Huis in Zeeland, school in België

Bevolkingskrimp

Door vergrijzing hebben scholen in Zeeuws-Vlaanderen steeds minder leerlingen. Scholieren wijken nu uit naar België.

De actiegroep van Peter Verploeg, een vader met een dochter op school in Oostburg, wil voorkomen dat Zeeuws-Vlaanderen een ‘spookgebied’ zonder scholen wordt, met vooral toeristen en dagjesmensen. Foto’s An Brys

De ‘schoolbel’ gaat, een ouderwetse zoemer, en plots vult de straat voor de school zich met leerlingen. Het oude gebouw van het atheneum in het Belgische Knokke stroomt leeg op de vrijdag voor de herfstvakantie. Op de hoek wacht een auto met Nederlands kenteken op de 13-jarige Mohani, een meisje met een gebloemde rugzak. Ze woont in Zeeuws-Vlaanderen, maar gaat in Knokke naar school. „Het is een fijne school”, zegt Mohani’s moeder, Rita Azizollah. „En het is helemaal niet lastig om er te komen.”

Het onderwijs in Zeeuws-Vlaanderen staat onder druk. De reden: er wonen steeds minder jonge mensen in dit toch al dunbevolkte gedeelte van Zeeland. De afgelopen tien jaar nam het aantal mensen jonger dan 40 af met ruim 12 procent, aldus het Centraal Bureau voor de Statistiek. Daardoor hebben middelbare scholen het moeilijk, zoals het Zwin College in Oostburg. Die school, in het westen van Zeeuws-Vlaanderen, heeft te weinig leerlingen om financieel gezond te blijven. Sluiting dreigt.

Reistijden zijn voor leerlingen in Zeeuws-Vlaanderen toch al lang. Over smalle provinciale wegen rijden bussen die om de haverklap stoppen. Voor mensen in Nederlandse grensgemeenten is België dan soms veel dichterbij. Vandaar dat sommige ouders hun kinderen richting het Belgische onderwijs dirigeren: volgens de gemeente Terneuzen kiest inmiddels zo’n 8 procent van hen daarvoor. Als de scholen op de flanken van Zeeuws-Vlaanderen moeten sluiten door leerlingengebrek, overweegt 45 procent van de ouders te kiezen voor Belgisch voortgezet onderwijs, bleek in oktober uit een enquête van de Taskforce Toekomstig Voortgezet Onderwijs Zeeuws-Vlaanderen. Vooral vanwege de reistijd: voor leerlingen in het westen van Zeeuws-Vlaanderen betekent naar school gaan in het centraler gelegen Terneuzen busritten van twee tot vier uur per dag.

Een ‘weglek’ naar België

De Taskforce, opgezet met steun van Zeeuwse gemeenten en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), kwam maandag met een nieuw rapport: daaruit blijkt dat de besturen van vier middelbare scholen in Zeeuws-Vlaanderen moeten fuseren.

Het ontbreken van goed bereikbaar onderwijs kan volgens de Terneuzense wethouder Cees Liefting (PvdA) tot grote problemen leiden. „Als naar een Belgische school gaan de enige optie is, kan dat ervoor zorgen dat gezinnen met kinderen niet in Zeeuws-Vlaanderen komen wonen.”

Liefting ziet al jaren dat sprake is van een „weglek” naar België, omdat kinderen daar al vanaf tweeënhalf jaar tegen relatief lage kosten op opvangvoorziening of lagere school terecht kunnen. Als middelbare scholen in Nederland slechter bereikbaar worden, vreest Liefting, zullen alleen maar meer kinderen naar België gaan. „En dat terwijl hier genoeg werk is, de industrie is echt booming. We hebben hier gewoon mensen nodig.”

In Oostburg zien ze ieder jaar minder leerlingen. In 1975 telde het westen van Zeeuws-Vlaanderen nog zes scholen met samen zo’n 1.800 leerlingen. Nu is de enige mogelijkheid tot onderwijs het schoolgebouw in Oostburg. „Als het zo doorgaat, dan moeten we volgend jaar of het jaar erop de deur sluiten”, zegt directeur Frank Neefs. „Het is niet vol te houden om alle niveaus van onderwijs aan te bieden. Als we sluiten, zullen veel leerlingen noodgedwongen naar België vertrekken.”

Een groot vakantiepark

Het is de reden dat Peter Verploeg een actiegroep heeft opgericht om onderwijs in Zeeuws-Vlaanderen te behouden. Verploeg, die een dochter in Oostburg op school heeft zitten, is bang dat delen van Zeeuws-Vlaanderen veranderen in een spookgebied. „Als de jonge gezinnen wegblijven, volgen daarna misschien de bedrijven en de horeca. Dat doet mij pijn. Ik zie de regio in gevaar komen, ik zie het doodbloeden. Het wordt hier straks één groot vakantiepark.”

Een bestuurlijke fusie tussen de scholen in Zeeuws-Vlaanderen zou een deel van de oplossing kunnen zijn: de scholen kunnen leraren tussen de verschillende gebouwen laten pendelen. Gesprekken daarover liepen tot nu toe op niks uit.

Mede vanwege die onzekerheid stuurde Leo Benne uit Sluis zijn dochter alvast naar een Belgische basisschool, om te wennen aan het onderwijs daar. „Het liefst zouden we haar naar een Nederlandse school sturen, maar je wilt zekerheid voor je kind.” Ik hoop dat het onderwijs in Zeeuws-Vlaanderen blijft voortbestaan, maar misschien zijn scholen in België wel de toekomst. Dat we zonder grenzen gaan denken.”