Recensie

Ala.ni maakt er een kwalitatief hoogstaand potje van

Ze raakt haar tekst kwijt, breekt liedjes af, heeft onenigheid met haar gitarist. Jazzzangeres Ala.ni maakt er een potje van. Maar dat potje is kwalitatief zo hoogstaand en haar humoristische worsteling met haar jetlag zo ontwapenend, dat ze ermee wegkomt. Ze is een sensitieve zangeres, als iemand kucht of lacht, reageert ze. Hoewel haar optredens een vaste lijn hebben - eerst eigen liedjes, daarna improvisatie op basis van songteksten uit het publiek en afsluitend covers - kan alles de loop van de avond beïnvloeden. En in TivoliVredenburg in Utrecht kondigt ze al aan: het wordt een rare avond.

Voor iemand die zo afhankelijk is van haar omgeving maakt ze het zichzelf niet makkelijk. Ze improviseert constant en heeft geen band om zich achter te verschuilen. Er staan enkel twee krukken, een voor haar, een voor haar gitarist. En er is de klassieke staande RCA Ribbon microfoon die het jazzy nachtclubgeluid van haar indrukwekkende stem versterkt. Het is het soort microfoon dat haar oudoom Leslie Hutchinson ook gebruikt moet hebben, hij was een van de beroemdste cabaretzangers uit de jaren 20 en 30. Op hem baseert ze deels haar stijl. Zelf kreeg ze in Londen van haar ouders Caribische stijlen als calypso mee, misschien is dat de reden voor het gemak waarmee ze met taal speelt.

Maar in Utrecht is het hard werken voor Ala.ni. Ze is moe van haar Amerikaanse tour en soms zingt ze naast de bluesloopjes van haar gitarist. Toch behoudt ze ook bij kleine irritaties haar Britse humor en een enkele keer weet ze haar narrigheid om te zetten in muziek, bijvoorbeeld wanneer ze al zingend haar kruk als drumstel besluit te gebruiken.

Ze heeft nog wel een toegift, zegt ze tegen het einde „maar zal ik dan gewoon blijven zitten? Ik ben te moe om te lopen.” Ook in die toegift, de jazzstandard ‘Cry Me a River’, raakt ze verstrikt en is ze het niet eens met het spel van haar gitarist, maar ze is dan al lang blij dat het er eindelijk op zit. „O well, shit happens.”