Willem Pluygers: slimme zakenman met hart voor pers

Willem Pluygers (1914-2017)

‘Woeste’ Willem Pluygers, stond aan de basis van de fusiekrant NRC Handelsblad en het Algemeen Dagblad. De Rotterdamse courantier overleed zaterdag.

Bij een bezoek van prinses Beatrix (datum onbekend) aan de NRC legt Willem Pluygers uit hoe men een krant maakt.

Toen Willem Pluygers tijdens zijn stage in Londen op Fleet Street de dure auto’s van de press lords zag staan, wist hij wat hij wilde worden: krantenmagnaat. En dat is hem gelukt. Na zijn grafische opleiding kwam Pluygers in 1936 in dienst van de Nieuwe Rotterdamsche Courant, waar hij al gauw de leiding over het bedrijf kreeg. Hij richtte in 1946 vanuit het NRC-concern het Algemeen Dagblad op. Dit toegankelijke ochtendblad groeide uit tot een van de grootste dagbladen van Nederland, mede doordat Pluygers door het hele land kranten overnam en die als kopblad aan het AD toevoegde.

In 1964 vormde hij samen met het Amsterdamse Algemeen Handelsblad de Nederlandse Dagbladunie, die hij in 1979 vlak voor zijn pensioen binnenloodste bij Elsevier.

Ook al was de oprichting van het AD een gouden greep, in zijn filosofie stond, zoals Pluygers zelf zei, de NRC voorop. Zijn strategie was om met het AD de leegloop van de persen te bestrijden in de nachtelijke uren dat de NRC niet werd gedrukt. Hij mikte met het AD op het grote publiek, waardoor de elitaire NRC met zijn veel hogere redactiekosten en wijdvertakte correspondentennet overeind kon worden gehouden.

Maar het vlaggenschip van het concern liep vanaf de jaren zestig averij op. De NRC ging onvoldoende mee met de tijd en kampte met een sterk verouderd abonneebestand. Na de bedrijfsmatige fusie met het Algemeen Handelsblad moesten in 1970 ook de twee kranten van Pluygers fuseren. Zo ontstond NRC Handelsblad.

Concurrentie een stap voor

Pluygers hield van zijn drukpersen alsof het zijn kinderen waren. Als om kwart over twee ’s middags de persen nog niet denderden om de NRC te drukken, stoof hij de gang op: ‘Waarom wordt er niet gedrukt?!’ Doordat hij zo’n affiniteit had met de technische kant van het uitgeversvak, was hij de concurrentie steeds een stap voor. De NRC was in 1963 het eerste bedrijf in Nederland dat kleurenadvertenties kon drukken en een jaar later de eerste in Europa die een computer in gebruik nam op de zetterij.

Toen de LA Times historie schreef door de gezette krant over te seinen, ging Pluygers er onmiddellijk naartoe, en zo kreeg de NRC al in 1981 eenzelfde straalverbinding. Daardoor hoefden geen matrijzen meer te worden vervoerd door het drukke verkeer en kon de krant op meerdere plaatsen tegelijk worden gedrukt.

Hoewel Pluygers zich graag overal mee bemoeide, hield hij zich aan de strikte scheiding van verantwoordelijkheden tussen directie en hoofdredactie die bij de NRC een traditioneel gegeven was. Als hij zich bij uitzondering toch met de inhoud van de krant bemoeide, dan betrof het meestal een kwestie van fatsoen, zoals de „walgelijke tekeningetjes” van Tom Eyzenbach waarover hij bij hoofdredacteur André Spoor kwam klagen. Het ging om een serie in het Zaterdags Bijvoegsel, waarin steeds een letter uit het alfabet uitgebeeld werd door mensenfiguren in seksuele poses.

Klein van stuk als Pluygers was, werd hij wel een bek op poten genoemd. ‘Woeste Willem’ en ‘de Napoleon van de Westblaak’ waren andere bijnamen. Als hij met iemand gedineerd had, kon hij terugkomen met een servetje waarop de koop van een drukkerij was beklonken. „Ik moet het alleen nog even met mijn financiële man bespreken”, zei hij dan, doelend op zijn collega-directeur. Waar zijn mededirecteuren konden lijden onder zijn dominantie en doortastendheid, profiteerden zijn ondergeschikten van zijn hartelijkheid en loyaliteit. Hij was gewend door het bedrijf te lopen en her en der een praatje te maken met het technische personeel. Toen de hoofdredacteuren van NRC en Handelsblad van de fusie gebruik wilden maken om vijf minder capabele redacteuren te lozen, vonden zij Pluygers vierkant tegenover zich.

Overzeese Weekeditie

Het typeerde Pluygers dat hij trots terugkeek op een aantal streken die hij als zakenman geleverd had. Het meeste plezier had hij in de herinnering hoe hij tijdens zijn diensttijd in Nederlands-Indië NRC’s Overzeese Weekeditie op kosten van het leger had heropgericht. Hierbij keerde hij vrijwel de hele kas van de legerlectuurdienst uit aan de NRC voor het hergebruik van matrijzen. Hij moest op het matje komen bij generaal Spoor en werd voor straf overgeplaatst naar het front, maar de deal stond en de NRC zou nog jarenlang aan de Weekeditie verdienen.

Dat NRC Handelsblad in 1970 in Rotterdam werd gevestigd was onlogisch gezien het journalistieke overwicht van het Handelsblad en de positie van Amsterdam als hoofdstad. Het had alles te maken met het economische overwicht van Rotterdam in het concern en met de positie van Rotterdammer Pluygers. Na zijn pensionering was het een kwestie van tijd dat de redactie naar Amsterdam zou verhuizen. Dat op de gevel aan het Rokin niet de naam van het Amsterdamse Handelsblad prijkt, maar de drie letters van de Rotterdamse NRC is de nalatenschap van Pluygers.