Rutte III is deemoediger dan Rutte I&II

Debat regeringsverklaring

Mark Rutte is zich bewust van de kwetsbaarheid van zijn coalitie. Hij probeert opponenten te vriend te houden.

Premier Rutte in debat met Geert Wilders (PVV), terwijl Gert-Jan Segers (ChristenUnie, links) en Kees van der Staaij (SGP) een onderonsje hebben. Foto Bart Maat/ANP

Kán hij het nog? Dat was de vraag op dag twee van het debat over de regeringsverklaring. Voor de derde keer presenteerde Mark Rutte deze week een nieuw kabinet in de Tweede Kamer. Makkelijker is het er met Rutte III voor de premier niet op geworden: de formatie was moeizaam, de coalitie is bont en de meerderheid minimaal.

Het antwoord, na elf uur debatteren: ja, Rutte kan het nog. De premier oogde, net als de afgelopen jaren, energiek en in control. Hij kende zijn dossiers, stelde zich afwisselend streng en meegaand op. Op gezette tijden zorgde hij voor ontspanning in het debat, bijvoorbeeld met een kwinkslag over de eikeltjespyjama van Jesse Klaver (GroenLinks).

En toch was er iets veranderd. Bij zijn derde regeringsverklaring stelde Rutte zich bescheidener op, zich duidelijk bewust van de kwetsbaarheid van zijn coalitie. Af en toe was er de bekende bravoure, maar dat duurde meestal kort. De premier wilde zijn opponenten vooral te vriend houden. Samenwerking, daar was het hem op te doen: „De deur van de Trêveszaal staat op een ruime kier.”

Rutte bood zijn opponenten zelfs tot twee maal toe excuses aan. Bijvoorbeeld toen hij Klaver in een verhitte discussie over migratie pesterig vroeg waarom diens partij toch „zo bevriend is met die bootjessmokkelaars”.

„Nu gaat u te ver,” zei Klaver. Rutte zei ogenblikkelijk sorry.

Dubbele nationaliteit

Voor één fractievoorzitter was Rutte minder vriendelijk: Geert Wilders. In de Tweede Kamer negeert Rutte diens provocaties meestal. Maar nu viel hij de PVV-leider meteen bij het begin keihard aan op diens voornemen om een motie van wantrouwen in te dienen tegen de twee bewindspersonen in Rutte III met een dubbele nationaliteit: Kajsa Ollongren (ook Zweedse) en Barbara Visser (ook Kroatische).

Rutte verweet Geert Wilders „slappe hap”, omdat hij onder het eerste kabinet-Rutte dat de PVV gedoogde nooit een motie van wantrouwen had ingediend tegen een staatssecretaris met een dubbele nationaliteit. „Mijnheer Wilders, u daalt in de peilingen, u daalt in aanzien.”

Vragen van Thierry Baudet (Forum voor Democratie) over de dubbele nationaliteit ontweek hij ook behendig. Rutte’s rechts-populistische kwelgeesten vielen hem aan op migratie, Europa en de nationale identiteit. Die aanvallen wist hij effectief te pareren.

Tegenover de linkse oppositie had Rutte het zeldzaam moeilijk. Klaver, Lodewijk Asscher (PvdA) en Emile Roemer (SP) trokken samen op. Ze wisten in een urenlang debat met Rutte het beeld neer te zetten van een kabinet dat multinationals verkiest boven mensen.

Vooral het afschaffen van de dividendbelasting voor buitenlandse aandeelhouders bracht Rutte in problemen. Dat kost de schatkist 1,4 miljard euro. Rutte probeerde er een apolitiek punt van te maken: „Dit is niet links of rechts, dit gaat om banen.” Maar het linkse trio bleef vragen hoe Rutte wist dat het afschaffen van de dividendbelasting zou zorgen voor meer banen. Asscher: „Kan de premier mij drie economen noemen die dit verstandig vinden?”

Rutte moest erkennen dat er geen onderzoek is dat aantoont dat het afschaffen van de dividendbelasting goed is voor het vestigingsklimaat. Hij had wel „de afgelopen jaren internationaal veel gepraat met bedrijven die besluiten om wel of niet naar Nederland te komen.” Oh ja, wilden Klaver en Asscher weten, „welke bedrijven hebben dan gevraagd om een cadeau van 1,4 miljard aan deze premier”? Rutte weigerde daarop te antwoorden.

‘Schaapachtig lachen’

Dat Rutte het moeilijk had, merkte je aan de grapjes op de man die hij op een gegeven moment begon te maken. Zo stond Klaver volgens hem „schaapachtig te lachen”.

Hoeveel handreikingen aan de oppositie deed de premier uiteindelijk? Op een paar onderwerpen bleek de deur van de Trêveszaal potdicht te zitten. Aan de btw-verhoging, verlaging van de belasting voor bedrijven en andere fiscale maatregelen wordt niets aangepast, was de boodschap van Rutte. Hij kwam ook met een felle verdediging van de omstreden Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (‘sleepwet’), waarover in maart een referendum gehouden wordt. Ook van de kritiek van Klaver op toekomstige vluchtelingendeals met Afrikaanse landen toonde Rutte zich niet onder de indruk.

Daar stonden evenzoveel handreikingen tegenover. Rutte kwam Asscher tegemoet in diens bezwaren tegen een mogelijke besparing op de wijkverpleging. Een politiek verstandige zet: diens pleidooi werd gesteund door álle oppositiepartijen. Tegenover Klaver was hij toeschietelijk over het klimaatbeleid: het kabinet was bereid om met GroenLinks te praten over een gezamenlijke ‘klimaatwet’. Er werd zelfs ter plekke een afspraak voor Klaver gemaakt met minister Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat). Ook over de kabinetsplannen voor de arbeidsmarkt stelde hij zich open op, in de wetenschap dat minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) graag een sociaal akkoord wil sluiten met de werkgevers en vakbonden.

Met medewerking van Petra de Koning