Meer incidenten bij wedstrijden sinds invoering van Voetbalwet

De Voetbalwet moest voetbalstadions veiliger maken. Maar zeven jaar na de invoering is het aantal incidenten niet afgenomen, blijkt uit het jaarverslag van het Centraal Informatiepunt Voetbalvandalisme (CIV).

Supporters van Feyenoord raken slaags met de politie in Rotterdam. Foto ANP

Het aantal incidenten rondom voetbalwedstrijden is sinds de invoering van de Voetbalwet in 2010 toegenomen. Ook vorig seizoen waren er meer incidenten. Dat blijkt uit het woensdag verschenen jaarverslag van het Centraal Informatiepunt Voetbalvandalisme (CIV). Er waren 779 incidenten, 46 meer dan het seizoen ervoor.

Dat komt deels doordat er meer vuurwerk wordt afgestoken in stadions, zegt Frank Paauw. Hij is korpschef in Rotterdam en als ‘portefeuillehouder voetbal’ bij de Nationale Politie het gezicht van het CIV. Eén afgestoken fakkel of rookpot wordt als ‘incident’ even zwaar meegerekend als een vechtpartij. Vorig voetbalseizoen waren er 173 incidenten met vuurwerk, 23 meer dan het jaar ervoor. Paauw: „We moeten af van het idee dat vuurwerk bij voetbal hoort.”

Maar ook zónder vuurwerk mee te rekenen is er een lichte toename van incidenten, terwijl het doel van de wet juist een afname was. Dat blijkt uit een analyse van de jaarverslagen van de laatste tien voetbalseizoenen.

In de drie seizoenen vóór invoering van de wet in 2010 vonden er gemiddeld 672 incidenten plaats. In de zeven seizoenen erna waren dat er 739 – op ongeveer 800 wedstrijden per jaar. Er wordt ongeveer even vaak gevochten binnen stadions (nu gemiddeld 35 keer per seizoen, tegen 37 keer voor de invoering). En er zijn meer bekogelingen; bijvoorbeeld aanstekers die naar een keeper worden gegooid. „Stabilisatie”, noemt Paauw het.

Weer een feest

De grote afname van voetbalgeweld waar bij de invoering van de Voetbalwet in 2010 op werd gehoopt, is er dan ook niet. Voetbal moest „weer een feest worden”, met veiligere stadions en plezieriger wedstrijdbezoek, vonden de voorstanders. De nieuwe wet, die ook gebruikt kan worden tegen overlast van groepen op straat en tijdens evenementen, gaf burgemeesters meer macht om groepen relschoppers aan te pakken, en het Openbaar Ministerie (OM) om daders te vervolgen.

In 2014 werd de wet al aangescherpt: burgemeesters kregen meer macht om gebiedsverboden op te leggen aan relschoppers en om preventieve maatregelen tegen rellen te nemen. Maar ook dat keerde de opwaartse trend niet.

Toch spreekt Paauw van een „positieve trend” in het voetbal. „De stadions worden veiliger, mooier en comfortabeler.” Je kunt het nieuwe jaarverslag namelijk ook zo lezen: Gemiddeld was er vorig seizoen minder dan één incident per wedstrijd. En van de bijna zes miljoen stadionbezoekers in de Eredivisie, werden er vorig seizoen maar 147 door de rechter veroordeeld voor voetbalgeweld.

Maar dat betekent óók dat de meerderheid van de daders van voetbalgeweld niet vervolgd wordt. Paauw: „Bij de invoering van de Voetbalwet wilde iedereen een voorbeeld nemen aan Engeland. Maar daar ligt de bewijslast veel lager en de straffen veel hoger. Wij hebben een light versie.”

Vooral de sukkels

Daarom is de wet volgens hem te weinig afschrikwekkend voor potentiële nieuwe relschoppers. Het aandeel van zogeheten „first time offenders”, mensen die zich voor het eerst misdragen bij een voetbalwedstrijd, schommelt al jaren rond de 75 procent – ook daar heeft de Voetbalwet weinig aan veranderd. Paauw: „Wij pakken hier vooral de sukkels, in plaats van de mensen die rellen organiseren. Dat is in Engeland anders.”

Over verdere aanscherping van de wet spreekt Paauw zich niet uit. „Alleen maar met de stok slaan werkt niet. We hebben sticks and carrots nodig, moeten de dialoog aangaan met voetbalsupporters.”