Column

Laat los wat je ontroerde

‘Vergeet de meisjes’, heet de nieuwe roman van Alma Mathijsen. In Het Parool vertelde ze dat ze deze titel heeft ontleend aan een gedicht van de Amerikaanse schrijver Raymond Carver. „De titel was er heel snel, het moest een boek worden over twee vrouwen die in elkaar opgaan. Direct dacht ik aan het gedicht van Carver. Een prachtig gedicht […]”

Ze maakte mij nieuwsgierig naar dat gedicht. Ik moest het ooit gelezen hebben, maar was het vergeten. Ik vond het in de bundel A New Path to the Waterfall uit 1989. Het heet ‘The Young Girls’.

Forget all experiences involving wincing.

And anything to do with chamber music.

Museums on rainy Sunday afternoons, etcetera.

The old masters. All that.

Forget the young girls. Try and forget them.

The young girls. And all that.

In mijn vertaling zou het luiden: Vergeet alle ervaringen die je een schok gaven./ En alles wat met kamermuziek te maken heeft./ Musea op regenachtige zondagmiddagen, et cetera./ De oude meesters. Dat allemaal./ Vergeet de jonge meisjes. Probeer ze te vergeten./ De jonge meisjes. En dat allemaal.

Wat wilde Carver met dit gedicht? Het is nuttig om te weten dat Carver het aan het einde van zijn leven geschreven heeft. Hij stierf in 1988 op 50-jarige leeftijd aan longkanker. Hij was een beroemd verhalenschrijver, maar schreef zijn laatste jaren vooral veel parlando-achtige poëzie.

Alma Mathijsen legde in het interview uit dat Carver hier terugkijkt op een voltooid leven en afscheid neemt van zijn herinneringen. Dat lijkt me een goede interpretatie. Vertaalster (o.a. van Alice Munro) Pleuke Boyce, die me aanraadde ‘wincing’ in dit geval met ‘een schok geven’ te vertalen, voegt er desgevraagd nog aan toe: „Ik denk dat het betekent dat je alles wat een hevige emotie bij je teweeggebracht heeft, nu moet loslaten. Omdat je er anders aan ten onder gaat. Omdat het je overmant. Of omdat zoiets nooit meer gaat gebeuren en je er daarom beter niet meer aan kunt denken.” Ja, vooral dat besef dat „zoiets nooit meer gaat gebeuren” maakt ‘The Young Girls’ in al zijn bondigheid tot een zeer melancholiek gedicht. Carver ziet niet om in wrok, maar in weemoed. De weemoed wordt zelfs smart in ‘No Need’, ook een gedicht uit zijn laatste periode.

I see an empty place at the table./ Whose? Who else’s? Who am I kidding?/ The boat’s waiting. No need for oars/ or a wind. I’ve left the key/ in the same place. You know where./ Remember me and all we did together./ Now, hold me tight. That’s it. Kiss me/ hard on the lips. There. Now/ let me go, my dearest. Let me go./ We shall not meet again in this life,/ so kiss me goodbye now. Here, kiss me again./ Once more. There. That’s enough./ Now, my dearest, let me go./ It’s time to be on the way.

Voor wie dit sentimenteel vindt, sluit ik af met het gedicht ‘Curriculum’ uit Het leven deugt. Althans op onderdelen, de nieuwste bundel van Anton Korteweg, een dichter die de vergankelijkheid lichtvoetiger benadert.

Jong duik je met je lief verhit de koffer in,

oud kruip je knus samen onder de wol,

weer later schuiven ze je in een ecokistje

de oven in. De maat was kennelijk vol.