Stedelijk laat collectie Borgmann taxeren

Gemeente Amsterdam eist meer duidelijkheid van Stedelijk Museum over bruiklenen, schenkingen en aankopen.

Jack Goldstein, White Dove, 1975. Donatie Borgmann. The Estate of Jack Goldstein

De Raad van Toezicht van het Stedelijk Museum Amsterdam geeft twee onafhankelijke taxateurs de opdracht om de waarde te bepalen van de schenking, bruiklenen en aankopen van de Borgmann Collectie. Dat blijkt uit de antwoorden van het college van burgemeester en wethouders van de Gemeente Amsterdam op schriftelijke vragen van het raadslid Marcel van den Heuvel (D66).

Het Stedelijk kwam onlangs in opspraak toen bleek dat een geheim gehouden aankoop voorwaarde was voor een grote schenking van de Duitse verzamelaar Thomas Borgmann, een kennis van de inmiddels vertrokken directeur Beatrix Ruf. Voor zes schilderijen van Michael Krebber en een installatie van Matt Mullican moet het museum 1,5 miljoen euro aan Borgmann betalen. Voor beide kunstenaars geldt dat die aankoopbedragen ver boven opbrengsten op veilingen over hun werk lagen. Het Stedelijk heeft aan de gemeente laten weten dat het werk van Mullican niet alleen in omvang een „zeer groot werk” is, maar bovendien zou worden beschouwd als „een sleutelwerk in zijn carrière” en „niet te vergelijken met andere werken van Mullican”. Van de werken van Krebber stelt het museum dat ze deze ook „zonder de schenking ten behoeve van de collectie had willen verwerven”.

Het college maakte ook bekend dat het in gesprek gaat met het Stedelijk „over de manier waarop het museum op transparante wijze verantwoording kan afleggen over deze en vergelijkbare bruiklenen, schenkingen en aankopen”.

De gemeente is in juni 2016 door het Stedelijk geïnformeerd over de schenking van circa 600 werken, stelt het college. In het jaarverslag van het museum en in het contract over de schenking worden slechts zo’n 175 kunstwerken genoemd.

Het gemeentebestuur stelt ook dat bij de lopende herziening van de collectiebeheerovereenkomsten met het Stedelijk opnieuw wordt gekeken naar de afspraken tussen gemeente en museum over het aanvaarden van schenkingen.

Bovendien constateert het gemeentebestuur dat het de afgelopen periode heeft geschort aan een actieve informering van het college van burgemeester en wethouders door de Raad van Toezicht. „Dat realiseert de Raad van Toezicht zich ook”, schrijft het college. De twee onderzoeken die de Raad van Toezicht al zelf heeft ingesteld, moeten uitsluitsel geven hoe het museum beter bestuurd moet worden.