Mbo heeft ook de spijbelaars nodig

Onderwijs
Na examenfraude blijkt de verzuimregistratie bij ROC Zadkine in Rotterdam ook niet op orde. Veel mbo-centra, zoals Zadkine, kampen met ongemotiveerde leerlingen die wegblijven. Ze voelen druk om studenten vast te houden en te laten slagen.

Het Centrum voor Logistiek van het Zadkine in Rotterdam moest strenger worden van de inspectie. Remco Koers

„Het is strenger geworden”, zegt Bryan Osuji. Hij is tweedejaars student bij de logistieke middelbare beroepsopleiding (mbo) van het Zadkine in Rotterdam. De opleiding is gevestigd in een laag, grijs gebouw aan het eind van een bedrijventerrein, tussen spoor- en autobanen. „Vorig jaar moest je voor 50 procent aanwezig zijn, nu voor 70 procent. Het wordt ook beter gecontroleerd.” Hij vindt dat goed.

Zadkine’s Centrum voor Logistiek móést ook strenger worden. In juni vorig jaar werd ontdekt dat twee leraren en een teamleider examens van tevoren hadden getoond aan studenten om hen bij de toets te helpen. Ook zou er zijn gesjoemeld met aanwezigheidslijsten.

Volgens een dinsdag uitgekomen rapport van de Inspectie van het Onderwijs is het verzuim bij Zadkine hoog doordat de registratie niet deugt. Daardoor is er een hoog risico op uitval van kwetsbare studenten. De leraren en de teamleider moesten de school verlaten. Er is strengere aanwezigheidsregistratie en nadrukkelijker toezicht.

Volgens een woordvoerder van Zadkine moeten studenten niet 70 maar 80 procent van de tijd aanwezig zijn. Daar is verwarring over onder de leerlingen. Tegen de NOS zeiden sommige medewerkers dat de verzuimregistratie nog steeds niet op orde is.

Met betere registratie is het echte probleem niet verdwenen: mbo’s moeten leerlingen proberen binnen te houden die niet gemotiveerd zijn. Daar sturen financiële prikkels op aan: voortijdige schoolverlaters kosten de school geld.

Volgens een extern onderzoek legde de leiding van Zadkine te grote druk op studierendementen, zodat mensen „eigenmachtig gaan optreden om hoge slaagcijfers te halen”. Het halen van diploma’s telt mee met de financiering. Sommige studenten voelen die druk op de school aan door de kantjes ervan af te lopen, maximaal geoorloofd afwezig te zijn of geen boeken of schriften mee naar de les te brengen.

Studenten worden ook geregeerd door prikkels. Vanaf hun achttiende jaar hebben mbo’ers recht op een basisbeurs, geen lening dus. Voor die tijd hebben ze een kwalificatieplicht. Dat betekent dat ze moeten studeren tot ze een diploma hebben. Het regeerakkoord wil die leeftijd verhogen tot 21 jaar. Dat vergroot de druk om studenten op school te houden.

Perverse prikkel

De druk om leerlingen vast te houden levert resultaat op. Education at a Glance 2017, de jaarlijkse rapportage van de rijkelandenclub OESO, roemt de gemiddelde slagingsscore van 78 procent in het Nederlandse middelbare beroepsonderwijs, tegenover een internationaal gemiddelde van 69 procent.

De werkelijkheid achter die cijfers is minder rooskleurig. Volgens de OESO zitten veel Nederlandse jongeren nog op school, maar dat gebeurt ook wel om de studiebeurs op te strijken. Volgens een peiling van ResearchNed uit 2016 denkt eenderde van de studenten dat het hoge verzuim bij het mbo te maken heeft met leerlingen die er alleen om financiële redenen zijn. Ze proberen het zo in te delen dat ze net niet hun studiefinanciering verliezen. Vaak springen ze van studie naar studie.

„Die studiefinanciering is de enige manier om aan geld te komen. Dat is een perverse prikkel”, zegt Maurice Crul, hoogleraar sociologie aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. „Aangezien je óf naar school moet gaan, óf op het werk moet zitten, zie je dat de voortijdige schoolverlater ongeacht de motivatie teruggeleid wordt naar school. Dit, gecombineerd met het feit dat wij in Nederland alle risicojongeren bij elkaar op het mbo zetten, leidt tot deze situatie. In Engeland bijvoorbeeld zitten alle leerlingen tot hun achttiende allemaal samen op het middelbare onderwijs. Dan is er niet zo’n concentratie van risicoleerlingen”, zegt hij.

„Het verzuim is groter op het mbo dan op het middelbaar onderwijs”, vervolgt Crul. „Zorgcoördinatoren, zo vonden we in ons onderzoek, reageren daar bij het mbo minder op dan in het middelbaar onderwijs.” Uit zijn onderzoek blijkt dat bij mbo 77 procent van degenen die zelf melden dat ze meer dan drie keer verzuimden geen contact met de zorgcoördinator hebben gehad.

Lesuitval

Ongemotiveerde leerlingen tasten de motivatie van leraren aan. Er is veel lesuitval op mbo’s in achterstandswijken. Tesha Stomp hield het na vijftien jaar voor verscheidene mbo’s in Zeeland, West-Brabant en Rotterdam voor gezien. Dit jaar verliet ze de kappersopleiding van Zadkine om volwassenenonderwijs te geven.

Stomp had genoeg van mbo. Meisjes die aan het begin van de les al vroegen of ze eerder weg mochten. Studenten die nooit een boek, pen of schrift meenamen naar de les en achter een lege tafel zaten of die vaak afwezig waren. En toch mocht Stomp hen niet wegsturen.

Ook Marjan Mudde, tot de zomer docent Nederlands aan het Rotterdamse Albeda mocht studenten zonder boek of schrift niet de klas uit sturen. „De nadruk ligt op het vermijden van schooluitval”, zegt ze. „De presentie moest digitaal worden ingevuld en dat gebeurde vrij secuur. Aan de andere kant: als het verzuim om een goede reden gebeurde, zoals de thuissituatie, en langer duurde, werd dat door de vingers gezien.”

Zij vindt dat de school de problemen niet aanpakte. „Er lopen veel jongens en meiden met een achterstandspositie rond. Ze krijgen een cultuur mee dat alles geoorloofd is.

„Eindeloos herkansen poetst het niet op”, zegt ze. Het verschil tussen mbo’s in Rotterdam-Zuid of in de randgemeenten is navenant. „Daar zijn de ouders meer betrokken”, zegt ze.

Hassan El Yabraki (20), student logistiek bij Zadkine bij een éénjarige opleiding, waardeert dat de school er alles aan doet om hem erdoorheen te slepen en een kans te geven. „Ik vind het leuk om in een loods te werken”, zegt hij. Hij komt van het Albeda, waar hij de studie Techniek had afgebroken. Daar was het strenger, weet hij. Deze Zadkine-opleiding is ook slordiger, vindt hij. Er wordt nooit van tevoren aangekondigd wanneer een les uitvalt en dat gebeurt vaak.

Van de wijzigingen in het lesrooster worden leraren en studenten slecht op de hoogte gebracht, blijkt uit het externe onderzoek van Zadkine. „Dan kom je om half negen en begint het pas om half elf”, zegt hij. Zijn vriend Berry (20) valt hem bij: „Dan kom je dinsdag en is er geen les, dan kom je woensdag en is er ook geen les en dan blijf je donderdag weg en dan is er wel les”, zegt hij.

Zij hebben een opleiding van een jaar, van februari tot februari. En daarna hoopt El Yabraki echt te gaan werken in de logistiek.

Weg van school.