Oppositie tegen middenkabinet is lastig

Debat Regeringsverklaring

Deze woensdag en morgen legt de Kamer de regeringsverklaring onder het vergrootglas. De nieuwe oppositie is er klaar voor.

De drie linkse oppositieleiders Emile Roemer, Jesse Klaver en Lodewijk Asscher in februari bij het noordelijk lijsttrekkersdebat in Groningen. Deze woensdag beginnen ze het debat met Rutte III. Foto Remko de Waal / ANP

Kees van der Staaij (SGP) vindt het wel een mooie typering: de oppositiepartijen in de Tweede Kamer zijn net „een stel gekooide tijgers”. Na zeven maanden verplicht stilzitten in hun hok staan hij en de andere fractievoorzitters te popelen om naar buiten te rennen.

Woensdag en donderdag debatteert de Tweede Kamer over de regeringsverklaring van Rutte III. Het is, na een formatie die alle records verbrak, de eerste kans voor de nieuwe oppositie om serieus van zich te laten horen. Wat heeft het nieuwe kabinet te duchten van de 74 zetels die het kabinet vanaf deze week tegenover zich vindt?

Veel, zou je op het eerste gezicht denken. De meerderheid is minimaal en de jaren van de ‘constructieve’ oppositie zijn voorbij: geen van de negen oppositiepartijen is van plan op voorhand deals te sluiten met het kabinet, zoals onder Rutte II. Zelfs de gouvernementeel ingestelde SGP zegt de komende tijd de achterkamertjes te willen mijden. Van der Staaij: „Die vraag doet zich pas weer voor als het kabinet haar meerderheid verliest in een van beide Kamers.”

Links slaat handen ineen

De oppositie tegen het kabinet komt bovendien van alle kanten en in vele smaken. De linkse partijen SP, GroenLinks en PvdA hebben de handen ineengeslagen en komen met alternatieve economische plannen: geen btw-verhoging, meer salaris voor leraren en politieagenten, weg met het eigen risico in de zorg. De drie zullen met name D66, de meest progressieve partij in de coalitie, in het vizier nemen.

Op populistisch rechts staan Geert Wilders (PVV) en Thierry Baudet (Forum voor Democratie) klaar als kwelgeest voor de VVD en, in mindere mate, het CDA. Migratie, Europa, hypotheekrenteaftrek, afschaffen van het referendum: allemaal onderwerpen waarop de grootste regeringspartij permanente aanvallen kan verwachten.

De SGP zal de christelijke broeders van CDA en CU de maat nemen op medisch-ethisch gebied. En dan zijn er nog drie linksige one-issue-partijen (Partij voor de Dieren, 50Plus, Denk) die, net als PVV en FvD, het héle politieke establishment het leven zuur willen maken. Kortom, geen al te vriendelijke omgeving voor een kabinet om van start te gaan.

En toch zou het weleens gemakkelijker kunnen worden voor Rutte III dan gedacht. Harde tegenstand kan ook verbroederend werken, zeggen oud-politici met ervaring in coalitie én oppositie. „De combinatie van een krappe meerderheid en een oppositie die te hoop loopt tegen het kabinet kan er juist voor zorgen dat de vier partijen méér bij elkaar op schoot gaan zitten,” zegt Ton Elias, voormalig Kamerlid voor de VVD. „Je krijgt dan een stemming van: we laten ons niet uit elkaar spelen. Zeker in het begin.”

Oppositie voeren tegen een middenkabinet is bovendien lastiger dan het lijkt. Door zijn brede samenstelling heeft Rutte III voor elk wat wils: lastenverlichting en een streng migratiebeleid voor rechts, nieuwe zekerheden op de arbeidsmarkt en een experiment met ‘staatswiet’ waar links warm voor loopt. „Die kritiek van beide flanken”, zegt Kees van der Staaij, „kan het kabinet straks ook aangrijpen om te zeggen: kijk, we zoeken precies de juiste middenweg.”

Eén keer trok de oppositie tot nu gezamenlijk op. Dat was in september, toen het kabinet-in-de-maak vanaf de formatietafel een spoedwet door het parlement wilde loodsen om het eigen risico in de zorg gelijk te houden. Maar zo veel eensgezindheid valt de komende tijd niet te verwachten: zowel op links als op rechts is de oppositie verdeelder dan het lijkt.

Op populistisch rechts zit veel energie bij FvD, dat een stormachtige groei doormaakt in ledenaantal én peilingen. Dit kan tot wrijving leiden met de PVV, zeker als FvD zich in debatten succesvol profileert als een ‘fatsoenlijk’ alternatief voor de partij van Wilders. De komende twee dagen kan Baudet daar al een belangrijke stap in nemen, bijvoorbeeld door PVV-moties tegen net aangetreden bewindspersonen niet te steunen.

Onderlinge spanning

De linkse partijen lijken voor het eerst in decennia de rijen te sluiten, mede uit overlevingsdrang: nog nooit hadden ze samen zó weinig zetels. Maar ook hier speelt op de achtergrond een onderlinge spanning: wie wordt dé linkse oppositieleider? Jesse Klaver (GroenLinks), de ster van de verkiezingscampagne? Of Lodewijk Asscher (PvdA) die tot nu toe in Kamerdebatten het behendigst overkomt?

PvdA en GroenLinks hebben ook een andere opstelling tegenover het kabinet dan de SP. Op sommige punten willen ze Rutte III een kans geven, in de hoop het beleid te kunnen beïnvloeden. SP-leider Emile Roemer lijkt vooral ‘nee’ te willen gaan zeggen tegen de plannen van het kabinet.

Wat ook niet helpt bij oppositie voeren, is dat alle partijen – op de SP na – ooit zaken hebben gedaan met premier Rutte. De vier coalitiepartijen zullen de kritiek van de oppositie pareren met een jij-bak: u had mee kunnen doen, maar u bent weggelopen. „Alleen de SP heeft de handen vrij”, zegt oud-D66-Kamerlid Boris van der Ham. „Maar ook Roemer heeft zijn kans gehad tijdens de formatie.” Met name Jesse Klaver van GroenLinks, die uit de kabinetsformatie stapte, gaat de komende tijd veelvuldig met het ‘wegloopargument’ om de oren geslagen worden, zo klinkt het. CDA-leider Sybrand Buma gaf afgelopen weekend al een voorproefje, toen hij de GroenLinks-leider in de Volkskrant „hooghartig” en „totaal onverantwoord” noemde.

De oppositie brengt geen kabinetten ten val – dat doen kabinetten zelf. Aan die politieke wijsheid zal Rutte III de komende jaren ongetwijfeld vaak denken. Hooguit kan de oppositie een handje helpen. Maar daarvoor komt de tegenstand waarschijnlijk van te veel kanten.