Schroeven aan de pers

Journalistieke vernieuwing Hoe los je de problemen van de journalistiek op? Op het congres ‘Media voor Morgen’ konden journalistieke startups voor het eerst hun ideeën presenteren aan mogelijke mediapartners of investeerders.

Illustratie Tomas Schats

‘De journalistiek moet nú opstaan. Zij moet meer dan ooit het vertrouwen winnen van het publiek. De belangen zijn groter dan ooit.” Grote woorden zijn het, die René van Zanten, directeur van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek, donderdag uitsprak. „Het publiek roept: ‘Help mij!’”

Van Zanten kan het uitleggen. Een zorgwekkend aantal bedreigingen hijgt in de nek van de journalistiek, vindt hij. Filterbubbels, clickbait, geldtekort. Nepnieuws, „een buitengewoon zorgelijke situatie”.

We moeten opstaan, dus. En wie kunnen dat beter dan journalistieke start-ups met verfrissende ideeën en een ongekende drive. Gelukkig spreekt Van Zanten donderdag voor eigen parochie: hij staat op de Media van Morgen, een journalistiek congres waar start-ups en innovatieve projecten van bestaande media zich presenteren, onder de vleugels van het Stimuleringsfonds.

De Media van Morgen is de laatste stap in het tot wasdom komen van het innovatieprogramma van het Stimuleringsfonds, zegt Van Zanten een dag later aan de telefoon. Het programma is nu op z’n effectiefst, volgens hem: „Ideeën worden nu zo door de wasstraat gehaald, dat ze ook haalbaar zijn.”

Het congres is nieuw; voor het eerst krijgen initiatieven, die al geld hebben gekregen van het Stimuleringsfonds, de kans om zich te presenteren aan mogelijke mediapartners of zelfs toekomstige investeerders. „Voorheen gaven we geld, en hoorden we bij wijze van spreken wel hoe dat afgelopen was”, zegt Van Zanten.

Dat volwassen worden heeft zeven jaar geduurd. In 2010 gaf toenmalige minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Ronald Plasterk (PvdA) acht miljoen euro aan het fonds om uit te geven aan innovatie in de media. Dat bedrag was vier procent van de STER-opbrengsten, die de minister volgens de Mediawet mocht uitgeven buiten de NPO.

„Die man kan je niet genoeg eren”, aldus Van Zanten. Toch doet het volgens hem wel iéts af aan Plasterks heldendom: het bedrag was eenmalig. Het moest bovendien in één jaar uitgegeven worden. Dat werden er met permissie twee, want 8 miljoen spenderen in een jaar bleek een hele opgave. Sindsdien krijgt het Stimuleringsfonds jaarlijks 2,1 miljoen euro subsidie van de overheid.

De helft van de projecten die met de 8 miljoen euro zijn betaald bestonden na vier jaar al niet meer. Lees: De 8 miljoen euro subsidie moest op

Daar kan het echter niet alles van doen wat het wil. Het fonds maakt structureel honderdduizenden euro’s per jaar verlies. Dit jaar zelfs een miljoen, volgens Van Zanten. „Dat houd je niet lang vol, natuurlijk.” Twee jaar nog om precies te zijn.

Daarna moeten bijvoorbeeld de subsidies voor regionale journalistiek sneuvelen, dat nu zo’n 4,5 ton per jaar kost, of het subsidieplafond opnieuw omlaag. Dat werd dit jaar al verlaagd, van ruim een ton naar 35.000 euro per project. De aandacht verschoof al naar de begeleiding van start-ups, in plaats van het geven van geld.

Gaan ze iets van de 5 miljoen euro extra per jaar zien, die de nieuwe coalitie volgens het regeerakkoord aan onderzoeksjournalistiek wil besteden? Van Zanten hoopt van wel. „Laat ons een rol spelen in het faciliteren van samenwerkingsverbanden in de regio, waarbij onderzoeksjournalistiek voorop staat.”

The Playwall won donderdag de publieksprijs voor beste idee. Nu is de prijs nog een (letterlijk) uit de straat getrokken klinker, met het logo van de Media van Morgen erop. Die ‘uitblinkerklinker’ is echter een opmaat voor een nieuwe prijs, die vanaf volgend jaar uitgereikt moet worden, aldus Van Zanten. Een ereprijs, voor het meest innovatieve mediabedrijf van Nederland. Dat kan ook een bedrijf zijn „dat al 200 jaar bestaat”. „Bij de Tegels [de belangrijkste journalistieke prijzen in Nederland, red.] sneeuwt de toekomst van de journalistiek onder.” Er zal geen bedrag hangen aan die prijs. Innovatie is een erekwestie.