PvdA, SP en GroenLinks voor het eerst verenigd in uitgebreid plan

Linkse oppositie

In het verleden werd er vaak gesproken over een échte linkse samenwerking. Nu lijkt het voor het eerst gelukt.

Emile Roemer (SP), Lodewijk Asscher (PvdA) en Jesse Klaver (GroenLinks). Foto Martijn Beekman/ANP

SP, GroenLinks en PvdA slaan de handen ineen in hun oppositie tegen het kabinet. Vandaag presenteren de drie linkse partijen een gezamenlijk alternatief voor het kabinetsbeleid van Rutte III, dat woensdag zijn regeringsverklaring aflegt. Protesteerden ze eerder al tegen de btw-verhoging die Rutte III wil doorvoeren, van 6 naar 9 procent, nu komen ze gezamenlijk met alternatieve economische en fiscale plannen.

Het is het voor eerst dat SP, GroenLinks en PvdA zo’n uitgebreid gezamenlijk plan presenteren. Hun verzwakte positie noopt de drie tot linkse samenwerking. Daar is in het verleden vaak over gesproken, maar echt van de grond kwam het nooit. Sinds de Tweede Kamerverkiezingen hebben SP, GroenLinks en PvdA samen 37 zetels, één minder dan de PvdA onder het vorige kabinet in zijn eentje had.

De linkse partijen schrappen de btw-verhoging, schaffen het eigen risico af en verhogen de lonen in de publieke sector, voor leraren, agenten en verpleegkundigen. Ook komen ze met een alternatief plan voor het klimaat: ze vinden dat er een CO2-heffing moet worden ingevoerd. De belasting die burgers nu op hun elektriciteitsrekening afdragen, mag niet worden gebruikt voor het bekritiseerde kabinetsplan om CO2 in de grond op te slaan. Dat moet net als nu gebruikt worden voor het subsidiëren van duurzame energie. Ook trekken ze een miljard euro uit voor mensen die eerder willen stoppen met werken. Hoe ze dat precies willen doen is onduidelijk.

Lees ook dit verhaal over de PvdA als oppositiepartij.

Deze uitgaven kosten in totaal volgens de linkse partijen 10 miljard. Dat financieren ze door de belastingen voor het bedrijfsleven te verhogen. De winstbelasting wordt niet verlaagd. Dat levert 3,3 miljard euro op. De bankenbelasting gaat met 1,5 miljard euro omhoog, en de dividenbelasting blijft (plus 1,4 miljard). Ook draaien de drie de grote lastenverlaging voor burgers terug van 5,9 miljard euro die Rutte III wil.

De partijen laten het alternatieve regeerakkoord niet doorrekenen door het Centraal Planbureau. Zonder die doorrekening blijft onduidelijk of de bedragen die de partijen inboeken realistisch zijn en wat de effecten zijn. Zo valt op dat de drie veel belastingverlagingen van Rutte III voor het bedrijfsleven terugdraaien en veel van dat geld niet gebruiken voor een algemene lastenverlaging voor burgers.