Want „generatiegrenzen zijn sowieso willekeurig, een nieuwe generatie wordt niet op 1 januari geboren.”

De wereld beter begrijpen

Dat we graag in generaties denken komt doordat we op die manier onze plek in de wereld beter begrijpen, denkt Paul Taylor, auteur van The Next America: Boomers, Millennials, and the Looming Generational Showdown, „Leeftijd is een belangrijke markering. Het is een manier om ons eigen verhaal aan onszelf te verkopen”, zegt hij.

„Je hoort bij een groep mensen die tegelijkertijd volwassen werd, dezelfde historische gebeurtenissen op dezelfde leeftijd beleefde.”

Al zijn het, zegt hij, vooral de media die de generatiegrenzen graag definiëren.

Taylor deed vooral onderzoek naar de babyboomers en millennials, de twee generaties waartussen de X’ers (en dus de Xennials) zitten en die velen malen luidruchtiger waren in hun vormende jaren dan de Nirvana luisterende, in zichzelf gekeerde generatie X.

„Uit data blijkt dat generatie X een brug is tussen de babyboomers en de millennials. Dat dit ook op kleiner niveau zo werkt, dat de vroege millennials zich een beetje thuis voelen bij zowel de X’ers als de millennials, is niet meer dan logisch.”

Hoogleraar sociologie Woodman waarschuwt voor te veel labels: „De verschillen tussen generaties zijn echt niet zo groot als het nieuws je wil laten denken.” En door andere kenmerken – of je man of vrouw bent, geld of geen geld hebt in je jeugd, in welk werelddeel je opgroeit – kunnen ervaringen binnen dezelfde generatie enorm verschillen, zegt hij.

Waar zijn generatiegrenzen dan wel goed voor? Woodman: „Nostalgie. Samen met leeftijdsgenoten terugdenken aan dingen uit je jeugd.” Draaitelefoons bijvoorbeeld.