Rode Kruis maakt excuses voor houding in WOII

Inge Brakman en Gijs de Vries Rode Kruis Op het gebied van menslievendheid heeft het Rode Kruis verzaakt tijdens de Tweede Wereldoorlog. „Daar bieden we onze excuses voor aan.”

Gijs de Vries, directeur van het Rode Kruis: „Het hoofdbestuur was gevangen in neutraliteit en formalisme. Maar op het gebied van menslievendheid, de moeder van al onze grondbeginselen, is er verzaakt.” Foto Bas Czerwinski/ANP

In kleinere kring, en vooral onder Nederlandse overlevenden van de jodenvervolging, was al lang bekend dat het Rode Kruis tijdens de oorlog faalde bij het verlenen van hulp aan met name opgepakte joden en politiek gevangenen. Maar nu wil het Rode Kruis zélf voor eens en altijd, zo luid mogelijk, kenbaar maken hoe zeer de houding van het landelijk bestuur tijdens de Duitse bezetting de huidige organisatie spijt. „We maken onze excuses”, zeggen voorzitter Inge Brakman en directeur Gijs de Vries.

De verontschuldigingen volgen op de NIOD-studie, op verzoek van het Rode Kruis verricht en deze week verschenen, naar de oorlogsjaren. Brakman: „Eens in de zoveel jaar komt het verhaal naar voren dat het Rode Kruis enerzijds veel goed heeft gedaan maar anderzijds voor joden en politiek gevangenen afwezig is geweest. Die onderzoeken waren niet breed genoeg. We wilden het nu eens goed uitspitten. We willen eindelijk eens ruiterlijk erkennen dat het Rode Kruis op een aantal punten gewoon gefaald heeft. Voor alle groepen waarop de Duitsers het hadden gemunt, heeft het Rode Kruis geen moed getoond.”

Inge Brakman, voorzitter van het Rode Kruis: „We willen eindelijk eens ruiterlijk erkennen dat het Rode Kruis op een aantal punten gewoon gefaald heeft.”

Foto Evert Elzinga

Brakman: „Het bestuur was eigenlijk voortdurend bezig met de statuten en de conventies en met wat er wel en niet mocht van de bezetter. Probeerde daar wel z’n ruimte te vinden. En had z’n handen vol aan deze oorlog. Maar liet het afweten bij de hulpverlening aan joden en politiek gevangenen. Omdat de bezetter nee zei. Zonder dat er een daad van protest is te vinden in de archieven. De bezetter is gezagsgetrouw gevolgd. Juist het Rode Kruis, dat zegt op te komen voor de meest kwetsbaren, had niet mogen verzaken. Dat moet worden erkend. En daar bieden we onze excuses voor aan.”

‘Gevangen in formalisme’

De Vries: „Het hoofdbestuur was gevangen in neutraliteit en formalisme. Maar op het gebied van menslievendheid, de moeder van al onze grondbeginselen, is er verzaakt. Als je mandaat is in tijden van nood voor mensen op te komen, en je doet dat niet, dan passen daar excuses bij. Ze hebben de rug niet recht gehouden, en daarmee de menslievendheid geschaad.”

Brakman: „Tijdens de oorlog is het Rode Kruis opgeschoven van het verzorgen van soldaten naar burgers, omdat ze zo veel leed om zich heen zagen. Maar dan moet je er ook zijn voor álle burgers. Er zijn mensen die van hun voorouders hebben gehoord dat het Rode Kruis zo veel voor hen heeft gedaan. Dat maakt het extra kwetsend voor de groepen die niet zijn geholpen. Die hebben zich verlaten gevoeld. Zij hebben de hoogste prijs betaald. Dat mogen we niet goedpraten met wat er wel goed is gegaan.”

De Vries: „Het is en blijft onthutsend en onbegrijpelijk dat er in al die jaren maar zo weinig aan stoutmoedigheid is ondernomen. Terwijl vrijwilligers in lokale afdelingen creatief en fantasierijk wél iets hebben ondernomen. Hoe kan het dat je nooit iets illegaals hebt ondernomen en alleen maar formalistisch bezig was? Ik voel daarover boosheid. Het bestuur volgde de regels, de vrijwilligers volgden hun hart.”

Het bestuur volgde de regels, de vrijwilligers volgden hun hart

De bestuurders hebben niet de illusie dat ze de pijn kunnen wegnemen. Brakman: „We kunnen niets terugdraaien. We kunnen geen leed verzachten. We weten dat een heleboel mensen niks meer met het Rode Kruis te maken willen hebben. Wat we wel kunnen doen, is om uit de grond van ons hart onze excuses aanbieden.”