Nederlands biotechsucces lokt beleggers en ‘Big Pharma’

Biotechnologie Een Naardens investeringsfonds haalt 80 miljoen euro op om te investeren in beginnende biotechnologiebedrijven. Ook grote farmaceuten doen mee.

De medische biotechsector in Nederland groeit. Foto Getty Images

Weinig zo risicovol als investeren in medische wetenschappers die net een ontdekking hebben gedaan. Een uitvinding kan nog zo veelbelovend zijn, de route van het laboratorium naar succesvol geneesmiddel of medisch apparaat is lang, duur en onvoorspelbaar. Geen wonder dat het moeilijk is aan financiering te komen in de vroegste fase van een onderzoek.

Toch neemt de belangstelling van investeerders én grote farmaceuten voor start-ups in de Nederlandse biotechnologiesector toe. Dat valt af te leiden uit het feit dat BioGeneration Ventures (BGV), een Goois investeringsfonds dat zich richt op beginnende biotechbedrijven in vooral de Benelux, ruim 80 miljoen euro heeft opgehaald bij de Amerikaanse farma-concerns Johnson & Johnson en Bristol-Myers Squibb. Daarmee heeft BGV dik twee keer zoveel geld losgeweekt als in de twee eerdere financieringsrondes van het fonds bij elkaar, in 2006 en 2012.

De groeiende interesse heeft de Naardense investeringsmaatschappij voor een belangrijk deel te danken aan twee kassuccessen uit het recente verleden. Want investeren in ‘vroege biotech’ mag bijzonder risicovol zijn, als het goed gaat zijn de rendementen om van te watertanden.

Klappers

Zo was BGV vanaf het begin als geldschieter betrokken bij Dezima Pharma en Acerta Pharma; twee klappers uit de Nederlandse biotechnologie – hoewel beide ondernemingen nog geen medicijn op de markt hebben gebracht. Eerstgenoemde, opgericht in 2012 om een cholesterolverlager te ontwikkelen, werd drie jaar later al ingelijfd door het Amerikaanse Amgen voor een overnamesom die kan oplopen tot 1,5 miljard dollar. Acerta uit Oss bracht nog meer op. Het Britse AstraZeneca betaalde in 2015 ten minste 4 miljard dollar voor de onderneming die in 2013 begon met de ontwikkeling van een kankermedicijn, dat deze week werd goedgekeurd door de Amerikaanse toezichthouder FDA.

Opvallend is dat met Bristol-Myers Squibb en Johnson & Johnson twee branchegenoten van AstraZeneca op de lijst staan van investeerders in het nieuwe fonds van BioGeneration. ‘Big Pharma’ dus. Volgens directeur Edward van Wezel is het zelfs „uniek” dat grote farmaceuten investeren een fonds dat zich richt op start-ups en bewijst het dat „de Nederlandse biotechsector wereldwijd op de kaart staat”.

Of het daadwerkelijk uniek is, valt moeilijk te achterhalen. Zeldzaam is het in ieder geval, zegt Jan de Kerpel, biotechdeskundige van zakenbank Kempen & Co.

Omdat grote farmaceuten moeite hebben om zelf met innovaties te komen, steken ze graag geld investeringsfondsen. Zo houden ze zicht op veelbelovende ontwikkelingen en kunnen ze eventueel toeslaan met een overname. „Maar dan gaat het meestal om biotechbedrijven die al wat verder zijn gevorderd met hun onderzoek”, zegt De Kerpel.

Sector verdubbeld in tien jaar

De vroegste fase is niet doorgaans populair bij grote farmaceuten, juist omdat start-ups in de biotech zo vaak mislukken. Dat BGV toch belangstelling heeft gewekt van ‘Big Pharma’, heeft volgens De Kerpel veel te maken met de eerdere successen van het Naardense investeringsfonds. Maar het toont ook dat er goede medische wetenschap wordt bedreven in Nederland én dat die steeds gemakkelijker haar weg vindt naar het bedrijfsleven.

Dat laatste is zichtbaar in de groei van de medische biotechsector in Nederland. Zo telde de branche in 2015 – het laatste jaar waarvoor branchevereniging HollandBIO gegevens beschikbaar heeft – ruim 450 bedrijven en 24.000 werknemers. Dat betekent een verdubbeling in tien jaar tijd. Het Financieele Dagblad berekende onlangs dat vier grote Nederlandse investeerders – Forbion, LSP, Inkef en Gilde – vorig jaar meer dan 1 miljard euro ophaalden voor de financiering van biotechondernemingen.

Vijf jonge ondernemingen hebben al investeringen uit het nieuwe fonds van BGV ontvangen. Het gaat om een Duitse partij en vier Nederlandse bedrijven. Escalier BioSciences uit Nijmegen ontwikkelt een geneesmiddel tegen de chronische huidziekte psoriasis. Het Amsterdamse Scenic Biotech werkt aan een gentherapie tegen kanker en Varmx uit Leiden is bezig met een middel om bloedingen te stoppen. Mellon Medical, eveneens uit Nijmegen, ontwikkelt een apparaat dat chirurgen in staat moet stellen met één hand te hechten.