Column

Weinsteins bezoedelde Oscars

Peter de Bruijn

Harvey Weinsteins bepalende rol bij de Oscars was verweven met zijn seksuele praktijken. Wie wil er eigenlijk op zo’n manier een Oscar winnen?

De Academy of Motion Picture Arts and Sciences, de organisatie die de Oscars uitdeelt, zette Harvey Weinstein twee weken geleden buiten de deur. Maar voorzitter John Bailey voegde er meteen aan toe dat de Academy zich niet „kan en wil” opstellen als ‘inquisiteur’ als het gaat om seksueel wangedrag in de filmwereld.

Een week later kwam de Academy alsnog met een verklaring dat de organisatie werkt aan een gedragscode voor de filmbranche, die wangedrag zoals van Weinstein in de toekomst moet voorkomen.

Is dat genoeg? De verleiding moet groot zijn voor de Amerikaanse filmsector om alleen nog maar vooruit te willen blikken, en het nooit, maar dan ook nooit meer over Weinstein te hebben. Toch zou dat onverstandig zijn. Weinstein was niet zomaar een lid van de Academy. In de afgelopen decennia heeft hij de Oscars als geen ander beheerst. Alleen Steven Spielberg (42 keer) is vaker bedankt dan Weinstein (34 keer) in de speeches van Oscar-winnaars.

Uitvinder moderne Oscar-campagne

Weinstein was in de jaren negentig de uitvinder van de moderne Oscar-campagne: hij smeet er meer geld tegenaan met advertenties, feestjes en lunches dan anderen, was agressiever tegenover concurrerende films, vasthoudender in zijn benadering van stemgerechtigde leden van de Academy. Daarmee heeft hij films die inmiddels als klassiekers te boek staan geholpen aan Oscar-glorie: Pulp Fiction, The Artist. Maar dat zijn uitzonderingen. Weinstein was er vooral bedreven in om hele volksstammen te doen geloven dat aardige, middelmatige films zoals Shakespeare in Love, Chocolat, The English Patient, Good Will Hunting, Chicago en The King’s Speech in de categorie onverbiddellijke meesterwerken thuis zouden horen. En dat zijn nog alleen Weinsteins successen.

Inmiddels is duidelijk dat die centrale rol bij de Oscars volkomen verweven was met Weinsteins seksuele praktijken. Actrice Ashley Judd probeerde een opdringerige Weinstein begin jaren negentig van het lijf te houden met een grap: „Pas als je een Oscar voor me hebt geregeld.” Antwoord van Weinstein: „Als je genomineerd bent.” De filmbaas begreep zelf heel goed dat al die Oscars wezenlijk waren voor zijn wangedrag. „Kijk, ik ben een beroemde filmproducent”, zo schepte hij op over zijn vermogen om vrouwen te veroveren. „Iedereen wil een Academy Award. Ik kan echt helpen bij je carrière.”

Afschuw

Maar wie wil er eigenlijk op zo’n manier een Oscar winnen? Wat zijn al die Oscars nog helemaal waard? Het zou mooi zijn als een van die talrijke beroemdheden die nu zo duidelijk hun afschuw over Weinstein uitspreken, de Oscar die ze aan hem te danken hebben, zouden terugsturen naar de Academy.

Kom op, Quentin Tarantino (beste scenario voor Pulp Fiction en Django Unchained), Jennifer Lawrence (beste actrice voor Silver Linings Playbook), Colin Firth (beste acteur voor The King’s Speech): stuur dat beeldje toch gewoon terug. Die onderdanige dankwoorden aan Weinsteins adres bij de Oscar-uitreiking, zijn dan ook meteen ietsje minder gênant.