Waarom verkrachtingszaken zo lastig en complex zijn

Seksueel misbruik

Verkrachtingszaken zoals die van Jelle Brandt Corstius en Gijs van Dam zijn lastig en complex, zeggen juridische experts. Vijf vragen.

In het kader van de #MeToo-beweging tegen seksueel misbruik schreef tv-presentator Jelle Brandt Corstius vorige week dinsdag het verhaal op de voorpagina van Trouw dat hij in 2002 tijdens zijn werk was gedrogeerd en was gedwongen tot orale seks. Degene die hij beschuldigde, zonder hem te noemen, was tv-producer Gijs van Dam. Die bepleitte maandag zijn onschuld in Pauw – ze hadden alleen seks gehad met wederzijdse toestemming – en kondigde een aanklacht aan tegen Brandt Corstius wegens smaad en laster. Vijf juridische vragen.

1. Wanneer komt deze verkrachtingszaak voor de strafrechter?

Brandt Corstius en zijn advocaat hebben nog geen aangifte gedaan tegen Van Dam. Ze zeggen dat ze een aangifte aan het voorbereiden zijn, door bewijzen te verzamelen. Wat dat voor bewijzen zijn, willen ze nog niet zeggen. Het Openbaar Ministerie zal pas optreden nadat er aangifte is gedaan, en moet dan beslissen of het een strafzaak wordt, of niet.

Lees ook de felle tv-recensie van Arjen Fortuin over de uitzending van Pauw: Uitzending Pauw laat zien waarom slachtoffers zwijgen

2. Heeft zo’n strafzaak kans van slagen?

Verkrachtingszaken zijn complex en lastig, zegt strafpleiter Ivonne Leenhouwers, die veel verdachten in zedenzaken verdedigde. Vooral omdat er zelden andere getuigen bij zijn. „Wanneer het bewijs alleen bestaat uit de verklaring van het slachtoffer, wordt het lastig. Dan is het zijn verhaal tegen dat van de verdachte.” De rechter moet beoordelen of er ondersteunend bewijs is, zoals letsel, spermasporen, aanvullende getuigenverklaringen. Vaak leiden zedenzaken tot een ‘sepot 02’: geen vervolging wegens gebrek aan bewijs. Leenhouwers: „Dat is voor beide partijen frustrerend: de verdachte heeft het gevoel dat hij zijn onschuld niet kan bewijzen, het slachtoffer voelt zich niet gehoord.”

3. Helpt het als er meer slachtoffers naar voren treden, zoals Brandt Corstius hoopt?

Verklaringen van meerdere slachtoffers helpen op zich niet, zegt Leenhouwers, omdat iedere zaak op zichzelf staat. Maar in bijzondere gevallen kunnen gelijkende verhalen samen tot ‘ketenbewijs’ dienen. „Dan moet wel vaststaan dat slachtoffers onafhankelijk van elkaar met hun beschuldiging zijn gekomen, en dat deze zonder beïnvloeding opvallende gelijkenissen vertonen.”

4. Wat voor waarde heeft een verklaring in een verkrachtingszaak?

Het helpt niet als het een verse verklaring is van iets wat jaren eerder speelde, zegt rechtspsycholoog Robert Horselenberg, die vaak optreedt als getuige-deskundige in zedenzaken. Volgens hem draait het vaak om het beoordelen van de verklaring. De rechter wil volgens Horselenberg vooral weten: wat is er gebeurd tussen de daad en de verklaring? Die moet de ontstaansgeschiedenis van de verklaring zo goed mogelijk in kaart brengen. „Hij moet zich bijvoorbeeld afvragen: wat heeft het slachtoffer ertoe gebracht om het verhaal jarenlang te verzwijgen?”

Volgens Horselenberg is het geheugen feilbaar en kan in de loop der jaren een „nieuwe taxatie van de feiten optreden.” Het beleefde wordt anders ervaren. Volgens hem is ook het opschrijven van de herinnering gevaarlijk: „Het geschreven verhaal kan het verhaal in het autobiografisch geheugen aantasten – zelfs overschrijven. Dat zorgt voor inflatie van het geheugenspoor.”

Lees ook hoe media worstelen met het onderwerp: #MeToo-verhalen stellen journalisten voor dilemma

5. Moeten slachtoffers die aangifte willen doen, zich zorgen maken dat ze vervolgd worden wegens smaad?

Gijs van Dam dreigde in Pauw om Brandt Corstius wegens smaad aan te klagen. Maar, zeggen advocaten, zo’n aangifte leidt zelden tot een zaak, laat staan tot een veroordeling. Smaad en laster zijn moeilijk te bewijzen, en andere belangen, zoals het publieke belang of het recht op vrije uiting, kunnen zwaarder wegen. Strafpleiter Leenhouwers wijst cliënten in zedenzaken vaak op de nadelige gevolgen van zo’n aangifte wegens smaad. „Het leidt vaak nergens toe, maakt de geleden schade niet ongedaan, en vestigt wel de aandacht op de verdachte.” Rechtspsycholoog Horselenberg: „Wie geknipt en geschoren wordt, moet stil zitten.”