Wilders vertrouwt Ollongren, maar ze krijgt toch een motie van wantrouwen

De Nederlandse identiteit domineerde het begin van het debat over de regeringsverklaring woensdag. PVV-leider Geert Wilders bevestigde in de Tweede Kamer aan een motie van wantrouwen te zullen indienen tegen minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) omdat ze naast de Nederlandse ook de Zweedse nationaliteit heeft. Wilders kondigde dit eerder deze week al aan.

De PVV-leider kreeg in het debat veel kritiek van andere partijen. Maar volgens Wilders betekent zo’n motie niet dat hij Ollongren niet vertrouwt. „Bewindspersonen met een dubbele nationaliteit hebben de schijn van dubbele loyaliteit tegen zich.”

Volgens Wilders is hij consequent: hij kaartte in de Tweede Kamer eerder ook de dubbele nationaliteit van andere bewindspersonen aan. „Ik wil geen Turken, Marokkanen of Zweden in dit huis. Dit is míjn land. Dat mag ik toch zeggen?”

Ollengren zelf liet eerder op de dag weten dat ze het „jammer” vindt dat Wilders met zijn motie van wantrouwen komt. „Ik wil graag beoordeeld worden op wat ik doe, niet op wat ik ben.”

Als leider van de grootste oppositiepartij mocht Wilders woensdagochtend als eerste spreken. Na hem volgden om en om coalitie- en oppositiepartijen.

Premier Rutte opende het debat met de regeringsverklaring van zijn derde kabinet. Volgens hem is Rutte III „een heel gewoon, Nederlands kabinet”. In het regeerakkoord, zei Rutte, zijn „de korte en de lange termijn, links en rechts verbonden”. Ook stak de premier de hand uit naar de oppositie: „De deur van de Treveszaal staat op een stevige kier.”