Interview

‘Als je Erdogan uitdaagt, is het nergens veilig’

Can Dündar

De vervolgde Turkse journalist Can Dündar is in Amsterdam voor een lezing. Met beveiliging, want Erdogan wil zijn arrestatie.

Turkse journalist Can Dündar: „Onze vrienden zitten vast, dus we moeten voorzichtig zijn met wat we schrijven.” Foto Cuneyt Karadag/AFP

De deur naar het deel van het gebouw waar Can Dündar interviews geeft, gaat op slot. De Balie in Amsterdam treft extra veiligheidsmaatregelen voor de lezing van de Turkse oud-hoofdredacteur. Bezoekers wordt aangeraden extra vroeg te komen en verzocht geen grote tassen mee te nemen.

Het leek er even op dat Dündar niet zou komen. Een Turkse officier van justitie deed eind september via Interpol een internationaal aanhoudingsbevel. De journalist durfde er niet op te rekenen dat het verzoek in Nederland zou worden genegeerd. In Spanje zijn onlangs nog twee schrijvers opgepakt op Turks verzoek. Politici riepen op zijn veiligheid te garanderen, en nodigden hem uit in de Tweede Kamer.

Voelt u zich nu veilig?

„Hier in dit gebouw wel ja. Maar als je, zoals ik, een autocratisch leider als Erdogan uitdaagt is het nergens veilig.”

Waar schuilt het gevaar? Nederlandse autoriteiten die samenwerken met de Turkse? Turkse Nederlanders die een aanslag op u zouden willen plegen?

„Beide. Erdogan wil laten zien dat zijn handen overal zijn, dat hij je overal kan bereiken. De Turkse inlichtingendiensten zijn extreem actief, vooral in Duitsland, waar veel opponenten van de Turkse regering heen zijn gegaan, academici, Koerden, activisten, journalisten. Erdogan geeft dus opdracht ze in de gaten te houden. Daar worden onder meer moskeeën voor gebruikt. En er gaat gevaar uit van fanatieke aanhangers.”

U probeert vanuit Duitsland over Turkije te berichten. Hoe?

De dag na oprichting werd de site in Turkije al geblokkeerd. Maar Turken zijn er heel goed in dat soort blokkades te omzeilen. We doen veel via Twitter en Periscope, waarmee je live via internet kunt uitzenden. De voornaamste zorg is de veiligheid van mensen die in Turkije voor ons werken. Zoeken naar de waarheid en die laten zien is riskant.”

De grootste journalistieke uitdaging is te onthullen wat precies is gebeurd op 15 juli 2016, de avond van de mislukte coup. Journalisten lijken dat onderwerp te ontwijken. Werken jullie er wel aan?

„Zelfs voor ons, die vrij zijn om onderzoek te doen, is het lastig dat te begrijpen. Erdogan en de islamitische Gülenbeweging waren partners. Ze voedden elkaar. Er is iets ernstigs tussen hen gebeurd. Het is heel moeilijk diep in die relatie te duiken, want de meesten zitten in de gevangenis of zijn juist aan de macht.”

In Nederland geloven de meeste mensen niet dat de Gülenbeweging achter de coup zit. Juíst omdat de beschuldiging van de Turkse regering komt. U gelooft het blijkbaar wel?

„Klopt. Gülen krijgt een bepaalde sympathie in Europa. Dat ze tegen Erdogan zijn, maakt ze nog niet goed. Ze waren partners en hebben hand in hand vreselijke dingen gedaan en belangrijke posities ingenomen. Nu doet Erdogan hetzelfde tegen hen en zijn wij helaas degenen die hun recht op een eerlijk proces moeten verdedigen. Paradoxaal genoeg worden wij [bij dagblad Cumhuriyet] ervan beschuldigd gülenisten te zijn.” Afgelopen jaar zijn zeventien van Dündars collega’s van Cumhuriyet opgepakt. Vier van hen zitten nog altijd vast.

Zou de Nederlandse regering er goed aan doen de banden met Turkije te herstellen?

„Ja. Het is belangrijk in te zien dat Turkije niet hetzelfde is als Erdogan. Zeker de helft van de mensen wil een modern, vredig leven binnen Europa. Bouw, naast de formele relatie met de regering, banden op tussen universiteiten en via kunst, cultuur, media en bijvoorbeeld vakbonden. Het is een grote fout om Turkije te isoleren en richting Rusland en Saoedi-Arabië te duwen. En dat is niet alleen een Turks probleem, zoals je hier afgelopen maart nog zag.”

In maart werd een Turkse minister die in Rotterdam een campagnebijeenkomst wilde toespreken, Nederland uit gezet. Sindsdien zijn de verhoudingen ijzig en is er amper diplomatiek contact.

Kunnen correspondenten van westerse media in Turkije vrij opereren en de verhalen maken die ertoe doen?

„Ze zijn dapper. Maar hun bazen maken zich zorgen om hun verslaggevers en dat leidt tot zelfcensuur. Als zij op de voorpagina zetten dat Erdogan een dictator is, weten ze dat hun correspondent de reactie krijgt. Het is als een gijzelingssituatie. Een nieuwe vorm van censuur. Voor de Turkse pers geldt hetzelfde: onze vrienden zitten vast en dus we moeten voorzichtig zijn met wat we schrijven. Als je iets radicaals doet, riskeer je hun vrijheid. Mijn vrouw is nog in Turkije, ook een soort gegijzelde.”

Houdt u zich daardoor in? Ook in interviews als dit?

„Ik heb toestemming om vrijuit te praten. Daar hebben we familieberaad over gehad.”