Psychiatrie en euthanasie

Suïcide voorkomen is onze kerntaak

Bij het voorpaginanieuws van NRC (Psychiaters te bang voor euthanasie, 27/10) over de richtlijnen van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie bij euthanasieverzoeken (NVvP), heb ik de volgende opmerkingen: er is geen medisch specialisme dat meer te maken krijgt met suïcide dan de psychiatrie. Het voorkomen van suïcide is een kerntaak voor de psychiater en staat diametraal tegenover een welwillende houding ten opzichte van euthanasie. Iedere psychiater heeft in zijn archief patiënten waarbij het niet lukte om hen in leven te houden. Herinnering hieraan schrijnt blijvend. Als een patiënt in een langer bestaande behandelrelatie de wens van euthanasie naar voren brengt, is de vraag wat hiervan de betekenis is. Test hij of zij bijvoorbeeld uit of de therapeut nog wel iets om hem of haar geeft? Een langer bestaande relatie maakt beoordeling van de euthanasiewens niet gemakkelijker, maar complexer. Mijn stelling: hoe hechter de therapeutische relatie des te ongeschikter de behandelaar als indicatiesteller voor euthanasie. De opvatting van de commissie die de NVvP adviseert dat psychiaters een verzoek tot euthanasie moeten onderzoeken en uitvoeren als voldaan is aan de zorgvuldigheidseisen, gaat voorbij aan de vrijheid die de arts heeft al of niet te willen meewerken aan euthanasieverzoeken en de uitvoering.

Iedereen, ook de psychiater, heeft zijn eigen ethisch kader – vroeger heette dat geweten – waar hij naar mag luisteren.


zenuwarts, niet praktiserend