Cultuur

Interview

Wijkagent Fred doet een rondje door Sint Willibrord.

Merlin Daleman

In Sint Willebrord zit de wijkagent klem tussen twee werelden

Hechte gemeenschappen

Opsporingsonderzoek in een hechte gemeenschap is lastig, blijkt uit onderzoek. Zeker voor de wijkagent die moet meerechercheren.

Wijkagent Fred van Opstal stuurt zijn dienstauto rustig door de hoofdstraat. Af en toe steekt hij een hand op – de mensen uit Sint Willebrord kennen hem. „Dit lijkt een normaal dorp, toch?”

Een Brabants dorp met ruim 9.000 inwoners, royale huizen, voortuinen vol grint, strak geschoren heggen. Op iedere oprijlaan staat minstens één goed gepoetste auto, vaak verdiend als metselaar, bouwvakker, stratenmaker. Maar achter de witte, beige of bruine rolluiken gaan ook vreemde verhalen schuil. Veel bewoners zouden hun geld verdienen in de criminaliteit. Al decennia kleeft het plaatsje een imago aan als smokkeldorp – Antwerpen ligt om de hoek. Eerst boter. Tegenwoordig vooral drugs.

En daar probeert de politie een vinger achter te krijgen. Maar het lukt maar moeizaam opsporingsonderzoek te verrichten in gesloten gemeenschappen, blijkt uit een studie in het kader van het onderzoeksprogram Politie en Wetenschap die deze donderdag wordt gepubliceerd. De opsporingsdienst mist de expertise om te rechercheren in hechte, oer-Hollandse leefgemeenschappen en beseft onvoldoende dat hier andere opsporingstechnieken nodig zijn. De politie verliest er greep op, zegt onderzoeker Eric Bervoets: „Criminele vrijplaatsen ontstaan.” Volgens hem richt de politie zich te veel op „exotische gemeenschappen” als de Turkse, Somalische en Marokkaanse, maar vergeet ze de autochtone.

Dat komt doordat de politie denkt dat recherchewerk overal hetzelfde is, zegt onderzoeker Monique Bruinsma, maar dat klopt niet. „Zo’n gemeenschap heeft eigen mores.”

De onderzoekers bekeken recherchewerk in vijf leefgemeenschappen: naast Sint Willebrord waren dat een stadsbuurt in Enschede, Volendam, de Vogeltjesbuurt in Tilburg en de Utrechtse wijk Ondiep. Ze interviewden buurtbewoners, wijkagenten en rechercheurs. Overeenkomsten in alle vijf gebieden: een anti-overheidssentiment en sterke verbondenheid tussen bewoners. Criminaliteitscijfers schommelen er rond het gemiddelde.

Wijkagent Fred doet een rondje door Sint Willibrord.Merlin Daleman

Natuurlijk, er gebeurt wel eens wat in Sint Willebrord. Het heeft relatief veel ghb-verslaafden, die voor overlast zorgen. Maar het aantal geregistreerde misdrijven ligt niet hoger dan in plaatsen van dezelfde omvang.

Toch duikt het dorp geregeld op in nationaal en internationaal politieonderzoek naar drugscriminaliteit, weet Bervoets – onderzoeken die vaak moeizaam verlopen. Gouden regel in Sint Willebrord: de buurman verlink je niet. En vreemden vallen er gelijk op.

Wijkagent Van Opstal en collega Johan Damen beamen dat. Een opsporingsteam deed onderzoek naar drugshandel in het dorp. In een onopvallende auto observeerden ze een pand. Maar een bewoner had ze in smiezen en liep naar de auto. Damen klopt driemaal op zijn bureau: „‘Luste gij ook een bakske? Gij zijt van de politie toch?’ Binnen drie minuten waren ze stuk.”

Om over telefoontaps maar te zwijgen. Rechercheurs die meeluisteren worden door het dialect niet veel wijzer. Als tijdens zo’n gesprek regelmatig het woord ‘kul’ valt, denken ze dat de crimineel Kul heet. Van Opstal: „Kul betekent ‘kerel’ in dialect.”

Tussen twee werelden

Opsporingsteams doen een té groot beroep op wijkagenten, volgens het onderzoek. De wijkagent komt daardoor klem te zitten tussen twee werelden, zegt onderzoeker Bruinsma. Het dorp wil dat hij dicht bij de bevolking staat. De recherche verwacht juist dat hij informatie doorspeelt. Dat zorgt voor ontzettend veel druk, zegt Bervoets: „Dat kan zelfs leiden tot een burn-out.”

Soms verliest de wijkagent bij die constante evenwichtsoefening de balans doordat het contact met de gemeenschap te innig is. Dat kan beginnen met het meedrinken van een biertje tijdens diensttijd, legt Van Opstal uit. Willebrorders zeggen dan ‘van mij horen ze het niet’. „Maar dat maakt je chantabel.”

Wijkagent Fred doet een rondje door Sint Willibrord.
Merlin Daleman
Wijkagent Fred doet een rondje door Sint Willibrord.
Merlin Daleman

Van Opstal is ook meermaals bedreigd. Maar dreigementen noch uitnodigingen veranderen zijn gedrag, zegt hij. „Ik schrijf het altijd op als er iets niet klopt. Anders kan ik beter ophouden.”

Soms lukt het criminelen wel een wijkagent te ‘neutraliseren’, zegt Bervoets. Die houdt hun de hand boven het hoofd en is niet meer in staat waardevolle informatie door te spelen.

Onderzoek in vijf gesloten gemeenschappen, is dat representatief voor Nederland? Volgens Bervoets wel. Je moet voorzichtig zijn met generaliseren, want dit is geen statistisch onderzoek, zegt hij. „Maar politierechercheurs buiten de vijf gemeenschappen herkennen de problematiek ook.”

Fred van Opstal rijdt intussen door Sint Willebrord. Hij wist naar een weelderig huis waarvan de rolluiken dichtzitten. „Een kapper”, weet hij. Klanten zag hij er nooit, maar het knippen klopte wél: wietplantjes.