Column

Dans de shimmy!

Joyce Roodnat

Joyce Roodnat ziet vanaf de eerste rij van het Concertgebouw de Amerikaanse jazz-zangeres Cécile McLorin zingen. En moet dagen later nog aan dat concert denken.

Cécile McLorin Salvant Foto Andreas Terlaak

In het Haags Gemeentemuseum word ik gehypnotiseerd door een beeld van Brancusi. Het heet Maiastra, uit 1912. Een vogelkopje boven een welvende vogelborst, van goudglanzend gepolijst brons. Ideaal, het voelt ideaal. Maar waarom? Hoe leg ik dat uit? Ik kan alleen maar zeggen dat dit beeld me met stomheid slaat – en dat ik dat heerlijk vind.

En nu weet ik niet wat ik hoor. Nu ja, ik weet het wel, luister naar de Amerikaanse jazz-zangeres Cécile McLorin Salvant. Ik zit op de eerste rij in het Amsterdamse Concertgebouw, wat betekent dat mijn hoofd in mijn nek ligt. Boven de rand van het podium zie ik alleen de rug van de pianist en het hoofd van de zangeres. En ook wat akoestiek betreft zit ik fout. Maar dat kan me allemaal niet schelen. Want ik zie van heel dichtbij Cécile McLorin zingen. Verlegen en zelfverzekerd tegelijk, denkerig en zomerig. Soms komt ze aan de rand van het podium, dan zie ik haar helemaal, een deinende verschijning in glanzend goudgeel gewaad.

Moeilijke songs zingt ze alsof ze de pluisjes van een paardenbloem wegblaast. Maar dan zingt ze een simpel liedje: ‘Shimmy’: I went to a dance with my sister Kate./ Everybody there thought she danced so great… Het is bekend en standaard. The Beatles deden ’t. Bowie deed ’t.

Het klinkt uitbundig, maar eigenlijk houdt McLorin het klein. Ik luister en ik zie haar zus Kate de shimmy dansen, de voorloper van de charleston in de jaren 20 van de vorige eeuw. Maar nu McLorin erover zingt, is het gisteren. Ze wriemelt met haar vingers achter haar rug en zingt: Oh, I wish I could shimmy like my sister Kate / She shimmies like a jelly on a plate…

Hoe kan dit zo goed zijn dat ik er dagen later nog aan moet denken? Als er iemand iets snapt van songs is het Mathilde Santing, de zangeres die alles kan, plus Sinatra. Dus ik bel haar op. Ze is helemaal niet verbaasd over het effect van het liedje op mij. „Jij bent gefascineerd omdat er iets tot leven kwam”, zegt ze. Ze beluistert McClorin, roemt haar techniek en analyseert dat ze „de onschuld van die song” aangrijpt. „Hij gaat over seks, er staat iemand te shaken like a jelly on a plate. Maar ze is veilig want ze kijkt naar haar grote zus en die ziet ze zo ontzettend lekker dansen. Ze is trots.”

Ik veronderstel braaf dat ‘Shimmy’ simpel lijkt maar eigenlijk een heel moeilijke song is, maar dat wuift Santing weg. „Absoluut niet. Het is een straight liedje, daarom kun je er zo veel mee.” Maar wat gebeurt hier dan? „Het is niet zozeer haar stem. Het is wat ze met haar stem toevoegt”, zegt Mathilde Santing. En daar moet ik het mee doen.