Meerderheid gemeenten is voor verkoop Eneco

Energiebedrijf

Bijna driekwart van de aandeelhouders blijkt voor verkoop van Eneco te zijn. Scenario’s over verkoop en beursgang komen op tafel.

Foto Maurice Boyer

„Het lijkt wel een filmscript”, lacht de Rotterdamse wethouder Adriaan Visser (financiën, D66) bij de constatering dat de gemeenten Uithoorn en Aalsmeer – beide voor slechts 0,6 procent aandeelhouder – een cruciale rol in de verkoop van Eneco kunnen gaan spelen. Zij bepalen in theorie of de verkopende meerderheid van 53 gemeenten het gezamenlijke belang van 75 procent gaat overschrijden. En die grens is van belang omdat een nieuwe eigenaar dan veel meer zeggenschap krijgt.

Maar zover is het nog lang niet, weet Visser. Voor hem als voorzitter van de zogeheten aandeelhouderscommissie is het belangrijkste dat een forse meerderheid van de gemeentelijke aandeelhouders voor verkoop van Eneco zijn. Na het verlopen van de deadline woensdag bleek dat 73,88 procent zijn jawoord heeft gegeven. Uithoorn beslist donderdag als laatste over de verkoop, Aalsmeer wacht als enige af tot duidelijk is wat de toekomst van Eneco gaat worden.

Lees ook het interview met Adriaan Visser over de strategie van de top van Eneco: ‘Jeroen de Haas is te ver gegaan’

En hoe die eruit gaat zien is nog onduidelijk, maar nu de meerderheid voor verkoop is „kunnen we de volgende fase in”, zegt Visser. Hij treft op 1 december alle 53 aandeelhouders treft en hij hoopt dan al een paar serieuze scenario’s te kunnen schetsen. Over een eventuele verkoop van het energiebedrijf en over een beursgang. Pas na de gemeenteraadsverkiezingen op 21 maart 2018 valt er een definitieve beslissing. De vers gekozen raadsleden weten dan wellicht ook wat Eneco kan opbrengen.

Dus er kan nog van alles veranderen: gemeenten zitten nergens aan vast. Daarom is de genoemde zeggenschap van 75 procent in deze fase vooral symbolisch. En, zo tekent Eneco terecht aan, in menig stad of dorp heeft de gemeenteraad extra voorwaarden gesteld bij een eventuele verkoop. Meestal op het vlak van duurzaamheid en werkgelegenheid.

Veel gemeenten willen hun belang verkopen nu Eneco zijn vleugels, ook in het buitenland, commercieel uitslaat. Met alle risico’s van dien. Na de afsplitsing van Stedin eerder dit jaar, is in elk geval verzekerd dat het netwerk in publieke handen blijft.

Politieke discussie

De relatie tussen Eneco en zijn aandeelhouder verslechterde toen de verkoop onderwerp van politieke discussie werd. Het energiebedrijf liet duidelijk weten tegen een verkoop te zijn, waarbij vakbonden, het personeel en zelfs grote klanten voor het bedrijf in de bres sprongen. Eneco betoogde met name cruciaal te zijn in de verduurzaming van Nederland.

„Het was een bijzonder proces”, zegt Visser. „Eneco heeft echt alles uit de kast gehaald en ik heb een hoop geleerd op het gebied van intensief lobbyen, framing en wat dies meer zij. Maar dat zal Eneco ook wel over ons zeggen.” Over belangstelling voor het bedrijf, met een prijskaartje van zo’n 2,5 tot 3 miljard euro, hebben de eigenaren volgens de Rotterdamse wethouder niet te klagen. „Heel wat mensen hebben zich al aan de poort gemeld. Steeds hebben we gezegd ‘hartelijk dank, maar we gaan eerst in eigen kring in gesprek’.”

Lees ook het interview met Eneco-topman Jeroen de Haas: ‘Ik verdedig mijn bedrijf, daar schaam ik me niet voor’