Hoe de gemeente Amsterdam haar ogen en oren in de stad verloor

Antiradicaliseringsbeleid

Amsterdam wilde met een vergaande aanpak radicalisering bestrijden. Maar de verantwoordelijke afdeling ging ten onder aan intern wantrouwen. Een reconstructie.

De driehoek van Amsterdam, dit voorjaar. Naast de inmiddels overleden burgemeester Van der Laan politiechef Pieter-Jaap Aalbersberg (links) en hoofdofficier van justitie Theo Hofstee. Foto JERRY LAMPEN/ANP

Een islamitische jongen kijkt in de camera van zijn smartphone, een honkbalpetje diep over zijn ogen. Hij vertelt, in het Nederlands, dat hij het niet meer volhoudt. „Waarom is elke politieman een klootzak?”

Zes mensen bekijken de filmpjes van deze anonieme jongen. Het is december 2016, in zijn werkkamer op het stadhuis heeft burgemeester Eberhard van der Laan (PvdA) een half uur de tijd voor de presentatie van een project dat nog zo pril en geheim is dat geen wethouder of raadslid er iets van weet. Niets ervan mag op de servers in het stadhuis staan. Deze acht weten er wel van: Van der Laan, vijf ambtenaren, een adviseur en de acteur die de boze jongen speelt. Daarbuiten heeft Van der Laan het project besproken met de hoofdcommissaris van politie, de hoofdofficier van justitie, en met de hoogste ambtenaar op dit dossier, de directeur Openbare Orde en Veiligheid.

Van der Laan is niet in goeden doen. Hij is gevallen en aan zijn schouder geopereerd, zijn linkerarm hangt in een mitella. Maar hij wil deze vergadering niet afzeggen. Dit project, dat de ‘grijze campagne’ wordt genoemd, zal de Amsterdamse aanpak van radicalisering naar een nieuw plan tillen, het plan van de counter-narrative. Het doel: twijfel zaaien in de hoofden van potentieel radicaliserende jongeren en woede wegnemen. Daarom heet het de ‘grijze campagne’ – grijs als tegenovergestelde van het zwart-witdenken van radicale individuen.

Maar het loopt anders. De campagne sneuvelt voortijdig. Niet alleen door inhoudelijke twijfels over het project, maar óók wegens wantrouwen ten opzichte van de uitvoerende ambtenaren met een islamitische achtergrond. Dit is het verhaal van de implosie van het programma Radicalisering en Polarisatie van Amsterdam, op basis van gesprekken met diverse betrokkenen en vertrouwelijke stukken.

Het idee van de grijze campagne is dat een filmer-acteur zo’n 25 vlogs maakt en op YouTube zet, waar ze een soort dagboek zullen lijken. De kijker die hem volgt, zal zien hoe hij zich langzaam maar zeker afkeert van uitwendig gericht geweld naar de eerzame strijd in zichzelf.

Het is een typisch Van der Laan-project: een onconventionele oplossing voor een acuut en complex probleem. Zoals hij ook zich hardnekkig misdragende Amsterdammers gedwongen liet verhuizen naar een containerdorp in de zogeheten treiteraanpak, en zoals hij jonge, schijnbaar onverbeterlijke criminelen intensief tot resocialisatie dwong met de top-600-aanpak.

Maandenlang wordt geoefend op het maken van authentiek ogende vlogs. Het idee is helder, maar vind de goede toon maar eens. „De eerste pogingen tot een vlog leken op cliché-zelfmoordvideo’s”, zegt een direct betrokkene. „Vreselijk, dat was helemaal niet de bedoeling. Uiteindelijk begon hij echt in zijn rol te komen.”

Maar als Van der Laan in december een compilatie ziet, is hij allesbehalve gerustgesteld. Zeker als een van zijn ambtenaren onderstreept dat de burgemeester gerust kan zijn: er zal in de filmpjes niet worden gerefereerd aan religie. De aanwezigen zien Van der Laan opstuiven. Wat is dit nou? Waarom zit er geen religie in?

De eerste pogingen tot een vlog leken op cliché-zelfmoordvideo’s

De ambtenaren en de adviseur zijn verbaasd. De burgemeester heeft zich, sinds hij begin 2015 kennismaakte met de Ierse radicaliseringsexpert David Kenning, een verklaard voorstander getoond van diens theorie. De kern daarvan: niet het geloof is doorslaggevend bij radicalisering, maar de gemoedstoestand. Jongeren die extreem radicaliseren hebben geen perspectief, neigen tot geweld en de radicale islam is eerder een vaandel waarachter zij zich scharen – deze Kenning-zinnen heeft Van der Laan keer op keer publiekelijk uitgesproken. Het betrekken van het geloof bij het deradicaliseren van deze jongeren (‘Waarom kies je niet voor een gematigde islam?’) is erger dan ineffectief: het is contraproductief, aldus Kenning. „Zodra je de islam noemt, komt het onmiddellijk over als propaganda en is de boodschap niet meer authentiek. Bovendien neem je het risico dat je een discussie start die je niet kan winnen.” De Ier trekt altijd de parallel met Feyenoord-hooligans. Zullen die naar je luisteren als je ze komt vertellen dat Ajax heus ook een goeie ploeg is?

Nu overvalt de burgemeester de aanwezigen met zijn vraag om méér religie in de counter-narrative-campagne. De ambtenaren en de burgemeester raken verwikkeld in een twistgesprek, dat na tien minuten eindigt als Van der Laan de kamer uit beent. De ambtenaren zeggen dat ze zich aan de opdracht van de burgemeester hebben gehouden. De burgemeester zegt tegen een van de ambtenaren dat die de islam vast niet durft aan te spreken omdat hij zelf een moslim is.

De ambtenaren zijn geschokt. Hoe kan de burgemeester hun loyaliteit in twijfel trekken?

Gesloten cultuur

Ruim een half jaar later, najaar 2017, zijn alle bij dit overleg aanwezige ambtenaren vertrokken of ontslagen. De bekendste, Saadia A.-T., staat in juli met een balkje voor haar ogen in De Telegraaf. Ze wordt gepresenteerd als „de rechterhand van de burgemeester” op dit dossier en als de „koningin” van een Marokkaans netwerk dat elkaar opdrachten zou toespelen. De hele zomer blijft het stormen rond de afdeling Radicalisering en Polarisatie. De burgemeester, ongeneeslijk ziek inmiddels en verzwakt, raakt in politieke problemen. Op 14 september debatteert een commissie van de gemeenteraad met hem over de kwestie – kritisch, maar omzichtig. Van der Laan stelt deemoedig dat hij slecht heeft toegezien op de afdeling. Maar de Amsterdamse aanpak van radicalisering is volgens hem niet besmet.

Het zal Van der Laans laatste debat zijn. Enkele dagen erna meldt hij zich ziek en draagt hij zijn taken over aan locoburgemeester Kajsa Ollongren. Begin oktober overlijdt Van der Laan, eind oktober vertrekt Ollongren naar Den Haag om voor D66 minister en vicepremier te worden. Amsterdam blijft achter met een dossier dat vitaal is voor de veiligheid van de stad, maar dat is aangetast door achterdocht – van de burgemeester, van ambtenaren, raadsleden en, via de media, ook van de Amsterdammers. Donderdag moet de nieuwe plaatsvervangend burgemeester, Eric van der Burg, zich voor de gang van zaken verantwoorden in een raadscommissie.

Sleutelfiguren

Paradoxaal genoeg liep de hoofdstad jarenlang juist voorop in de bestrijding van radicalisering. Na de moord op cineast Theo van Gogh werden in veel steden projecten opgetuigd, maar toen er na vijf jaar nog steeds geen terroristische aanslag was gepleegd, verdween het beleid even gauw weer in de lade. Amsterdam behield als enige stad zijn aanpak.

Daarvan profiteerde de stad toen eind 2012 jihadisten begonnen te vertrekken naar Syrië. Andere gemeenten kopieerden de Amsterdamse werkwijze, geheel of gedeeltelijk. Die werkwijze behelst in de eerste plaats het tegengaan van polarisatie door een netwerk van ‘sleutelfiguren’, vertrouwenspersonen in de islamitische gemeenschap die vroegtijdig maatschappelijke spanningen kunnen aanvoelen.

Dan is er een meldpunt waar onder meer jongerenwerkers, wijkagenten, en leerkrachten signalen van radicaliserende jongeren kunnen afgeven. Hun gevallen worden besproken in een overleg, waar bezien wordt of de radicalisering een zodanig ernstige kant op dreigt te gaan dat acuut ingrijpen noodzakelijk is. De persoon in kwestie krijgt in dat geval een ‘regisseur’, die contact opneemt en kijkt wat nodig is om de geradicaliseerde van zijn dwaalpad terug te brengen. Het zijn er op dit moment een kleine vijftig.

Kind speelt naast de Ummah-moskee aan de Postjesweg in Amsterdam. Foto Bart Maat / ANP

De sleutelfiguren zijn een Amsterdamse vinding en Saadia A.-T. stond in 2006 aan de wieg daarvan. Toen zij als 23-jarige sociaal werker binnenkwam bij de gemeente, viel het haar op dat er vrijwel géén informatie uit de islamitische gemeenschap bij de gemeente terechtkwam. Ze zette een netwerk op dat spanningen in de wijken kon bestrijden en zorgelijke signalen doorspeelde. Het betrof veelal Marokkaanse Nederlanders – radicalisering was nu eenmaal een probleem dat zich vooral in die gemeenschap afspeelde.

Met veel mensen bouwde Saadia A.-T. een persoonlijke vertrouwensband op. Dat moest wel, want de positie van de sleutelfiguren is precair. De overheid wil dat zij in ‘hun’ gemeenschappen hun oor te luisteren leggen en dat zij daarover informatie doorspelen. Sleutelfiguren krijgen hierdoor regelmatig het verwijt uit de gemeenschap dat zij verraders zijn.

Dat verwijt treft ook de ambtenaren van het programma Radicalisering en Polarisatie – voor zover zij zelf een moslimachtergrond hebben, wat eind 2016 bij ongeveer de helft van het negenkoppige team het geval is. Zij zijn vaak mede vanwege hun culturele achtergrond geselecteerd, om dezelfde reden als bij de sleutelfiguren: betere ingangen. Het gevolg is dat ze op een wankel koord dansen en dat ze zowel binnen de gemeente als binnen de moslimgemeenschap met argwaan kunnen worden bekeken.

Sterke koffie

Eberhard van der Laan heeft een ingewikkelde verhouding met de islam, zeggen ambtenaren uit zijn naaste omgeving. Anders dan zijn voorganger, Job Cohen, laat hij zich zelden of nooit in een moskee zien. Waar Cohen wel verweten werd dat hij almaar kopjes thee dronk met moslims, grapt Van der Laan dat hij meer van de sterke koffie is.

Als hij zich intensief bezighoudt met de islam, dan toch omdat er een acute kwestie speelt. Dan is hij in zijn element. Hij bedenkt voortdurend nieuwe oplossingen en anticipeert op snelle ontwikkelingen. Hij leunt daarbij zwaar op zijn ambtenaren, die hem goed moeten informeren en die zijn jongste gedachten moeten zien bij te houden terwijl ze nog werken met eerdere versies daarvan.

Als hij niet is voorbereid op zulke crises, is hij ongeduldig en kan hij onredelijk boos worden. Dat merken de ambtenaren van Radicalisering en Polarisatie enkele keren. Als Het Parool in augustus 2013 onthult dat een van de bestuurders van de Blauwe Moskee wordt betaald door Koeweit, ventileert Van der Laan in de stafvergadering hardop zijn ongenoegen. In november 2016 gebeurt het weer, na een incident in de Ummah-moskee in Amsterdam Nieuw-West. Een salafistische bezoeker slaat een bejaarde gebedsomroeper tegen de grond. Een paar dagen later wordt daar opnieuw gevochten. Het geweld blijkt zich af te spelen tegen de achtergrond van een salafistische couppoging in de moskee. Weer voelt de burgemeester zich overvallen door een incident. Hij verwijt met name Saadia A.-T. dat hij niet goed zou zijn ingelicht.

Uit vertrouwelijke notities blijkt dat Saadia A.-T. de burgemeester juist herhaaldelijk heeft gewezen op de toenemende invloed van salafisten in Amsterdam. Anderhalf jaar voor het incident in de Ummah-moskee schrijft ze in een advies aan Van der Laan hoe een nieuwe generatie salafisten voet aan de grond krijgt in moskeeën. Deze zorgelijke ontwikkeling „mag niet onderschat worden als een randverschijnsel”, schrijft ze. Twee maanden later zet ze de opkomst van het salafisme op de agenda voor een werkbezoek dat de burgemeester aan Marokko brengt.

Maar de burgemeester vertrouwt de adviezen van zijn eigen afdeling radicalisering niet, merkten diverse betrokkenen. Van der Laan trekt in overleggen met zijn staf de kwaliteit van zijn radicaliseringsambtenaren in twijfel. Volgens (oud-)ambtenaren vindt hij Saadia A.-T. niet competent en wantrouwt hij haar.

Hij is niet de enige. Als Saadia A.-T. in 2013 haar directeur Openbare Orde en Veiligheid uitnodigt voor een bijeenkomst met salafistische moslims, valt het de directeur op dat zijn ambtenaar wel heel amicaal met hen omgaat. De dag erna licht hij haar manager in. „Die Saadia zou best eens een mol kunnen zijn”, zou hij gezegd hebben. De manager kent Saadia A.-T. als een zeer loyale werknemer en daagt de directeur uit zijn beschuldiging te onderbouwen. Ze hoort er niets meer van. De betreffende directeur wil niet inhoudelijk reageren, laat een gemeentewoordvoerder weten.

Ook van buiten komen verdachtmakingen over Saadia A.-T. Nadat Nederland eind 2012 heeft kennisgemaakt met jihadisten die uitreizen naar Syrië, neemt in de jaren erna de ‘radicaliseringsindustrie’ een vlucht. De overheid maakt miljoenen vrij voor projecten die het jihadisme een halt toe konden roepen. Diverse mensen uit Saadia A.-T.’s netwerk gaan zich professioneel bezighouden met radicalisering. Zij krijgen baantjes bij radicaliseringsprojecten of komen te werken bij de gemeente. Dat levert scheve ogen op van bureaus die óók projecten willen uitvoeren, maar geen subsidie krijgen toegekend en Saadia A.-T. hiervan de schuld geven.

De vlogger is de laaste maanden bijna dag en nacht op het stadhuis met Saadia A.-T.

Eind 2016, Saadia A.-T. is inmiddels benoemd als programmamanager, nemen de geruchten over haar toe. Haar samenwerking met Saïd, een jonge IT’er die wordt ingehuurd om de vlogs voor de ‘grijze campagne’ te maken en te spelen, roept vragen op. Vanwege de strikte geheimhouding rond het project is afgesproken dat Saïd zijn facturen niet zal sturen via Scholten en Partners, het bedrijf waaraan de gemeente het beheer over en de administratie van de sleutelfiguren heeft toevertrouwd. Als Saïd met enige regelmaat opduikt op het stadhuis bij Saadia, wordt dat geïnterpreteerd als een teken dat zij een verhouding hebben. Haar advocaten Christiaan Oberman en Nadia Adnani spreken dit tegen.

De geruchten leiden tot twee anonieme tips aan het gemeentelijke Bureau Integriteit. Elsevier wist de hand te leggen op die meldingen. Ze gaan over de vriendjespolitiek en over Saïd. „Hij is de laatste maanden bijna dag en nacht op het stadhuis met haar. Iedereen praat erover. Ook zeggen mensen dat ze hier zelfs geld voor ontvangt. Maar of ze nou geld krijgt of niet: ze is sowieso verkeerd bezig omdat ze aan vriendjespolitiek doet”, zo luidt een melding.

Ummah-moskee

De andere melding komt van „een bezorgde burger die graag anoniem wil blijven” die zich in november 2016 direct tot burgemeester Van der Laan wendt. Als de burgemeester in december 2016 heeft afgesproken met Saadia en haar naaste collega om de vlogs te bekijken, heeft hij in elk geval deze meldingen én het incident in de Ummah-moskee in het achterhoofd.

Lees ook de necrologie over Van der Laan: Kordaat, empathisch en af en toe driftig

Bovendien hebben twee buitenstaanders zich kritisch over de grijze campagne uitgelaten. Van der Laan bracht het project op 30 mei 2016 ter sprake in de driehoek, met politiechef Pieter-Jaap Aalbersberg en hoofdofficier Theo Hofstee. Het idee van undercoverbeïnvloeding door de overheid nadert de rand van het toelaatbare, en de drie worstelen vooral met de anonimiteit in en van de vlogs. Ze concluderen dat het in strijd is met „transparantie, openheid en integriteit die de overheid zou moeten voorstaan”, citeert Elsevier uit een samenvatting van het gesprek.

Saïd, de filmmaker en acteur, probeert op een subtiele manier de Amsterdamse betrokkenheid in beeld te verwerken. Bijvoorbeeld door een telefoonhoesje te filmen met de drie kruizen uit het stadswapen erop. Het oogt onbeholpen en adviseur Kenning vindt het onverstandig; als de gemeente zich afficheert als de afzender van de vlogs, zijn ze onbruikbaar.

Van der Laan is duidelijk klaar met de ambtenaren die het project hebben geleid

Nadat Van der Laan op die decemberbijeenkomst een compilatie van scènes heeft gezien en is uitgebarsten over het ontbreken van religie in de filmpjes, gaat de ‘grijze campagne’ uit als een nachtkaars. De betrokkenen hebben er nooit meer over vergaderd, Saïd neemt geen nieuwe scènes op, al werkt hij wel verder aan een ander onlineproject voor de gemeente. Van de grijze campagne zal nooit een filmpje op internet verschijnen.

Van der Laan is duidelijk klaar met de ambtenaren die het project hebben geleid. Tijdens vergaderingen zegt hij met zoveel woorden tegen zijn medewerkers dat Saadia en haar collega van het dossier radicalisering moeten worden afgehaald. Als het team Radicalisering en Polarisatie op 27 juni dit jaar een ‘heisessie’ heeft, in aanwezigheid van hun ambtelijke meerderen, vertelt de collega van Saadia dat de burgemeester hem heeft aangesproken op zijn moslimachtergrond. Hij barst in tranen uit, zeggen aanwezigen.

Saadia A.-T.’s directe baas wordt in januari ontslagen, zijzelf krijgt vanaf februari een reeks functioneringsgesprekken. Eind juni kondigt ze bij haar collega’s aan dat ze wil vertrekken. Maar twee weken later hoort ze van de directeur van de dienst Openbare Orde en Veiligheid dat ze oneervol wordt ontslagen. Ze moet haar telefoon en computer inleveren.

Strafontslag

Als daarna in verschillende media berichten verschijnen over Saadia A.-T. met haar netwerk van Marokkaanse vriendjes, ontstaat in de Amsterdamse politiek onrust over de vraag of de aanpak nog wel effectief is. Op 14 september debatteert de raad met de burgemeester waar hij de verantwoordelijkheid voor de problemen geheel bij de ambtenaar legt die hij intussen met strafontslag heeft gestuurd, Saadia A.-T. Zij is niet integer. Zij heeft zich schuldig gemaakt aan belangenverstrengeling. Zij heeft een vriendje – bedoeld wordt de maker en acteur van de vlogs – opdrachten gegund en hem geholpen offertes op te stellen die zijzelf moest beoordelen. Zij heeft een cultuur laten ontstaan waarin critici zich niet veilig voelden om te twijfelen aan de vigerende sleutelfigurenaanpak. Zij heeft de islam te veel „weggepoetst” uit het beleid. De burgemeester belooft „schoon schip” te maken en kondigt een „taskforce” aan, die de afdeling onder de loep zal nemen. Hij spreekt met geen woord over de ‘grijze campagne’.

In augustus doet de gemeente aangifte en als de politie haar verhoort, begrijpt Saadia A.-T. dat ze wordt verdacht van fraude, oplichting, omkoping, ambtsplichtstrijdig handelen en valsheid in geschrifte. Bij haar ouders wordt een inval gedaan – waarbij de tolk vertaalt dat de politie „geld en drugs” zoekt.

De offertes van Saïd zijn volgens het bureau Integriteit van de gemeente gedeeltelijk opgesteld door Saadia A.-T. Maar dit is geen ongebruikelijke gang van zaken, zeggen ambtenaren en bedrijven die met de gemeente zaken doen tegen NRC. „Je moet precies van elkaar weten wat je van elkaar verwacht.”

Wat onduidelijk blijft: als de ambtelijke bazen van Saadia A.-T. en de burgemeester wisten waar die offertes en rekeningen voor waren, wat is dan het probleem? „Er ís ook geen probleem”, zegt Lisa Scheerder, tot januari dit jaar de manager van Saadia A.-T. „Ik wist van de betalingen aan Saïd. Vanwege het vertrouwelijke karakter van zijn werkzaamheden zou hij de specificatie bewust vaag houden. Dat was afgesproken.” Waarom is bureau Integriteit daar niet achter gekomen in het onderzoek naar de offertes? Scheerder: „Ze hebben mij nooit gehoord, terwijl ik alle rekeningen heb goedgekeurd.” Saadia A.-T. wacht op een bericht van het Openbaar Ministerie dat nog altijd niet heeft beslist of het haar wel of niet zal vervolgen. Het onderzoek is intussen geslonken tot twee verdenkingen: oplichting en valsheid in geschrifte. Bureau Integriteit onderzoekt, behalve de grijze campagne, alle declaraties van Saïd bij de gemeente.

Met Saadia A.-T. vertrekken ook de belangrijkste ambtenaren die tot voor kort de Amsterdamse aanpak van radicalisering bestierden. Degenen die hen zijn komen vervangen hebben één ding gemeen: ze zijn geen moslims en de zittenblijvers – dat waren vaak al geen moslims – zijn geïntimideerd en gedesoriënteerd.

De raadsleden, van wie tijdens het debat in september een meerderheid nog pal achter de burgemeester en zijn aanpak stond, briesen nu van verontwaardiging omdat zij nooit zijn ingelicht, ook niet vertrouwelijk. Wat Van der Laan naar buiten toe bewust klein probeerde te houden als een integriteitskwestie, trekt als een orkaan over stad en stadhuis.

Met het bedrijf Scholten en Partners dat de sleutelfiguren voor de gemeente ‘beheerde’, doet Amsterdam sinds augustus geen zaken meer, terwijl het nergens van wordt verdacht. Dat moratorium is zo rigoureus, dat ook achterstallige rekeningen voor eerder geleverde diensten niet meer worden betaald. In november zal het bedrijf bij de rechter betaling proberen af te dwingen.

Een deel van de sleutelfiguren is opgestapt en heeft aangekondigd hun taak als „ogen en oren” van de gemeente niet meer te willen uitvoeren. Het is deels uit solidariteit met die ene ambtenaar met wie zij zich persoonlijk verbonden voelden. „Door het wegvallen van Saadia’s netwerk weten we nu minder goed wat er speelt op het gebied van radicalisering”, zegt haar vroegere manager, Lisa Scheerder. „Het is gevaarlijker geworden in de stad.”