Cultuur

Interview

Interview

Asielzoeker Aryan (Zsombor Jéger) vliegt weg in ‘Jupiter’s Moon’

‘We moeten weer geloven in iets hogers’

Kornél Mundruczó De Hongaarse regisseur Kornél Mundruczó mengt fantasie en sociaal-drama in ‘Jupiter’s Moon’: over een asielzoeker die kan vliegen. „Xenofobie zie je niet alleen in Hongarije.”

Zoiets verzint alleen Kornél Mundruczó: een sociaal-realistisch drama over een Syrische asielzoeker in Boedapest die behept is met superkrachten en kan vliegen. De Hongaarse regisseur (1975) schudde met zijn vorige film White God (2014) na een reeks keurige auteursfilms alle voorzichtigheid en gêne van zich af. Hij begon elementen van de populaire en de kunstzinnige cinema op een hoogst originele manier te vermengen. In White God komen de straathonden van Boedapest op gruwelijke wijze in opstand tegen hun menselijke bazen (‘Witte goden’). Met die film won hij – zeer verdiend – de hoofdprijs van de competitie ‘Un certain regard’ in Cannes.

Drie jaar later is hij terug in Cannes met Jupiter’s Moon, de film met de vliegende asielzoeker. Daarin volgt hij een vergelijkbaar recept als in White God, al levert dat deze keer wel een minder overtuigende film op. Met zijn superkrachten zet de Syrische vluchteling Aryan (Zsombor Jéger) de onrechtvaardige, discriminerende sociale orde in Hongarije op zijn kop, zoals eerder de honden deden in White God. Aryan brengt om te beginnen het hoofd op hol van de cynische arts Stern (Merab Ninidze), die hem aanvankelijk denkt te kunnen exploiteren als een soort wonder-genezer.

Voor Mundruczó begon de film met een beeld in zijn hoofd dat hem niet meer losliet: het beeld van een man die plotseling opstijgt en kan vliegen. Mundruczó: „Dat riep zoveel vragen bij me op: zou ik het kunnen accepteren, als er plotseling zoiets zou gebeuren? Zou ik erin kunnen geloven? Of zou ik het fenomeen niet kunnen plaatsen en me er juist compleet tegen verzetten? Daar wilde ik een film over maken.”

Een soort engel

Daar komt bij dat Mundruczó eerder twee weken filmopnamen maakte in een vluchtelingenkamp in Syrië voor een kunstproject. „Dat maakte zoveel emoties bij me los. Vervolgens heb ik die twee elementen bij elkaar gebracht: een jongen uit een vluchtelingenkamp, die kan vliegen. Voor mij is hij een soort engel, een spirituele verschijning. Hij is niet per se een Christusfiguur. Maar als Europeanen leven we met duizenden jaren christelijke geschiedenis. Daar kun je nooit helemaal aan ontsnappen, als je dat al zou willen. Ik wil dat helemaal niet, want die geschiedenis heeft ons gevormd. Dat gaat veel verder dan alleen de geschiedenis van de kerk.”

Met zijn film wil Mundruczó uiteraard ook inspelen op de verhitte discussies in zijn land over vluchtelingen. De Hongaarse premier Victor Orbán wil ‘Europese waarden’ beschermen door vluchtelingen en asielzoekers zoveel mogelijk buiten de deur te houden. „Al die overdreven reacties op het vluchtelingenprobleem leidden alleen maar tot nog meer problemen. Maar xenofobie en paranoïa zijn helaas niet voorbehouden aan Hongarije. Dat zie je op dit moment overal.

„Het probleem is ook enorm complex. Daar wil ik op geen enkele manier aan afdoen. Maar in elke crisis komen altijd de meest serieuze vragen naar boven: wat betekent het om een Europeaan te zijn? Wat betekent het om menselijk te zijn? Dat zijn ook vragen die ik mezelf steeds stel. We moeten daar antwoorden op vinden. Maar dat moeten nieuwe antwoorden zijn. Dat kunnen volgens mij niet de antwoorden zijn waar rechts of links van oudsher altijd al mee aankomt.”

De enige weg

Het scherpe onderscheid tussen kunstfilms en populaire cinema heeft de regisseur helemaal achter zich gelaten. „Ik geloof niet meer in pure genres, ik geloof alleen nog in vermenging. Misschien is dat niet meer dan een kwestie van persoonlijke smaak. Films die volgens bepaalde, strakke regels zijn gemaakt vervelen me snel. Ik kan daar niet lang naar kijken, word snel moe. Ik heb daar geen enkele verbinding meer mee. De invloeden op mijn films komen overal vandaan. Ik hou ook van actiethrillers, van sciencefiction. Dat zie je terug in mijn films. Maar tegelijkertijd zijn mijn films heel diep en stevig verankerd in de sociale werkelijkheid. Voor mij is dat allemaal cinema.

„Misschien ben ik een doodlopende weg ingeslagen, dat zou ook nog best kunnen. Maar voor mij is dit nu de enige weg. Ik kan me geen andere manier van films maken meer voorstellen.”

Mundruczó ziet niet minder dan een spirituele crisis om zich heen in Europa. „Als een samenleving zich alleen nog maar bezighoudt met welvaart en succes, ontstaat er een spirituele leegte. Die leegte kun je opvullen met yoga-oefeningen, maar misschien ook door in een vliegende man te geloven. Ik denk echt dat we betere mensen zouden zijn, als we zouden durven om in iets hogers te geloven. We zijn als Europeanen gevormd door onze geschiedenis, of dat nu de religieuze of de humanistische erfenis is. Laten we dat in godsnaam niet vergeten.”