Vion onderuit ondanks rammelende spelregels

Rubriek Economie & Recht Hoe ver reiken de Europese voorschriften, tot de EU-grens of er overheen?

Europese bedrijven die runderen exporteren komen in aanmerking voor steun. Deze subsidie is afhankelijk van de naleving van een reeks voorschriften voor het vervoer van de dieren „tot de eerste lossingsplaats in het derde land van de eindbestemming”. Vion Lifestock uit Boxtel kreeg het daarover aan de stok met de staatssecretaris van Financiën.

In september 2010 voerde Vion 36 runderen uit naar Beiroet (Libanon). Eerst gingen ze per vrachtwagen naar Slovenië, om van daaruit te worden verscheept naar de Libanese hoofdstad. Vion dacht te kunnen volstaan met een reisjournaal over het veetransport tot de ‘uitgang’ van de EU. Maar Financiën eiste de verstrekte exportsubsidie (5.870,32 euro, inclusief 10 procent boete en rente) terug, omdat de reisdocumenten lacunes vertoonden over het vervoer tussen Slovenië en Beiroet. Bovendien was onduidelijk of de inspecties deugden. Via het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) belandde hun geschil bij het Hof van Justitie van de EU. Hoofdvraag: hoe ver reiken de Europese voorschriften, tot de EU-grens of er overheen?

De rechtszaak in Luxemburg bracht aan het licht dat de twee Europese verordeningen (nrs. 1/2005 en 817/2010) waar het om draait flink rammelen. In de woorden van advocaat-generaal Nils Wahl: ze zijn „zorgwekkend ondoorzichtig” en „dubbelzinnig”. En het Hof stelt onomwonden dat geen van beide verordeningen „uitdrukkelijk voorschrijft welke documenten een vervoerder die runderen naar een derde land uitvoert, moet verstrekken” om subsidie te ontvangen. Dat mag de Europese wetgever zich aantrekken.

Op één punt zijn de verordeningen volgens het Hof echter wel duidelijk: de subsidie mag alleen worden gegeven als de documenten in orde zijn tot „de eerste lossingsplaats in het derde land van de eindbestemming”, ook als dat buiten de EU ligt. Wat dat betreft staat Financiën sterk als het CBb later zijn finale oordeel velt.

ECLI:EU:C:2017:783